Veteraan Jelmer Zwaan uit Meppel maakt kunstwerk voor zijn overleden luitenant: 'Ineens die klap. We wisten direct dat het niet goed was'

Voor de zeventiende keer vindt zaterdag de Nederlandse Veteranendag plaats. De dag is een jaarlijks eerbetoon aan de inmiddels meer dan 115.000 veteranen die zich hebben ingezet in dienst van de vrede. Amy van Son weet als marineveteraan hoe belangrijk het is om verhalen van missies te vertellen en ervaringen te delen. Daarom startte zij het project Helmen vol Verhalen.

Jelmer Zwaan: „Eindelijk kan ik alles in een project storten.”

Jelmer Zwaan: „Eindelijk kan ik alles in een project storten.” Foto: Martijn Bijzitter

De Arnhemse koppelt jonge veteranen aan kunstenaars met als doel het samenstellen van een reizende tentoonstelling die inzicht geeft in verhalen van (oud-)Defensiemedewerkers op missie.

Aan dit project levert Jelmer Zwaan (36) uit Meppel een wel heel bijzondere bijdrage. Hij maakte als militair niet alleen twee missies mee naar Afghanistan, hij is tevens boomkunstenaar en in die hoedanigheid voor Helmen vol Verhalen gekoppeld aan de ouders van zijn omgekomen luitenant Tom Krist. De 24-jarige Krist liet in 2007 het leven bij een zelfmoordaanslag in Uruzgan. Een aanval die Zwaan live meemaakte. „Het is een eer om dit veertien jaar later te doen. Deze is voor Tom, het thuisfront en het hele peloton”, aldus de jonge veteraan.

Jelmer Zwaan was in 2007 ruim vier maanden onderdeel van Task Force Uruzgan-3 (TFU-3) in Deh Rawod. De eerste Nederlandse Defensie-afvaardiging had Kamp Hadrian opgebouwd, de tweede het kamp afgebouwd. TFU-3 was het eerste bataljon dat buiten het kamp opereerde.

„Onze opdracht was contact te leggen met de plaatselijke bevolking en belangrijke personen. Hun vertrouwen winnen. We speelden met de kinderen, deden Hoofd, schouders, knie en teen . Ik kan me herinneren dat ze ons regelmatig vroegen: Waar is de Taliban? Veel van ons werk bestond uit de zogenaamde overwatch, met een helicopterview hielden we het omliggende gebied in de gaten. In de zon zitten en om je heen kijken. We noemden onszelf ook wel het vakantiepeloton.”


Gedurende drie maanden Deh Rawod was er voor de Nederlandse vredesmacht geen enkel gevaar. Gevochten werd er wel, maar dat was door de Engelsen, aan de andere kant van het hooggebergte. „We hoorden het. De Engelsen en Amerikanen hadden een totaal andere aanpak dan wij. Zij waren van de hard-knock, een deur intrappen en om je heen schieten. Wij waren van de soft-knock, de lieve aanpak. Op de deur kloppen en vragen of er iemand is. Wat op dat moment beter was? Ik weet het niet. Echt niet.”

Een dag als alle andere

Het was 10 juli 2007 toen Jelmer Zwaan in alle rust in de overwatch zat. Een dag als alle andere. Tot het moment dat beneden op de bazaar een man met een bomgordel zich tussen de mensen begaf, waar onder leiding van Tom Krist twee groepen van het Nederlandse peloton liepen, nietsvermoedend op weg naar de plaatselijke politiechef voor een goed gesprek. Een wandeling zoals ze al zo vaak hadden gemaakt.

„Een klap. BAM! Een paddenstoel”, doelt Zwaan op de kenmerkende vorm van de rookwolk die ontstond na de explosie. „Totaal uit het niets. Zie het als de markt in Meppel, die sfeer. En dan rijdt iemand het plein op en laat compleet onverwachts een explosief afgaan. We wisten direct dat het niet goed was. Én iedereen wist gelijk wat-ie moest doen. Je bent gedrild. Defensie is 90 procent observeren en 10 procent actie. Er was maar één ding: in de voertuigen en naar beneden, zo snel mogelijk.”

Luitenant Tom Krist overleefde de zelfmoordaanslag niet

Daar was de ravage niet te overzien. „Wat we aantroffen?” Zwaan kijkt voor zich uit. „Doden. Lichaamsdelen. Bloed.” Luitenant Tom Krist overleefde de zelfmoordaanslag niet en ook 22 tot 30 Afghaanse burgers lieten het leven. „De precieze aantallen weten we niet.” Ook zeven andere Nederlandse militairen raakten zwaargewond. „De één miste een been, de ander een oog. Het was verschrikkelijk. Voor ons was direct duidelijk dat Tom overleden was. Twee dagen later is hij in Nederland officieel dood verklaard. Ik was een van de weinigen die na de aanslag niet heeft gehuild. De spullen van Tom moesten uit de camp worden opgehaald, dat heb ik gedaan. Waarom ik? Misschien omdat ik een beetje hard overkwam, ik weet het niet. In mijn handen had ik zijn mes en zijn helm.” Hij slikt. Met natte ogen zegt hij: „Pas daarna heb ik gehuild.”

Even later wijst hij op de computer twee opeenvolgende foto’s aan. Treffender is de emotionele omslag voor het peloton door die ene klap op 10 juli 2007 niet in beeld te brengen. „Kijk, de ene dag ouwehoerden we door bij elkaar baarden op te plakken, de volgende dag zaten we naar brandende kaarsjes voor de foto van Tom te kijken.”

Na de zelfmoordaanslag sloeg de sfeer in het peloton om, herinnert Zwaan zich. „Vóór de aanslag waren Afghanen Afghanen, na de aanslag waren ze de moordenaars van Tom in onze ogen. De lol was eraf. Iedereen wilde zo snel mogelijk naar huis. We hebben de missie uitgezeten. Na een maand keerden we terug. Met acht man minder.”

‘Als we thuis zijn, drinken we met z’n allen een biertje’

„Tom had beloofd: als we thuis zijn, drinken we met z’n allen een biertje. Met dat in gedachten drinken we met een groep jongens van toen nog ieder jaar een biertje bij zijn graf in Berkel-Enschot, waarna we naar Toms ouders gaan. Het is veertien jaar geleden en we zien elkaar nog steeds. Tom had ons tijdens de missie gevraagd of we een volgende missie in Afghanistan ook zouden zien zitten. Ja. Zo spannend was het allemaal niet. We zaten te zonnen en te gamen en deden af en toe een actie. Kijken of de wegen veilig waren. We dachten: Als dit het is, gaan we volgend jaar weer. We zijn met z’n allen weer gegaan, voor Tom. Nee, ik heb niet getwijfeld. We hadden gezegd dat we zouden gaan, dus we gingen.”

'Het is goed dat ik in 2008 ben gegaan, zo ben ik niet in één uitzending blijven hangen'

En zo zat Jelmer Zwaan een jaar later weer in Afghanistan, met TFU-8 in Tarin Kowt, aan de andere kant van de bergen. „De situatie in 2008 was compleet anders. Deh Rawod waren dorpjes, Tarin Kowt was meer een grote stad. Het gebied was zoveel groter, je was niet in een halve dag terug op het kamp. In Deh Rawod hadden we geen normaal eten, in Tarin Kowt hadden we een keuken en een eetzaal. Tijdens de eerste missie hebben we veel zieltjes gewonnen, dat was er de tweede missie niet meer bij. We waren een Quick Reaction Force, veel meer een leger. Als chauffeur die op alle voertuigen kon rijden, heb ik veel hoge piefen rondgereden, zowel uit Nederland als uit Afghanistan. Het is goed dat ik in 2008 ben gegaan, zo ben ik niet in één uitzending blijven hangen.”

Na de tweede uitzending was defensie klaar voor hem. Dat kwartje viel tijdens de missie. „Het gebeurde me één keer dat ik mijn wapen niet had doorgeladen. Dat kan niet. Die ene seconde kan het verschil zijn tussen leven en dood. Ik moest voor de groep mijn verhaal doen. Dat me dit overkwam, maakte voor mij duidelijk dat ik moest stoppen.”

Werken met zaag, hout, bomen en nog meer bomen

Terug op Nederlandse bodem volgde hij zijn hart; werken met zaag, hout, bomen en nog meer bomen. „Dingen maken in plaats van kapot maken.” Dat hij als jonge veteraan, kunstenaar én getuige van de aanslag met de dood van Tom Krist tot gevolg, samen met de ouders van diezelfde Tom Krist een bijdrage kan leveren aan Helmen vol Verhalen, is een combinatie die vooraf nauwelijks te verzinnen was geweest.


Nog een kleine week en dan moet het kunstwerk staan. De tijd dringt maar in Zwaans hoofd is het houten beeld klaar. Nu moeten zijn handen en zijn zo geliefde kettingzaag het werk afmaken. Dat gebeurt in zijn werkplaats op het terrein van zijn ouders in Nijensleek. Voordat hij aan het werk ging, sprak hij uitgebreid met Marianne en Wil Krist. Een emotioneel gesprek vol herinneringen aan Tom als persoon en de zelfmoordaanslag in Deh Rawod, die voor het Nederlandse peloton zó onverwachts kwam en zulke desastreuze gevolgen had. „Eindelijk kan ik alles in een project storten. In het kunstwerk laat ik de verbinding terugkomen. Dat kwam ook uit het gesprek met Toms ouders. Vanaf dat ene moment ben je met elkaar verbonden, voor altijd.”

Tijdens het werk zit zijn overleden luitenant regelmatig in de gedachten van Jelmer Zwaan. „Voorafgaand aan de missie had Tom een tatoeage laten zetten met de tekst: Splijt een stuk hout en ik zal er zijn, raap een steen op en ik ben er. Deze lijfspreuk blijft altijd in mijn hoofd zitten. Ik splijt af en toe een stuk hout en denk aan Tom.”


'Het is goed dat ik in 2008 ben gegaan, zo ben ik niet in één uitzending blijven hangen'