Het moderne leven
Door Misja Boonzaayer

Dus…. Gefonkel

Weken heb ik het aan zien komen. En op een bepaald moment keek ik er zelfs naar uit. Nou ja, op mijn manier dan. Want feestdagen en ik, we zullen nooit echt een heel warm, liefdevol koppel worden.

We blijven altijd een beetje dat stel in het Top 2000 café waarvan de een de ander met open mond benadert. Of als zijn nieuwe vriendin en zijn ouders. Als onze hond bij onze konijnen: hij vindt ze zó lief, hij zou ze wel op willen vreten.

Maar toch, ik keek er wel naar uit. Omdat het toch altijd wel gezellig is, met kerst. Dan zetten we de boom neer (dan nog leuk, maar binnen een paar dagen heeft ie de status verworven van takkenboom die in de weg staat met z’n fuckballen die de hond er stelselmatig uit kwispelt), bakken we koekjes (denken we, maar doen we niet, want onze keuken bevindt zich in een erbarmelijke en bedenkelijke staat) en doen we gezellig spelletjes (wat helemaal niet gezellig is, want puber houdt niet van spelletjes, dochter overziet het niet en zoon wil álle spelletjes die we hebben wel spelen, behalve dié).

Maar boven alles hangen we fonkelende lampjes aan ons huis.

Zodat we de warmte van onze huiselijkheid al van heinde en verre aan zien komen. Ik denk dat ik dat by far het leukste vind van de feestdagen in december. Fonkelende lichtjes in de straat. Dat we dan van de kerstbrunch thuiskomen (dit jaar in een etablissement dat de illustere naam De Ballentent draagt, en werkelijk alle maar dan ook alle eer krijgt voor deze naam), stinkend naar gehaktballen en friet gebakken in net niet verse olie – in het beste geval –, bedenkend dat we neef Frank nog maar even moeten bellen want de hut was zo klein dat we hem niet te spreken konden krijgen, en dat we dán welkom worden geheten door ons huis, gehuld in kleine, fonkelende lampjes.

Ik houd zó van kleine, fonkelende lampjes, dat ik hierbij een pleidooi wil houden voor de fonkelende lamp gedurende het hele jaar. Als een soort baken. Wetend dat je er de stekker uit kunt trekken, als je zou willen.

En dat we dus van heinde en verre kunnen zien aankomen - als we, na een dagje verkleuren op het strand, nippend in de avondzon aan onze zomerse cocktail - dat kerst met al haar nadelen nog heel, heel ver weg is.