Ondertoon
Door Ton Henzen

Denken en piekeren

Via de ijsbaan dwalen mijn gedachten over het Meppel van de toekomst.

Denkend aan Meppel, mailde een vriendin, zie ik in gedachten Evert van Benthem het startschot geven voor de eerste marathon op natuurijs op het Vledder.
Zo luidde de laatste zin van Ondertoon gisteren. Ik was nog niet uitgedacht.
Denkend aan Meppel zien we een schouwburg die eindelijk kan beschikken over een eigen parkeerterrein op een deel van de sportvelden.
Dan zien we een autovrij Zuideinde/Hoofdstraat waar de voetgangerspromenade in het centrum begint. Druk bevaren grachten, recreatievaarders op weg naar de nieuwe passantenhavens, een fraai geoutilleerde nieuwe jachthaven op de Kop van Zwikker. Of overnachten in Hotel Bleekerseiland.
Meppel dé watersportplaats van Drenthe. Een prachtige uitvalsbasis voor de heide- en bosrijke gebieden van Zuidwest Drenthe. En nog maar een hanetree naar de Kop van Overijssel.
De Uitspanning Massier, ook op het Bleekerseiland, met een permanente uitstalling van de vondsten van duiker Rint Massier is een toeristische trekpleister.
Wat is het heerlijk toeven onder de oude bomen, aan het water met een koud pilsje. Wat een genereus gebaar dat Rint en zijn vrouw het mooiste uitzicht van de Meppeler binnenstad willen delen met anderen in een fraai aangekleed etablissement met verkwikkend terras.
Wat een mooie bestemming heeft het vroegere café De Toeter, later Schieves gekregen. Jan Vrielink, de eigenaar van Pannenkoekschip Liberté, heeft terecht gedacht: het etablissement van de buurman is maar één keer te koop. Hij heeft er een prachtige ouderwetse zeemanskroeg van gemaakt. Ik heb wel eens zo`n authentieke kroeg bezocht, in Penzance, Cornwall. Je neemt een pint en komt er vervolgens niet meer weg. (De telefoon gaat. Ik onderbreek het tikken van deze column. Wie denkt u dat er aan de telefoon is? Juist, Jan Vrielink. Telepatische communicatie bestaat).

Piekerend over Meppel zie ik een uitgeklede schouwburg waar nog maar krap aan vijftig voorstellingen in het seizoen flauwe herinneringen oproepen aan een theater met ooit een ijzersterke status. Geen opera meer, geen nationaal toneel en een beheer op afstand van de gemeente met bestuursleden die rollebollend over straat gaan. De ene wil de nieuwe komedie met Georgina Verbaan en Karel Lanting (de zoon van), de ander wil meer lokaal amusement, zoals de Sound of Music met de familie Spans in de rollen van de familie Von Trap. De incrowd had kritiek op de behoudende inslag van de toenmalige directeur Beuker, maar de nieuwe weg is er één van vertrossing en een voorbeeld van culturele VandeEndeling: zouteloze musicals, platte revues, beslist niet dieper dan een mes in verse boter uit de koelkast.
Het marktdenken zette zich ook in Meppel vol vaart door.
Meppel Moet Minderen, een bezuinigingsoperatie aan het begin van deze eeuw, heeft diepe wonden geslagen die nu nog steeds voelbaar zijn. Populaire winkels rukten op, de auto’s moesten tot aan de kassa worden geparkeerd. Eén parkeergarage was niet voldoende, een tweede moest er komen, de autovrije pleinen met orgastisch spuitende fonteinen zorgden voor te hoge kosten aan onderhoud en toezicht, dus kwamen de parkeervoorzieningen voor abonnementhouders terug.
De parkeerabonnementen werden geheel volgens de principes van het martktdenken vrij verhandelbaar. Dus gingen ze voor duizenden euro’s per jaar van de ene eigenaar of huurder van een binnenstadsappartement naar de ander. En maar klagen als er eens een buitenspiegel sneuvelde ondanks cameratoezicht op iedere hoek van de straat.

Patatgeneraties die op straat rondhangen, laat ons niet lachen. Waar is in de binnenstad nog een ouderwets puntzakje Hollandse patatfrites te krijgen? Panamaans eethuisje, Berberse bollen, Equadoriaanse tapas, Spaanje krokettos, Kretenzer worstjes, Nigeriaanse gepofte dadels, Maraqueshewnoten. Naast de al jaren bekende shoarmazaken of ze nu van sjiïtische of soennitische origine zijn. Culinair kleurrijker kan niet, maar hierin is Meppel duidelijk te ver doorgeschoten. Niet voor niets is een Snackwacht opgericht van wie de even leeg-als kaalhoofdige leden zich beijveren voor de terugkeer van de fricadel speciaal en met name het patatje oorlog.

De grijzende Meppeler oud-burgemeester Jan Westmaas, thans eerste burger in Apeldoorn, bracht onlangs met zijn eeuwig jonge echtgenote een bezoek aan zijn oude stad. Ook hij was te snel vertrokken. Er is in de afgelopen jaren veel veranderd, verzuchtte hij. Westmaas was benieuwd naar de ijsbaan op het Vledder. Het was daar net zo gegaan als met de schuimfontein van Ogterop of het heel vroegere pierebadje aan het Troelstraplein van vóór de Reconstructie (dat kun je inmiddels van alle Meppeler straten en pleinen zeggen; in de vorige eeuw was de aanduiding vóór of ná de oorlog in zwang, in deze eeuw is het in Meppel van belang of iets vóór of ná de Reconstructie heeft plaatsgevonden). De eerste paar jaar leuk en veel vertier, maar daarna slaat de verloedering toe. Westmaas schudde vol onbegrip zijn hoofd. `Wat zou de sociaal-democratische oud-minister van Woningbouw en Ruimtelijke Reconstructie Riek Bakker uit het snel vergeten eerste kabinet Balkenende-Bos hiervan zeggen.
Er is nog tien jaar te gaan alvorens van de Ontwikkelingsvisie 2030 definitief de balans kan worden opgemaakt. Ik kwam oud-collega Theo Geskus vandaag tegen. Kogelrond en volledig kaal. Hij wordt in de ouderensoos plagend `De Keu` genoemd. Hij is nog altijd goedlachs. `Heb jij nog wel eens wat vernomen van Jan Oldebesten,` vroeg hij. `Jazeker, hij is hobbyboer in Nieuwveense Landen en beheert als vrijwilliger de kinderboerderij Okidoki. Ruiter Albert Zoer heeft daar zijn moegestreden toppaard gestald. Kinderen mogen `s middags op de glanzende rug van Okidoki een ritje maken. En Oetske Oldebesten geeft verdwaalde huisdieren een beetje therapie om ze weer wat op weg te helpen.`
Theo grinnikte. `Albert Zoer en Okidoki. Wat een combinatie!` De oud-verslaggever van het Dagblad van het Noorden wreef over zijn gladde slapen alsof hij een herinnering geforceerd wilde oproepen. `Albert werd toch Sportman van het Jaar in 2006, 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011. Dankzij zijn superpaard Okidoki. Dat ging de jury een beetje vervelen. Men kwam op het lumineuze idee om Albert en Okidoki voortaan onder te brengen in de categorie Sportploeg. Logisch toch. Wat denk je wat er gebeurde? Sportploeg van het Jaar in 2012, 2013, 2014 en ga zo maar door. Op zo`n paard wil ik ook wel eens `s middags een ritje maken,` lachte Theo. `Heb jij het nummer van Jannegie Oldebesten. Die heeft vast wel zin in een feessie.`