Alie Tuut uit Nijeveen is op de kop af 94 jaar. 'Op naar de 100, ik doe mijn best'

Mensen om haar heen zijn ervan overtuigd dat ze 100 wordt. Ze krijgt het regelmatig met een vriendelijke lach te horen. Altijd lacht ze terug. Als ze in de koffiekamer van woonzorgcentrum Het Kerspel is bijvoorbeeld, waar de sfeer altijd goed is, de koffie rond 9.30 uur op tafel komt en op dinsdag rond het middaguur de geur van vis overheerst.

Alie Tuut.

Alie Tuut. Foto: Wim Goedhart

Vandaag (vrijdag) viert ze haar 94ste verjaardag. „Mijn oudste zus is 95 geworden”, zegt mevrouw Tuut, die nog zelfstandig woont aan de overkant van de weg in de Karspelstraat.

Weer die lach. Nee, aan een voorspelling waagt ze zich niet. Dat laat ze aan haar omgeving. Wat ze doet is zich gelukkig prijzen met haar goede gezondheid op deze leeftijd. Haar stok heeft ze binnen handbereik. In het geroezemoes tilt ze af en toe haar hand richting oor en haar kin iets omhoog als teken dat ze het gesprokene niet helemaal heeft verstaan. Toch nog even over die leeftijd. Haar ogen glinsteren. „Op naar de 100. Ik doe mijn best. Ik voel me goed, maar laat ik dat maar afkloppen”, en ze tikt met haar vuist op de houten tafel.

Modeshow

Ze is zojuist langs de kledingrekken in de gang van het Nijeveense zorgcentrum gelopen. Eerder die ochtend was er voor de bewoners een modeshow van een kledingwinkel uit Deventer, zoals vaker gebeurt. Daarna krijgen de bewoners de gelegenheid in de gang te snuffelen tussen de broeken, blouses en truien, op zoek naar iets nieuws.

Daar moet natuurlijk goedkeuring voor komen en dus wordt Hermina Hoekstra, welzijnscoördinator en activiteitenbegeleidster bij Noorderboog, regelmatig om een oordeel gevraagd. Alie Tuut: „Nee, ik heb niks gekocht. Er waren mooie dingen bij, maar ik had niet zo lang geleden al iets nieuws aangeschaft.”

Ideale plek

De mogelijkheid tot samenzijn in Het Kerspel grijpt Alie Tuut met beide handen aan. De plek is ideaal. Vanuit haar woning op de hoek van de Karspelstraat en Dominee V. Halsemastraat steekt ze de straat over en is ze ter plekke. „Als dit in de Schalle was geweest, was ik er niet naartoe gegaan”, verwijst ze naar het dorpshuis aan de rand van het dorp. „Dan zou ik afhankelijk zijn van anderen en dat wil ik niet.” Met haar huisje aan de overkant van de straat prijst ze zich zeer gelukkig. Het is gewild, zo weet ze. „Als ik mijn ogen dicht doe, is hij al verkocht”, zegt ze met een brede lach op het gezicht.

Aan de Karspelstraat heeft ze nog met haar man gewoond, na de langste periode met haar gezin woonachtig te zijn geweest in Kolderveen. „We zijn zestig jaar getrouwd geweest. Onze bruiloft was groot en ook het jubileum was een groot feest. Drie maanden later overleed hij. Alles komt altijd onverwacht. We zijn samen nog bij de activiteiten in Het Kerspel geweest, we hebben hier gedanst. En ik sta erom bekend dat ik heel goed maat kan houden! Het waren de ouderwetse dansen. De Duitse polka en de veleta. Nee, die zie je nu niet meer!”

Van geboorte is Alie Tuut een Wanneperveense. In het aangrenzende lintdorp net over de grens tussen Overijssel en Drenthe had ze een fijne jeugd. „Ik kom uit een gezin van vijf. In Wanneperveen had ik vriendinnen, het was er leuk. Wat ik me herinner van de oorlog? We hebben geen honger geleden. We hadden een grote groentetuin, dus er was altijd eten. Het hele jaar door. Ik lust alles, maar dat moest ook. Het was een moeilijke tijd, na 20.00 uur mocht je niet op straat. En ja, er werden in onze buurt ook huiszoekingen gedaan.”

Dansen met de liefde van haar leven

Toen ze ouder was, gingen ze naar IJhorst om te dansen, onder andere met de jongeman die de liefde van haar leven werd. „We hebben eerst gewoond in een klein huisje in Wanneperveen. In 1954 verhuisden we naar een boerderij in Kolderveen. Tussen het kleine huisje en de grens met Kolderveen zat dertig centimeter! Op de boerderij hadden we schapen, kippen en dus ook eieren”, lacht ze. „De koeien liepen in de wei, maar melkvee hadden we niet. We hebben drie kinderen gekregen. Onze zoon is overleden toen hij 54 jaar was. Ja, dat was vreselijk. We hebben altijd gezegd: Waren wij het maar. Maar je hebt het niet voor ’t zeggen. Onze schoondochter bezoekt me nog altijd.”

Alie Tuut redt zich nog altijd prima alleen aan de Karspelstraat nummer 2. „Mijn dochter doet de boodschappen en is tegelijk mijn hulp. Sinds de laatste paar maanden kook ik niet meer zelf. Ik eet maaltijden van de COOP. En op dinsdag eet ik in Het Kerspel tussen de middag kibbeling. Dan is de visboer blij en zijn wij blij. We kunnen elkaar niet missen.”

Coronaperiode was lastig

De coronaperiode was lastig, vertelt mevrouw Tuut. „Ik mocht niet meer met al mijn vriendinnen jokeren, het moest in kleiner gezelschap. Het was niet anders. Ik had heel weinig bezoek, mijn twee dochters kwamen nog. Het was een eenzame tijd, maar voor mij is er niet zoveel kapot gegaan als voor al die ondernemers.”

Half september werd er onder organisatie van Hermina Hoekstra een gezellige bootreis gemaakt naar Hattem met opstapplaats Meppel. Alie Tuut genoot. „Koffie drinken, mooie muziek en een warme maaltijd. ’s Ochtends tien uur weg en om zes uur weer terug. Gezellig met elkaar babbelen onderweg. En natuurlijk, op de boot heb ik flink gedanst!”