Jarno Muis houdt van een goede wisselwerking

VOETBALKRANT 2018: Steenwijker Boys. Speler of trainer, of gewoon allebei. In ieder geval is Jarno Muis een ware voetballiefhebber. De Steenwijker wist vorig seizoen met het tweede elftal van Steenwijker Boys te promoveren naar de eerste klasse.

Een bijzonderheid, mede te danken aan een goede teamsfeer en individuele benadering. ‘Als ik geen band met mijn spelers kan opbouwen, dan ben ik geen trainer meer.’ Muis heeft met zijn 26 jaar al een hele geschiedenis achter de rug. Als voetballertje begon hij ooit, twee turven hoog, bij SV Giethoorn. ‘Als jochie van twee schopte ik met een bal binnen alles al kapot.’ Die ballen moesten daarna buiten blijven en moeder Muis ging bij Giethoorn informeren of kleine Jarno toch alsjeblieft niet op voetbal kon.

Lekker dichtbij

Zo begon zijn voetbalcarrière, die hem onder meer ook langs Alcides en d’Olde Veste’54 leidde, in de jeugd. Bij de senioren was hij actief bij vv Steenwijk en MSC, voordat hij drie seizoenen geleden terechtkwam bij Steenwijker Boys. ‘Een echte volksclub. Lekker dichtbij, echt ideaal.’

Daar is Muis inmiddels bezig aan zijn derde seizoen als trainer/speler. In samenwerking met collega-trainer Chris Lang promoveerde het tweede twee keer achter elkaar. Dat trainer zijn zat er al vroeg in. ‘Ik was denk ik een jaar of dertien toen ik bij d’Olde Veste begon om met jeugd te trainen, verder heb ik de C’s en B’s getraind bij onder meer Steenwijk en MSC. Bij MSC werd gezegd dat ik een heel moeilijke groep zou krijgen. Wat ik toen gedaan heb, en nog steeds doe, is op één lijn met de spelers gaan zitten. Buiten het veld en voor of na de wedstrijd is er tijd voor ontspanning. Misschien ben ik zelf nog wel de grootste ouwehoer. Zijn we bezig op het veld, dan verwacht ik volle bak en opperste concentratie. Ik vind ook dat je als trainer niet iedereen hetzelfde moet behandelen. Juist niet. Wat voor de een werkt, werkt voor de ander niet. Het maakt niet uit of het dan om jeugd gaat of om senioren. Iedereen heeft een individuele benadering nodig. Dat vind ik als trainer enorm belangrijk. Als ik geen band met mijn spelers kan opbouwen, dan ben ik geen trainer meer.’

De grootste lol

Volgens Muis verklaart dat meteen het succes van Steenwijker Boys 2. ‘Het is een leuke en goede groep met een aantal verschillende culturen. Dat werkt allemaal prima. We hebben de grootste lol, maar staan er wel als het móet. En ik vind het mooi als spelers zelf naar mij toe komen met vragen over voetbal en dat ze er zelf over nadenken. Daar gaan Chris en ik dan over doorpraten en dan bedenken we hoe we het zondag gaan doen. Soms pakt dat prima uit, af en toe niet, maar die wisselwerking is prima.’

Hoe zit het met de wisselwerking speler en trainer? ‘Ik bedenk en geef zelf de trainingen. Als het eenmaal loopt, train ik zelf ook mee. Ik heb nu afgesproken dat ik zondag twee duels speel. Met het eerste als dat thuis speelt en met mijn eigen team. Ik doe bij het tweede ook de wedstrijdbesprekingen en zorg dat iedereen gemotiveerd het veld op gaat. Dat is een belangrijke eigenschap. Je kunt nog zo veel verstand hebben van voetbal, als je geen motivator bent, dan houdt het op.’

Auteur: Erik Riemens