Ria Westerhuis is uitgegroeid tot een prominente dichter van de Drentse cultuur

Dwaalstroom. Foto: Ria Westerhuis

Dwaalstroom is een kleinood van een dichtbundel voor Frits, haar man, die er altijd voor haar is. Dwaalstroom is een niet bestaand woord. Op Wikipedia vind ik wel Dwarsstroom, een stroming haaks op het vaarwater, op de uitgezette koers. Iedereen kent ook Dwaalspoor, een serie pijltjes om je de verkeerde kant op te verleiden. Dat zijn niet de intenties van dichter Ria Westerhuis.

Het gaat haar om “dwalen”, misschien wel verdwalen, in gevoelens en emoties die voortvloeien uit wat zij ziet, aanraakt, observeert, voelt. Want, na vier eerdere bundels, kan deze begaafde voordrachtkunstenaar dat wel: haar gevoelens uitdrukken, zowel in het Nederlands als in haar moedertaal van langs de Reest.

Haar eerste gedicht in de bundel, in streektaal, heet Dwaalstroom en zal de titel dus moeten uitleggen. Daarin dansen, zoals ik het interpreteer, de Witte Wieven, de geesten van Wijze Vrouwen boven de venen, daar “schöt”, in haar woorden ’t longernd vuur in volle maonnachten vlammend deur de venen. Daor kolkt ’t bloed van dolende dwazen”. Het is een eeuwenoude herinnering, maar…. ik denk erbij aan de keten op het platteland waar jongeren zich bij nacht en ontij klemdrinken of aan de agressieve en bedreigende monsters waarmee redeloze boeren van nu zich op de openbare weg begeven om hun argumenten kracht bij te zetten tegen de plannen van de regering om de verderfelijke uitstoot van ammoniak te stoppen. Het woedt in Drenthe en Westerhuis raakt een tijdsbeeld; alsof de mens niet verandert.

Dit Laand

Zij raakt “het raodsel van de tied” in de actieve, tegenwoordige tijd waarin zij schrijft, want, schrijft zij, “daor heur ie ’t geraos van gebreuken herten op zuuk …“ . Ja, waar zoeken die gebroken harten naar? Lees het zelf maar in de bundel. Ik blader door haar bundel, uitgegeven door de Stichting het Drentse boek, met gedichten in Nederlands en Drents. Met een gevoelig, bescheiden ontworpen omslag van Saskia Dingelstad.

Het tweede gedicht, “Dit laand”, verbindt haar fysiek met haar oergrond – “ik plas wild” – en, heel creatief, leidt me via een QR-code naar een Youtube filmpje waarin zij haar meest beroemde, ondeugende gedicht, de Peerdesmok, voordraagt. Daardoor kun je haar ook zien en horen: top.

In maanlicht zitten, wolken kieken, herinnering, het kerkhof, je leest een caleidoscoop van impressies waarin zij dwaalt door de lokale verleden tijd. In “Mien Opa”, dat je haar via de QR code op Youtube weer kunt horen voorlezen, vertolkt zij als boerendochter die diepe laag waarmee boeren verbonden zijn met hun “laand”, hun grond, hun eigendom. De boerenopstand in juni 2022 begrijp je dan beter.

Verder lezend ontmoet ik korte observerende schetsjes over sterven, de wiegende wilgen in het land en een beschrijvend, melancholisch gedichtje bij een schilderij van een meisje van schilder Dineke Kraaijeveld, die ook tekent voor enkele andere tekeningen in de bundel. Er hangt zwaarte overheen, ook bij de volgende stukjes zoals over een op vreemde wijze Betaalde Liefde en de Winter, maar dan eindelijk, op pagina 25, verandert het observeren in verlangen. Zij schrijft: “ik wil lentelust, bluiende forsythia’s” ~ “mit blote handen in de zwarte grond”.

Het blok Drents: leed en leven duikt eerst diep in de tijd met een impressie over wat Vincent van Gogh zag in zijn Drentse tijd. In de herfst van 1883 verbleef de toen 30-jarige schilder drie maanden in Drenthe. Zoals in Hollandsche Veld en Aalden. Westerhuis dicht Van Gogh toe dat hij armoede en pijn zag “die deur de roeten loert, waor de Dood op duustre dagen het jongste kiend ontvoert”. Dat schrijft zij heel mooi, poëtisch. Maar weer is het beeld zwaar, terwijl, als zij voordraagt, met haar heldere stem, je die last van het Drentse leven niet voelt.

Nederlands

In het dunne blokje in de Nederlandse taal: wat was en is, staan gedichten in het Nederlands en dat is voor mij toch toegankelijker dan de Drentse variant van de streektaal, het Nedersaksisch, waarin Westerhuis dicht. Zal zij zich in het Nederlands anders uitdrukken? Andere thema’s kiezen? Nou, “Dovend Vuur“ begint niet optimistisch, het gedicht, dat eerst haar vuur wil aanwakkeren, komt door gebrek aan brandstof niet tot leven. Abstracter is haar impressie van een impressionistisch schilderij van Kraaijeveld waarin Westerhuis diepere lagen van ons zielenleven in woorden wil vangen. Hier is geen relatie met het Drents meer en de onzekerheid in die vreemde wereld buiten Drenthe blijkt misschien groter dan in de veiligheid van haar moedertaal: “maar mijn ogen vluchten naar wat achter blijft”. Alsof zij terug wil naar het Drents. Zij lijkt haar emoties minder sterk te kunnen uitdrukken in het gestandaardiseerde Nederlands.

”Waden” is een geheimzinnig gedichtje over wegzweven van wat is, het omslaggedicht, gebaseerd op een schilderij van Saskia Dingelstad, beeldend kunstenaar uit Dalen, die ons mensen schetst in onze vaak vervreemdende habitat, waar dan ook in de wereld. Hierin verlaten zij samen Drenthe en trekken de wijde, hedendaagse wereld in. Of refereren zij toch aan de Wijze Vrouwen waar ik het zonet over had? Is de wijde wereld te groot. In “De Stad” - het gedicht dat denkelijk slaat op Meppel, waar haar “paarse pet opende deuren die de kroegbaas achter mij dichtte ver na middernacht” - neemt zij melancholisch afscheid van een tijd: “het is voorbij de stad heeft mij verlaten”, schreit zij, een levensfase van contemplatieve transitie schetsend die de coronatijd misschien versterkte.

Deze vijfde bundel van Ria Westerhuis (Oud Avereest 1959) is uitgegeven door de Stichting Het Drentse Boek met subsidie van de provincie Drenthe. Ria Westerhuis is daarmee uitgegroeid tot een prominente dichter die als geen ander het oer van Drenthe observeert en doorvoelt. Zij is ook een getalenteerde voordrachtkunstenaar en een lust voor oog en oor als zij uit haar werk voordraagt en daarmee een belangrijke draagster van de Drentse cultuur. De bundel kost €13,50 en is verkrijgbaar bij boekhandel Riemer Barth in Meppel en elders.

Nieuws

menu