Een palet van aangename klankkleuren door het Ensemble Lukmaka | Recensie

Ensemble Lumaka. Foto: Aangeleverde foto

Het eerder vanwege corona geannuleerde concert van het Ensemble Lumaka in het koloniekerkje in Wilhelminaoord kon afgelopen zondag toch nog worden gegeven. Dat werd voor zowel de musici als het aanwezige publiek een klein feestje.

De achtergrond van de naam Lumaka is raadselachtig. Op de vraag hiernaar krijg je verschillende antwoorden, van de voorletters van de namen van de grootmoeders van de musici tot een vakantiehuis in Kroatië, een Franse delicatesse en een Italiaanse muziekterm. Wie het weet mag het zeggen. Dat komt overeen met de muziek die wordt uitgevoerd. Zoals de musici het zelf zeggen: ze brengen een klankwereld van sferen en kleuren, stemmingen en exotische gedachten van de muziek rond 1920. Die typische klankkleur heeft mede te maken met de niet alledaagse instrumentele bezetting: harp (Mirjam Overlach), fluit (Jana Machelett), viool (Saskia Viersen), altviool (Martina Forni) en cello (Charles Watt). Het waren vooral Franse componisten die in het begin van de vorige eeuw muziek schreven voor deze samenstelling.

Jean Cras

Het zonder pauze uitgevoerde programma werd geopend met een Quintette voor fluit, harp, en strijktrio van de nauwelijks bekende componist Jean Cras. Componeren was voor Jean Cras een hobby. Geboren in het Bretonse Brest werd hij marineofficier. Hij bracht het zelfs tot viceadmiraal. Als componist was hij autodidact. Hij componeerde in zijn vrije tijd. Toen hij in 1926 commandant werd van een slagschip, was zijn hut groot genoeg om een concertvleugel mee aan boord te nemen. Daarmee componeerde hij onder andere het kwintet dat werd uitgevoerd. Het was een verrassend muziekstuk, impressionistisch in navolging van Debussy, met verwijzing naar Poulenc, maar ook verrijkt met een exotisch parfum van muziek die hij met zijn verre reizen had ontdekt. Deze filmische muziek was een aangename ontdekking.

Debussy

Het concert was geprogrammeerd rondom het meesterwerk Prélude à l’ après midi d’ un faune van Claude Debussy. Dit symfonische gedicht, aanvankelijk geschreven voor orkest, wordt als het hoogtepunt van het muzikaal impressionisme beschouwd. Tegelijkertijd was het vanwege onder meer de door Debussy gehanteerde wisselende ritmes, een vernieuwend keerpunt in de muziek van die tijd. Fluitiste Jana Machelet heeft op een knappe wijze een bewerking gemaakt voor het ensemble, inclusief het subtiele geluid van een klein bekkentje. Het viel me opnieuw op hoe beeldend ook deze muziek is.

Van Jean Françaix werd het Quintet nr 1 gespeeld, korte muzikale miniaturen die, luchtig en opgewekt klinken en schijnbaar pretentieloos, met als slot een vrolijke rondedans. Verrassend vond ik ook het gespeelde deel uit het Concert à Cinq van de Belgische componist Joseph Jongen. Hij is vooral bekend geworden met zijn orgelcomposities. Maar deze kamermuziek zou hem een geestverwant van Debussy kunnen maken. Hij weet prachtige klankleuren aan te brengen. Deze muziek verdient het om vaker te worden uitgevoerd.

Van de Nederlandse componist Rosy Wertheim speelde het Ensemble Lumaka de meeslepende Tsigane dans la lune (bewerking Jana Machelett) en van Darius Milhaud werd door het strijktrio een deel uit de Sonatine à trois uitgevoerd met veel pizzicato. Jana Machelett had ook van de vijf Roemeense volksdansen van Bela Bartok een fraaie bewerking gemaakt, waarbij zij zelf de dwarsfluit afwisselde met de piccolo.

Streling van klankkleuren

Het Ensemble Lumaka toonde een geroutineerd mooi samenspel, maar vooral veel speelplezier De muziek in dit vlot gespeelde concert was toegankelijk met een streling van klankkleuren. De programmering met een bijna consequente afwisseling van dromerige en dansante delen droeg zeker bij aan de waardering die het publiek na afloop liet zien en horen. De combinatie fluit, harp en strijkers mag wat mij betreft vaker worden geprogrammeerd.

Nieuws

menu