Boerenleider Sieta van Keimpema: 'De volgende crisis is alweer in de maak'

Hoewel corona de lijst met actuele crises domineert, en de klimaatverandering door de hevige wateroverlast steeds meer op de voorgrond komt, staat de stikstofcrisis nog steeds op de politieke agenda.

Sieta van Keimpema.

Sieta van Keimpema. Foto: ANP

Zo stuurde Carola Schouten, de demissionair minister van LNV op 20 juli de brief ‘Uitwerking managementmaatregelen melkveehouderij ten behoeve van stikstofreductie’ naar de Tweede Kamer. Sieta van Keimpema, voorzitter van de Dutch Dairymen Board (DDB) ziet in de brief dezelfde voorstellen als het Landbouw Collectief (LC) al in november 2019 heeft voorgesteld.

Van Keimpema is over de - door de minister voorgestelde - maatregelen wel tevreden, maar ze is niet te spreken over het feit dat het anderhalf jaar heeft geduurd voordat de plannen van het Landbouw Collectief serieus werden genomen. Ook over het feit dat de boeren geen compensatie krijgen voor de maatregelen kan Van Keimpema zich flink opwinden.

Maatregelen

minder eiwit in het voer, meer weidegang en water bij de mest.

Raad van State oordeelde dat het stikstofbeleid van Nederland niet deugde

De oorzaak van de stikstofcrisis is een uitspraak van de Raad van State in mei 2019 over de uitstoot van stikstof door verkeer, luchtvaart, industrie en veehouderij en de neerslag ervan in natuurgebieden. De Raad van State oordeelde dat het stikstofbeleid van Nederland niet deugde. Een teveel aan stikstof is schadelijk voor de natuur.

Vreemd genoeg kennen de ons omringende landen geen stikstofcrisis en dat terwijl België ook dicht bevolkt is en een hoge veebezetting kent. Hoe is dat toch mogelijk?

Sieta van Keimpema: „Dat komt omdat in Nederland de Habitat- en Vogelrichtlijn anders is beoordeeld en geïmplementeerd. In Nederland is bij het aanwijzen van Natura2000-gebieden gekeken naar ‘wensnatuur’. De gedachte was niet ‘wat groeit hier en wat moeten we beschermen’, maar ‘wat zou hier kunnen groeien’. Maar de Europese regels waren bedoeld voor instandhouding van soorten en niet voor wensdenken.”

Politiek stelde zeer scherpe neerslagwaarden voor stikstof vast

Toch begrijpt Van Keimpema wel hoe dit komt. „Als agrariër ga je ook met een doel voor ogen je land inrichten en bewerken. Dat hebben de natuurbeheerders ook gedaan.” Toenmalig Tweede Kamerlid Annie Schreijer-Pierik (CDA) maakte zich over de plannen van de natuurorganisaties al zorgen. Maar de politiek stelde toch zeer scherpe neerslagwaarden voor stikstof vast. „Door de dichte bevolking en de grote economische activiteit zijn het echter onhaalbare doelen. Nederland is eigenlijk een stadstaat. En twintig jaar later hebben we een ramp”, zegt de DDB-voorzitter.

De overheid had de gevolgen te laat in de gaten en moest iets doen. Vergunningen voor projecten waarbij stikstof vrijkomt werden sinds 2008 nauwelijks nog verstrekt. Henk Bleker, staatssecretaris in het kabinet Rutte I, kwam daarom in 2011 met de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Politici, waaronder opnieuw Annie Schreijer en deskundigen waarschuwden dat de PAS juridisch onhoudbaar was. Maar toch trad de PAS op 1 juli 2015 in werking.

Stikstofreductie in de toekomst is niet voldoende

PAS moest in de kwetsbare gebieden de hoeveelheid stikstof omlaag brengen. En daarnaast kregen economische activiteiten rondom Natura2000-gebieden meer ruimte. Het programma schreef voor dat een project stikstof mag uitstoten, mits de belofte werd gedaan de uitstoot in de toekomst te compenseren. De Raad van State oordeelde op 29 mei 2019 dat dit in strijd was met Europese richtlijnen. Een reductie in de toekomst is niet voldoende. Bij aanvang van een project moet stikstofreductie zijn aangetoond. „Hier had de Mobilisation for the Environment (MOB) die de zaak aanspande gewoon gelijk”, zegt de realistische boerenvoorzitter.

„In Den Haag is sindsdien een anti-veehouderijlobby aan de gang”, stelt de DDB-frontvrouw. „Er zijn eigenlijk twee soorten stikstof: NOx en NH3. De eerste wordt uitgestoten door verkeer en industrie en de tweede door de landbouw. Het kabinet Rutte III wil nu de uitstoot van NH3 (ammoniak) door de landbouw verminderen en de vrijgekomen stikstofruimte benutten voor de industrie, die NOx uitstoot. Maar dat is pollution swapping. En dat is door de Europese Unie verboden.”

‘De volgende crisis is alweer in de maak’

Sieta van Keimpema noemt het dan ook opmerkelijk dat de Raad van State de omruil van NH3 voor NOx toestaat. „Zo’n omruil, die dat ook wel ‘extern salderen’ wordt genoemd mag wel. De EU kan voor een periode van drie jaar toestemming verlenen, maar dan moet je dat voor 12 maart bij de EU aanvragen. En dat wordt niet gedaan. Dus de volgende crisis is alweer in de maak.”

„We rollen van crisis naar crisis. In de tijd van de melkquota bleef de fosfaatuitstoot onder het toegestane niveau. De afschaffing van de melkquota in 2015 zorgde voor een toename van het aantal koeien, waardoor Nederland meer fosfaat produceerde dan Europees was toegestaan. Boeren werden vervolgens gedwongen vee van de hand te doen. Nu willen enkele politieke partijen opnieuw de veestapel drastisch verkleinen.”

De minister komt deze maand dus met een plan dat gebaseerd is op adviezen van het Landbouw Collectief: minder eiwit in het voer, meer weidegang en water bij de mest. DDB mist echter de uitvoerbaarheid van de voorgestelde maatregelen. Ook het gebrek aan compensatie voor de voer- en weidegangmaatregelen zit de melkveehouders dwars.

Voermaatregel sneuvelde onder druk van boerenprotesten

„Met het wijzigen van het rantsoen moet je goed oppassen”, aldus Van Keimpema. Koeien kunnen onder andere klauwproblemen krijgen. De eerder door minister Schouten aangekondigde voermaatregel sneuvelde dan ook onder druk van boerenprotesten en dierenartsen. Toch ziet Van Keimpema wel mogelijkheden om minder eiwitrijk te voeren. „Al zal het Engels- of Italiaans raaigras echt niet plaatsmaken voor kruidenrijk grasland.” Er zullen andere grondstoffen in het rantsoen verwerkt worden, en die zullen ongetwijfeld duurder zijn. „Want als dat niet zo was, dan zaten die nu al in het rantsoen.”

Als de koeien meer in de weide lopen, ontstaat er minder ammoniak (NH3) doordat mest en urine niet bij elkaar komen en een chemische reactie aangaan. Dat is een voordeel, alleen de koeien vertrappen wel een deel van het gras, waardoor de boer extra voer moet bijkopen. De premie voor de beweiding bovenop de melkprijs compenseert dit maar ten dele.

Boer kiest die maatregel die het beste bij hem past

De derde maatregel is het verdunnen van mest met water. Ook dit draagt bij aan een lagere ammoniakemissie, omdat de mest zo beter kan infiltreren in de bodem en de benutting van de mest door de plant omhoog gaat. „Helaas mag dat van de minister niet op elke grondsoort”, geeft de DDB-voorzitter aan. Daarom stelde het Landbouw Collectief ook een cafetariamodel voor: de boer kiest die maatregel die het beste bij hem past.

De boeren willen wel, maar zonder compensatie gaat het niet op vrijwillige basis. Indien er geen vergoedingen van de overheid komen, dan zou de prijs van het product omhoog moeten. „Maar dan halen de supermarkten de producten uit het buitenland. Daarom protesteerden de boeren ook bij de distributiecentra van de grote supermarktketens.”

„Farmers Defence Force (FDF) is dan ook gekomen met het Keurmerk FarmerFriendly”, zegt Van Keimpema die tevens secretaris van deze belangenorganisatie is. „Door iets te betalen voor het keurmerk kunnen de supermarkten de boeren financieel ondersteunen. Helaas is het initiatief gestrand op de onwil van de supermarkten.”