De Buren van... Klaas en Geesje van Gijssel runnen 25 jaar Minicamping Oltenbarg. 'Ik ben met de camping vergroeid’

De Duitse steekt haar hoofd om de hoek. Of ze het verschuldigde bedrag van hun verblijf op de camping even mag betalen. Geesje van Gijssel schiet op uit haar tuinstoel en legt in haar allerbeste Duits uit dat ze de euro’s kan overmaken. Een kwartiertje later meldt zich de volgende gast.

Klaas en Geesje van Gijssel.

Klaas en Geesje van Gijssel. Foto: Martijn Bijzitter

„Waar kan ik het afvalwater laten?” Hij mag de camper naast de schuur rijden, geeft Geesje aan. „Dan sluiten we zo even de slang aan.” Ze draait haar hoofd. „Zo ziet mijn dag er een beetje uit!”

En dat bevalt haar maar wat goed. Al 25 jaar maar liefst runt ze samen met haar man Klaas Minicamping Oltenbarg in Wanneperveen. Geesje: „Nee joh, we zijn er niet zo mee bezig dat het al 25 jaar is. Dat gaat vanzelf. Maar wat gaat de tijd dan toch snel, hè? We wonen hier ook alweer 32 jaar. Na ons trouwen gingen we naar Nijeveen, toen naar Havelte, toen nog een keer naar Nijeveen en toen naar deze plek. Ze hebben onderzocht dat mensen in hun leven gemiddeld vier keer verhuizen, dus nu moeten we hier wel blijven, haha!”

Gemeenschapszin

Waar ze het liefst woont? „Zeker weten in Nijeveen. Klaas is er geboren, ik kom uit Koekange. In Nijeveen is alles, in Wanneperveen is bijna niks meer. Het is dat we hier een goede plek vonden om te boeren, anders had ik niet de keuze gemaakt om naar Wanneperveen te gaan. Hier is lang niet zoveel gemeenschapszin als in Nijeveen. Dus ja, ik zou best terug willen, maar niet naar de nieuwbouw. Gek eigenlijk, dat ik dat zeg. We hebben nooit in nieuwbouw gewoond, we komen allebei van de boerderij, dus ik weet helemaal niet hoe dat is!,” lacht ze zichzelf uit. „Ach, het is een gevoel.”

„We zijn allebei 65, dus we moeten toch langzaam een beetje kijken hoe het verder gaat, dat is nog wel een dingetje. Onze jongste zoon wil de camping wel overnemen. In het achterste deel van de boerderij is best plaats om appartementen te bouwen. Zouden wij wel ideaal vinden voor onszelf, maar onze zoon wil dat niet. We zien het wel, misschien komt er iets op ons pad. We hebben geen haast om weg te gaan. Als we de camping niet meer zouden hebben, zou ik het enorm missen. Ik heb het zo lang gedaan, ik ben ermee vergroeid.”

Plekje in de schaduw

Het is nog vroeg als Geesje een plekje in de schaduw heeft aangeboden om een kop koffie te drinken. Klaas is al vertrokken. „Hij zit nog voor 32 uur in de transport. De camping is dus vooral mijn baan. In de winter zou ik er wel een baantje bij willen hebben, maar vind maar eens wat. Ja, schoonmaken kan, maar dat kan ik in mijn eigen huis ook wel!”

De camping is goed gevuld, vertelt ze. Waar 25 jaar geleden het maximum aantal plaatsen aan de Veneweg 71 op 15 lag, mogen Geesje en Klaas nu 25 plekken op hun terrein gevuld hebben. „Het is extreem druk dit jaar.” Een rondje over het terrein geeft niet het gevoel dat het overvol is. „Weet je hoe dat komt? We hebben de campers allemaal dwars opgesteld, zodat gasten voor hun camper kunnen zitten. Op grotere campings staan ze allemaal in een rijtje naast elkaar, dan kun je er meer kwijt. Gasten zijn positief verrast dat we het zo hebben staan. Ze kunnen heerlijk over het weiland uitkijken. En tegenover staat niks, hooguit een keer een tentje. Kijk”, en Geesje wijst naar het veldje waar het echtpaar Van Gijssel ooit het kampeerterrein begon. „Die prachtige grote eikenbomen waren 25 jaar geleden net zo groot als de sprietjes die we daar tegen het weiland hebben staan. Maar díe sprietjes gaan wij niet meer groot zien worden. Tenminste, ik zou niet weten hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen!”

‘Werken is de beste leermeester’

Ze volgde 25 jaar geleden een cursus en verder is een camping runnen volgens Geesje vooral dóen. „Werken is de beste leermeester. Door de jaren heen heb ik veel ervaring opgedaan. Ik weet nog heel goed dat de cursusleidster zei: Neem nooit een speeltoestel. Hoe goed je het ook voor elkaar hebt, als een kind ervan afvalt, ben je altijd verantwoordelijk. Dat heeft indruk gemaakt.”

Gastvrijheid en een goed aanspreekpunt zijn de belangrijkste dingen die Geesje haar gasten wil bieden. Naast de website verloopt de beste reclame volgens haar immers van mond-tot-mond. „Daar kun je niet tegen adverteren. Natuurlijk zijn er ook weleens mensen die ontevreden zijn. Dan krijgen we te horen dat het gras te lang is. Nou, daar moet je bij Klaas niet mee aankomen! En iemand zei dat we niet op de website hadden geschreven dat hiernaast een kinderdagverblijf zit. Tja! Weet je hoeveel vliegtuigen hier per dag overvliegen die lawaai maken? Ach, door de jaren heen leer je hiermee om te gaan.”

Op de momenten dat ze even weg willen, staat nu al hun zoon klaar om voor een periode de boel waar te nemen. Zo stond voor Klaas en Geesje vorig jaar een trip naar Canada op het programma. Corona gooide roet in het eten. „Dat zouden we graag nog eens doen. En dan daar een route langs boerderijen. Acht dagen. Of dat niet wat kort is als je zo’n eind gaat vliegen? We zijn gauw tevreden. Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.”