Oud-Meppeler journalist Pauline Broekema schreef derde boek

Meppel - Ze is er beduusd van. Haar nieuwe boek ‘Het uiterste der zee’ is twee maanden uit en nu al herdrukt. Pauline Broekema krijgt lovende reacties op de bij De Arbeiderspers uitgegeven familiegeschiedenis.

Bij AP kwam eerder haar veel geprezen familiekroniek Het Boschhuis. De NOS-verslaggever begon haar carrière op de stadsredactie van de Meppeler Courant. Pauline Broekema komt vrijdagavond 15 december naar Meppel waar zij bij Boekhandel Riemer Barth tussen 19.30 en 21.30 uur haar boeken komt signeren. Zij verzorgt op 3 oktober 2019 de J.H. Boom Oktoberlezing in Schouwburg Ogterop.

Volgens programmamaker Frits Spits bewijst Pauline Broekema wederom dat ze non-fictie schrijft die leest als een meeslepende roman. ‘Het uiterste der zee’ is de veelbewogen geschiedenis van twee joodse families uit het Noorden van het land en bestrijkt de eerste helft van de vorige eeuw. De basis voor het boek werd gelegd door Sara Kirby-Nieweg (1941). Sara’s vader werd in Auschwitz vermoord. Zij en haar moeder kwamen de oorlog gescheiden van elkaar in onderduik door. Sara verzamelde gegevens over haar familieleden van wie de meesten de bezetting niet overleefden.

Onderzoek

Pauline: ‘Sara wilde haar kinderen niet belasten met haar verleden en gunde ze een gelukkige jeugd. Maar toen de kinderen eenmaal het huis uit waren, is ze op zoek gegaan naar haar familiegeschiedenis. Ze behoort met haar moeder tot de weinige overlevenden uit haar familie van moeders en vaders kant. Haar vader Meijer Nieweg werd in juli 1942 weggevoerd. Ze heeft hem nooit meegemaakt. Ze bezit slechts één foto samen met haar vader.’

Pauline Broekema is verder gegaan met wat Sara vond en breidde het onderzoek uit. Daarbij deed ze bijzondere ontdekkingen. Ze vond een achternichtje en de zoon van de oogarts die moeder en kind in een ziekenhuis verborg totdat het verzet onderduikadressen had gevonden.’

Pauline Broekema begon haar journalistieke carrière bij Boom Pers, dus ze kent Meppel goed. Schrijven heeft er altijd ingezeten. ‘Toen ik de overstap maakte naar de radio en later de tv kwam ik er jarenlang niet aan toe. Totdat ik besloot af en toe ergens helemaal in te duiken om het soms vluchtige tv-werk vol te kunnen houden.’ Ze begon boeken te schrijven. Haar eersteling bij de Arbeiderspers was ‘Benjamin. Een verzwegen dood’. Het is het verhaal van een joodse socialist en slager op het Groninger platteland. Dit boek was enkele jaren geleden aanleiding voor het Comité 4 en 5 mei om haar te vragen de rede te houden in de Nieuwe Kerk, voorafgaand aan de Nationale Herdenking op De Dam.

Moed

Ze deed vier jaar over ‘Het uiterste der zee’. Het moest worden gecombineerd met haar werk als verslaggever bij het NOS Journaal. ‘Het was regelmatig een zwaar boek om te schrijven. Het gaat over de lichtheid van het bestaan, maar vooral over thema’s als moed, verlies, loslaten, verwerking en rouw.

De titel van haar derde boek ontleende ze aan een van de ‘stille’ helden uit deze familiegeschiedenis. De regel uit een psalm van David stond op de overlijdenskaart van de Friese onderwijzer die de jonge joodse moeder Mies Nieweg-Wolf het leven redde. Pauline: ‘Ik koos de titel ook, omdat de zee op verschillende momenten in het boek een rol speelt. In 1954, bijvoorbeeld, is Mies in Scheveningen voor het laatst met haar dochter Sara op vakantie. Ze zijn naar de film geweest en nemen afscheid van de zee.’

Bootticket

Het boek bestrijkt een halve eeuw. ‘Ik beschrijf de wereld waarin de families in Noord-Nederland leefden. Het vakmanschap, het boerenleven, het veranderende landschap, de armoede in het veen, de komst van het rijwiel en de fietslessen die men nam in een rijschool.’

In haar beschrijving van de jaren dertig is de opkomst van het nazisme voelbaar. Er zijn familieleden die overwegen te vluchten. Meijer Nieweg heeft het bootticket voor Engeland al op zak, maar blijft toch. Hij wil zijn ouders niet alleen achterlaten.

Een ander gezin wijkt vlak voor de inval uit naar Amerika. De oudste zoon keert in 1945 terug, als soldaat van de Prinses Irene Brigade en maakt de bevrijding van Nederland mee. Van de legerleiding krijgt hij daarna toestemming een moeilijke opdracht te vervullen. Voor zijn ouders in New York gaat hij het land door om uit te vinden wie er van de familie nog leven. Zo hoort hij van de buren van zijn hoogbejaarde grootvader dat die met stoel en al uit huis is gehaald en weggevoerd. De oude man is op 88-jarige leeftijd in Auschwitz vermoord.

Drancy

Pauline: ‘Soms moest ik tijdens het schrijven even naar buiten om een rondje te lopen. Bijvoorbeeld toen ik bezig was met het hoofdstuk waarin Mies haar kind moet afstaan, omdat samen onderduiken te risicovol was. Ook het lot van drie andere jonge leden van de familie greep me zeer aan. Ik heb zelf kinderen in die leeftijd. De drie vluchtten in 1942 vanuit Groningen naar Parijs, maar zijn gepakt en via het beruchte doorgangskamp Drancy naar Auschwitz gevoerd. Ze zaten in een wagon met slechts twee andere volwassenen en verder alleen kinderen. Ik heb van die kinderen de namen achterhaald en beschrijf enkelen aan de hand van foto’s die ik vond. Dat kwam hard aan.’

De mannen en vrouwen, die ze ‘stille’ helden noemt, waren bij het schrijven een bron van inspiratie. ‘Ze geven hoop. Ze laten zien dat er dus mensen zijn op wie je in de meest barre omstandigheden kunt rekenen. Ze lieten zich niet voorstaan op hun daden. Zoals de Groningse oogarts die Mies en Sara verborg in zijn ziekenhuis, voordat er een definitieve plek voor moeder en kind was gevonden. Of Betty die de textielondernemer David Leefsma bij haar thuis liet onderduiken. Dat was een plek waar niet snel gezocht zou worden naar een joodse onderduiker. Betty was namelijk de tante van Henk Feldmeijer, de grondlegger van de Nederlandse SS. Zij en haar vader hadden ieder contact met hem verbroken. Of de onderduikmoeder van Sara. Ook zo’n heldin. Ze beschouwde het meisje als haar eigen dochter. Maar na de bevrijding heeft ze bewust afstand genomen door Mies bij zich te laten logeren, zodat moeder en kind langzaam weer een band konden opbouwen.‘

Sara Kirby-Nieweg (77), die in Cambridge woont, is heel ingenomen met het boek. ‘Dat doet me zo goed. Ik heb me immers min of meer haar moeder toegeëigend. Ben in de huid van Mies gekropen en heb haar een gezicht gegeven. Sara is me dankbaar voor de manier waarop ik dat heb gedaan. En dat is misschien wel het grootste compliment dat ik voor dit boek kon krijgen.’