Klappe oogst applaus bij VHK

VOETBALKRANT 2018: VHK. Gestoken in een VHK-polo opent Johan Klappe de deur van zijn bewegingscentrum en massagepraktijk in Vollenhove. ‘Die heb ik speciaal aangetrokken voor het interview’, zegt hij. Een detail wellicht, maar het zegt veel over zijn verbondenheid met de dorpsclub uit Sint Jansklooster, waar hij al ruim twintig jaar als verzorger fungeert.

Ja, ook Klappe heeft de capriolen van Neymar op het afgelopen WK waargenomen. Gillend van de pijn na lichte toucheringen en rollend over het veld als een onstuitbare sneeuwbal. Daar win je de populariteitsprijs niet mee. ‘Ik vind het vooral jammer dat zo’n grote voetballer zulke trekjes heeft. Dat heeft hij helemaal niet nodig. Ik heb liever dat hij wat anders laat zien.’

Brandwonden

Het lijkt alsof de pijngrens bij veel voetballers lager is dan in het verleden, al relativeert Klappe die gedachte. ‘Natuurlijk zijn er altijd wel jongens waarbij je denkt: nu even niet zeuren, voetballen. Maar er zijn ook spelers die je nooit hoort piepen. Ik weet nog wel dat we bij VHK het kunstgras in gebruik namen. De oudere generatie was nogal gewend aan het maken van slidings, maar kwam met brandwonden van het veld. De vaseline was niet aan te slepen… Gaat wel weer over, zeiden ze. Ja, zo kan het ook.’

Klappe voelt zich thuis bij VHK, al is hij als voetballer groot geworden bij VENO en diens voorloper SVV. ‘In mijn eerste jaar als verzorger was ik bij beide clubs actief, naast het werk in mijn praktijk. Ik nam te veel hooi op de vork en moest keuzes maken. De zondag reserveerde ik vervolgens voor mijn gezin.’

En dus is hij inmiddels een vrijwilliger die niet meer weg te denken is in Sint Jansklooster. ‘Als je de energie voelt van iedereen die betrokken is bij VHK, dan werkt dat aanstekelijk. Ik heb ook geen contract of zo. Johan, volgend jaar weer? Ja, goed. Zo gaat dat elk seizoen. Als ik het niet leuk meer zou vinden, was ik er al wel mee gestopt.’

Gouden lichting

Dit voetbalseizoen is hij in de vierde klasse in de weer met de waterzak en de spons. Klappe heeft zo’n beetje alles wel meegemaakt. ‘De eerste klasse met de gouden lichting was natuurlijk weergaloos. Dat je competitief bent tegen clubs als ONS Sneek. Die dachten ook: waar komt dat clubje ineens vandaan? Op menselijk vlak doet het overlijden van mensen met een VHK-hart altijd pijn. Vooral de afgelopen jaren hakte dat er behoorlijk in. Als zoiets ingrijpends gebeurt, dan merk je wel hoe hecht het hier is. Alles wordt aan de kant gezet en voetbal is even niet meer belangrijk. Dat vind ik wel speciaal.’

Klappe is als verzorger ook een vertrouwenspersoon. Hij heeft een band opgebouwd met veel spelers die op zijn behandeltafel terecht zijn gekomen. ‘Ik weet nog wel dat een piepjonge Wouter Rook met een stuk chocolade voor de deur van mijn praktijk stond. Om mij te bedanken voor het behandelen van zijn been. En vijftien jaar later is hij selectiespeler en werken we samen. Dat is toch prachtig?’

Auteur: Martijn Visscher