Corine Volleberg gaat met pensioen en zet een punt achter zeventien jaar welzijnswerk in de gemeenten Meppel, Westerveld en Zwartewaterland. ‘De samenleving zat dichtgetimmerd’

„Kom maar op met die vrije tijd!” Corine Volleberg zwaait de deuren van de stal open. Zoals iedere morgen maakt ze haar twee paarden klaar om ze even later het weiland in te laten.

Corine Volleberg stopt tevreden. „Wijkgericht werken was er niet, maatschappelijk werk was er niet, ik vond dat mantelzorg onder welzijn hoorde, Westerveld en Zwartewaterland kwamen erbij, het cultureel centrum is financieel gezond."

Corine Volleberg stopt tevreden. „Wijkgericht werken was er niet, maatschappelijk werk was er niet, ik vond dat mantelzorg onder welzijn hoorde, Westerveld en Zwartewaterland kwamen erbij, het cultureel centrum is financieel gezond." Foto: Martijn Bijzitter

„Dit is mijn afdeling, Rinus kookt,” lacht Volleberg. Ze loopt langs de moestuin. Ze zal haar hart vandaag weer ophalen als ze de asperges steekt. Maar opgejaagd hoeft ze zich niet meer te voelen. Vanaf nu is de tijd aan haar.

Corine Volleberg gaat met pensioen en zet een punt achter zeventien jaar welzijnswerk in de gemeenten Meppel, Westerveld en Zwartewaterland.

„Of dit het juiste moment is? Je werk is nooit af, maar er ligt een fundament waar mijn opvolger op kan verder bouwen. Ik wilde het netjes achterlaten. Een paar dingen moesten af: het strategisch beleidsplan voor drie jaar, het cultureel centrum in Meppel netjes onderbrengen en ik wilde de eerste wijkcoöperatie in Koedijkslanden hebben staan. Onder die laatste hebben we onlangs de handtekeningen gezet. Het is goed zo. Of ik ging zweten toen mijn pensioen in 2019 ter sprake kwam? Nee, ik ging nog harder werken!”

Binnen de gemeentegrenzen wonen

Corine Volleberg (66) schenkt de koffie in in haar fraaie tuin. De boerderij en het land vormen een schitterende plek aan de Veendijk. Het zag er in 2004 niet naar uit dat ze toestemming zou krijgen om hier te gaan wonen. Vanuit Nieuwe Pekela werd ze in Meppel aangenomen als directeur van Stichting Welzijn Meppel. Een voorwaarde was dat ze binnen de gemeentegrenzen kwam wonen.

„Ik ben tot aan Peter den Oudsten geweest,” lacht Volleberg, verwijzend naar de toenmalige burgemeester van Meppel. „Ik had mijn paarden en wilde een boerderij. De huidige werkboerderij aan de Bremenbergweg stond leeg en er was nog een boerderij tussen Nijeveen en Meppel te koop. Beiden niet naar ons zin. Dus ik zei: Ik wíl wel naar Meppel, maar Meppel wil mij niet! Oké, dan halen we die regel eruit, kreeg ik te horen. En zo zijn we hier neergestreken.”

‘Wanneer komt die achterstandsbuurt nou?’

Veendam, dat in haar vorige werkgebied lag, is iets anders dan Meppel, kwam Volleberg al snel na haar overstap achter. Met een medewerker van Welzijn Theo Kos fietste ze voor een kennismaking door de stad. En door de Haveltermade. „En ik maar afwachten: wanneer komt die achterstandsbuurt nou? Ik vond het fantastisch, want de grote problemen die ik kende, wilde ik voorkomen. Ik wilde er zijn voor de inwoners, manoeuvreren, balanceren, een goede relatie onderhouden; daar zat de grote uitdaging.”

Vollebergs eerste ingreep in Meppel was het afschaffen van het doelgroepenbeleid. „Ik ben altijd voor een integrale aanpak. In een wijk wonen jong en oud. We startten met het wijk- en dorpsgericht werken. De mensen intern wilden mee. Door de decentralisatie van overheidstaken schoven gemeenten op. Dan moet je zelf een scherpe visie hebben.”

„Ik kreeg opdrachten van de gemeente, maar ineens dacht ik: wacht, straks doe ik helemaal niks goed. En toen ben ik zelf mijn opdracht gaan schrijven, vanuit mijn hart. ’s Avonds om 21.40 uur heb ik op de knop gedrukt en gemaild naar wethouder Henk ten Hulscher. Henk zei: Dit wil ik! De volgende dag kwam ik bij hem met een big smile naar buiten, maar wat was het spannend! Maar als het niet goed was gevallen, had ik in ieder geval naar buiten kunnen lopen zonder dat ik mezelf had verloochend.”

Kernpunten: preventie, vroegsignalering en zichtbaarheid

Vroegsignalering, preventie, wijkgericht, zichtbaarheid; het werden kernpunten. „Een welzijnsorganisatie helpt inwoners een veilig en gezond leven te leiden. Welzijn kan altijd van betekenis zijn door twee vragen te stellen: zit je lekker in je vel en wat beteken je voor een ander? Veel van deze visie is bevestigd door corona. Er moest iets gebeuren. De samenleving zat zo dichtgetimmerd dat we zouden stikken. Het vrije was weg.”

Onder meer door een pleidooi van Volleberg kwamen welzijnsmedewerkers tijdens corona onder de cruciale beroepen te vallen. „Het personeel moest aan de bak en dat hebben ze echt fantastisch gedaan, daar ben ik zo trots op! Van de ene op de andere dag hadden we een corona actieteam en iedere maandagochtend overleg. Hoe staan we ervoor? Hoe is het contact met bewoners? Waar lopen we tegenaan? Het breekt je hart als mensen niet naar activiteiten kunnen. Daarin zijn we zo creatief geweest. Het contact met de wethouder liep puur telefonisch en bij vragen zei hij: Doe wat nodig is. Ik dacht: Dit wil ik zo houden!”

Fusie met Westerveld

In 2008 besloten Stichting Welzijn Meppel en Stichting Welzijn Westerveld tot een fusie. Aanleiding was ziekte van de toenmalige directeur van Westerveld. „Ik dacht: dat doe ik er even bij. Westerveld was totaal anders. Het was een sociaal-culturele instelling, een activiteitenfabriek. Tijdens een avond zaten we met de twee besturen bij elkaar en aan het eind zeiden we: Waarom gaan we niet fuseren? Ik vond het een interessant idee. Onze positie werd sterker, we konden van elkaar leren, echt een meerwaarde.”

De fusie werd beklonken en Volleberg werd directeur-bestuurder van de gehele organisatie. Ook Zwartewaterland klopte bij haar aan en zo is inmiddels de sterke organisatie Welzijn MensenWerk ontstaan, werkzaam in drie gemeenten, bestaande uit een kleine zeventig mensen.

Met tevredenheid punt achter carrière

„Ik ben er echt trots op wat er in Westerveld staat. We hebben écht vernieuwd. De dorpsnetwerker roept de partijen bij elkaar. In Westerveld heerst zo’n fijne sfeer. Ze maken meer gebruik van hun kennis en kunde. Daar sluit ik met de gemeente een contract voor vier jaar, dat durven ze in Meppel nog steeds niet. Juist dat vertrouwen wil je, dat wil je voor je inwoners.”

Volleberg zet met tevredenheid een punt achter haar carrière. Ze heeft in zeventien jaar het nodige bereikt. „Wijkgericht werken was er niet, maatschappelijk werk was er niet, ik vond dat mantelzorg onder welzijn hoorde, Westerveld en Zwartewaterland kwamen erbij, het cultureel centrum is financieel gezond. Kijk, ik ga geen schoenen verkopen, maar ik ga ook niet op de winkel passen. Wat ik nu ga doen? Eerst uitrusten. Vakantie voelen en dan zie ik wel. Als ik iets mis, zoek ik het wel op.”