Het moderne leven
Door Misja Boonzaayer

Dus... een billenman

Er zijn er die zijn Ernie. En als je geen Ernie bent, dan ben je Bert. Waarmee ik niet wil zeggen dat je per se een doorlopende wenkbrauw moet hebben hoor. Bert is gewoon meer autistisch en Ernie ADHD-er.

Zoals in het echte leven ook. Je tikt er óf meer aan in de lijst van ADHD, óf je dobbert lekker rond in het autistische spectrum. Of je maakt netjes een boodschappenbriefje óf je doet als ik en maakt er netjes steeds een maar vergeet hem vervolgens mee te nemen.

En zo is het hele leven heel overzichtelijk in tweeën te delen. Je bent óf een binnentypje óf een buitenmens. Een liefhebber van hartig of van zoet. Een solist of een gezelligheidsdier. Bier of wijn. Koffie of thee. Hond of kat. En een billenman of een borstenman. 

Meneer Boonzaayer is een billenman. Dat heb ik eigenlijk nooit echt geweten, want in al mijn chaotische ADHD-achtige bestaan ben ik nou precies dat vergeten te vragen aan hem. Of ik wilde het wel vragen, maar bedacht me toen dat het woord ‘billenman’ een heel raar woord is, net als ‘meenemen’, dat vind ik ook zo’n raar woord, want het klinkt als een palingdroom maar dat is het niet, en waarom is palindroom eigenlijk geen palindroom? Enfin, ik heb het eigenlijk nooit geweten, dat meneer Boonzaayer een billenman is. 

Dat, terwijl mijn billen niet bepaald mijn best feature zijn. Die van die serveerster in het restaurant laatst daarentegen, die had een paar zeer goede features. Daar kon Jennifer Lopez nog een puntje aan zuigen. Nou had ze ook een uitzonderlijk goede broek aan voor haar billen. Een beetje strak, maar geen legging want dat vind ik altijd een beetje raar. Dan denk ik altijd dat ze eigenlijk vergeten zijn hun rok nog aan te trekken. Iets wat mij overigens best zou kunnen gebeuren. Dat ik er in de supermarkt ineens achter kom dat ik wel een legging maar geen rok aan heb. En geen boodschappenbriefje bij me heb.

Enfin, dat was allemaal niet het geval. De serveerster had een ontzettend goede kont, met een ontzettend goede broek eromheen. Ze had überhaupt een heel goed figuur. Ze was aardig, ook nog. De trut. En het eten was heerlijk. Ze sneed punten taart voor het dessert en die waren overdadig groot. En ik heb alles opgegeten. Goed voor mijn kont.