De Liberté is het grootste historische vaartuig in de grachten van Meppel

Jan Hogenkamp en Jan Vrielink zitten aan een grote tafel in het restaurant van Pannenkoekenschip De Liberté aan de Stoombootkade in Meppel. Vrielink (72) toont Hogenkamp (75) oude foto’s van het schip. Elke foto levert een herinnering op.

Jan Vrieling (links) en Jan Hoogenkamp.

Jan Vrieling (links) en Jan Hoogenkamp. Foto: Leo de Harder

Vrielink is 25 jaar eigenaar van het schip geweest. Hij verkocht het enkele jaren geleden aan Hogenkamp, die ook eigenaar is van restaurant Sukade in Meppel en De Sukerieje in Dalfsen. Vrielink op zijn beurt bestierde naast de Liberté ook het theaterrestaurant ‘t Schellinkje in Meppel. Inmiddels geniet hij van zijn pensioen.

De Liberté is een tweemast klipperaak uit 1901. Het was oorspronkelijk een zeilschip van 40 meter lang en 6 meter breed met twee masten en een waterverplaatsing van maximaal 275 ton. het werd gebouwd op de werf van Bodewes in Millingen aan de Rijn. Rond 1930 kreeg het vaartuig een hulpmotor, waarbij de schroef met een stang langs de zijkant van het schip werd voortbewogen. Pas rond 1940 werd de motor in het schip geplaatst met een schroef aan de achterzijde. Inmiddels is de motor uit het schip verwijderd.

Einde van de vrachtvaart

De klipper heeft onder verschillende namen door ons land gevaren: eerst als zeilklipper onder de naam Frederika, als motorvrachtschip met de naam Jowi, vanaf 1963 als Fraternité. Rond 1978 kwam er voor het vaartuig een einde aan het vervoer van vracht. Vanaf 1979 werd het de woonboot van J. Zeilstra in Hasselt onder de naam Liberté. In 1993 nam Jan Vrielink het schip over van Ton Dolmans die het schip in Amsterdam gebruikte als atelier waar modelschepen werden gemaakt en gerestaureerd.

Dolmans had de masten, verstagingen en de boegspriet in oorspronkelijke staat teruggebracht en het schip zou een ligplaats krijgen in de haven van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Maar het liep dus anders. Vrielink kocht de authentieke klipper als aanvulling op de rustige zomerperiode voor ’t Schellinkje. ’s Zomers zijn er geen voorstellingen in Schouwburg Ogterop en is het rustig in het theaterrestaurant. De pannenkoekenboot zorgde voor klandizie en werkgelegenheid buiten het theaterseizoen.

Het schip moest echter van Zaandam, waar het schip was gekeurd, naar Meppel worden gevaren. „Het was februari”, zegt Vrielink. „Met korte dagen. De ingehuurde schipper gooide eerst de tank vol diesel en schafte 120 meter touw aan. In het eerste uur was ik al 1500 gulden lichter. Pas rond half twaalf waren we bij de Oranjesluizen. Ter hoogte van de Ketelbrug was het al donker. Maar we besloten toch door te varen. Met een piepklein lampje in de mast werd Zwartsluis gepasseerd en rond half acht kon veilig worden afgemeerd bij scheepswerf De Kaap.

‘Met drie restaurants kun je flexibeler het personeel inzetten’

De huidige eigenaar, Jan Hogenkamp herkent zich in die filosofie. „Met drie restaurants kun je flexibeler het personeel inzetten”, zegt hij. Hij heeft na de overname het schip grondig aangepast. Zo sneed hij op de werf van Wout Liezen een stuk uit de romp. Daardoor kon de toegangsdeur naar het restaurant een meter lager worden geplaatst, waardoor de loopbrug van de kade naar de boot kon verdwijnen.

Het idee om de loopplank geschikt te maken voor mindervaliden kostte Hogenkamp bijna het leven. Tijdens het inmeten van de ophangpunten van de verlaagde loopplank, kwam hij met zijn handen klem te zitten tussen de stangen van de luifel en de reling van het toen nog aanwezige toegangsplatform. Met veel kracht wist hij zijn handen los te krijgen door achteruit het water in te springen. De luifel - inclusief de stalen loopplank - viel vervolgens ook in het water, bijna bovenop de horecaondernemer. Het was een geluk bij een ongeluk dat Hogenkamp niet vast kwam te zitten onder het ijzeren gevaarte. Maar daarmee was het avontuur nog niet ten einde. Als drenkeling kom je onmogelijk zelfstandig de steile kade op. Meppelers Stef Pastoor en André Drees wisten de kletsnatte en ijskoude Hogenkamp uit het water te krijgen.

Inmiddels heeft het pannenkoekenschip ruimte voor honderd personen, is er een lift voor rolstoelgebruikers aangebracht en is er airco aanwezig. Kortom: het vaartuig is historisch van buiten, maar van binnen van alle gemakken voorzien. Vanwege de authentieke uitstraling en de bijzonder fraaie ligplaats is het een van de meest gefotografeerde objecten in Meppel.

Varend erfgoed in Meppel

Alle nog behouden historische vaartuigen in de grachten van Meppel zijn in handen van particulieren, die hun schip vaak letterlijk van de sloop hebben gered. De schepen worden zonder subsidie, met veel liefde en kennis in de vaart gehouden. De Meppeler waterbewoners zijn trots op hun schip en ze zijn verknocht aan hun manier van wonen. Dit is het slot van een zomerserie over schippers, over de passie voor hun schip, hun drijfveren en het wonen op het water.