De buren van... Jeanne, Ton en Ronald Roos uit Meppel. ‘Niet verder springen dan je polsstok lang is’

Ruim 52 jaar woont hun verstandelijk beperkte zoon Ronald bij hen in huis. Binnenkort verhuist hij naar Koekange om te gaan wonen bij zijn zus Esther (54). Het zal een bijzonder moment zijn voor Ton (79) en Jeanne (79) Roos die altijd met zoveel liefde met hun ‘Ron’ hebben samengeleefd, hem hebben begeleid en zoveel moois met hem hebben beleefd.

Jeanne, Ronald en Ton Roos

Jeanne, Ronald en Ton Roos Foto: Frens Jansen

„Esther zei in de derde klas van de lagere school al: ‘ik ga voor m’n broer zorgen’. Het gaat nu echt gebeuren. Haar man staat er helemaal achter. Het is fantastisch”, vertelt Jeanne. „Natuurlijk heb ik haar gevraagd: ‘Esther, wil je dat wel?’ Ze zei: ‘Mam, waar heb je het over?’ Het was in kannen en kruiken. Voor ons als ouders is dat mooi om te zien. Onze andere zoon Clemens en onze schoondochter voelden zich ook altijd al zo verantwoordelijk.” En Ton: „We zijn erg blij met de borging van Ronalds zorg. Ronald kan simpelweg niet in een tehuis wonen. Hij hoort in een vertrouwde omgeving.”

Als jonge ouders kregen Jeanne en Ton, geboren in Nijmegen en via Arnhem en de Noordoostpolder terechtgekomen aan het Ruskenstuk in Meppel, te horen dat hun tweede kind een lichamelijke beperking heeft. Jeanne: „Aanvankelijk werd er door de medici luchtig over gedaan, maar als ouder weet je dat er iets niet goed is en dat hij ook in de ontwikkeling een achterstand heeft. Tot we na vele onderzoeken de mededeling kregen: ‘Uw kind is zwaar gehandicapt’. Dan vraag je je af wat dat betekent. De arts zei: ‘Dat weet u toch wel?’ Ongelofelijk. Ik moest janken, natuurlijk.”

'Als Ronald iets deed wat niet mocht, kreeg hij net zo goed straf. Hij hoorde er gewoon bij'

Ton: „Uiteraard was het schrikken, maar wij hebben de instelling: kunnen we er wat aan doen, zo niet dan kop in de wind en er tegenaan. Dat hebben we hiermee ook gedaan. We hebben Ronalds lichamelijke en verstandelijke handicap geaccepteerd. Ons motto: Je moet kijken naar de mogelijkheden, niet naar de onmogelijkheden.” Volgens Jeanne hebben de andere kinderen er nooit onder geleden. „Als Ronald iets deed wat niet mocht, kreeg hij net zo goed straf. Hij hoorde er gewoon bij.”

Kop in de wind en er tegenaan

Kop in de wind en er tegenaan, hun credo, brengt Ton en Jeanne nog steeds waar ze maar wezen willen en bij wat nog binnen hun mogelijkheden ligt. Zo zat Ton onlangs nog op dak en schilderde de gehele buitenzijde van het huis. Gezekerd, dat wel, want het verstand zegeviert. Hij lacht. „Er zijn mensen die het spannend vinden. Dan zeg ik: Dan kijk je toch niet?” Waarop Jeanne zegt: „Of het van mij mag? Hij doet het toch wel!”

Ronald gaat dagelijks naar de dagbesteding van Cosis in Meppel. Zijn grote liefde is Melodica, een orkest voor mensen met een verstandelijke beperking in Emmeloord. Ton hielp de stichting 35 jaar geleden bij de oprichting en is sinds 1987 dirigent en tevens voorzitter. Ook Jeanne doet veel werk. Wekelijks reizen ze op woensdagavond naar Emmeloord, het orkest treedt zo’n zes keer per jaar op. Ton: „Iets starten is makkelijk, maar het volhouden, is moeilijker. Als je ergens aan begint, moet je het ook afmaken.”

Na de stille coronaperiode start Melodica weer op. „Het is niet niks. Wij zeggen ook weleens tegen elkaar: is het nou alweer woensdag?,” vertelt Jeanne.

Het goed laten functioneren van het orkest vereist veel werkzaamheden zoals muziek bewerken zodat de orkestleden deze kunnen spelen, repareren van instrumenten, alles op- en afbouwen en de geluidsinstallatie instellen. Ton: „Maar we doen het niet alleen. Een groep van ongeveer twintig vrijwilligers zorgt er samen voor dat het orkest kan musiceren.”

Jeanne vult aan: „Inmiddels is het op- en afbouwwerk mij te zwaar. Als ik nu kom, duik ik het keukentje in met mijn rollator en lever daar mijn bijdrage. Dat was even wennen, want dat was ik niet gewend. Ik doe nog wel mee, maar niet meer zoals ik zou willen.”

Ergernissen hebben zich opgestapeld

De ergernissen over de omgang met verstandelijke beperkte mensen hebben zich bij het echtpaar door de jaren heen opgestapeld. Ton: „Mensen vinden vaak dat we hen altijd maar aan de gang moeten houden. Waarom? We zitten zelf toch ’s avonds ook voor de televisie? En zelfs nog met een biertje. Waarom mogen zij dan niet voor de televisie zitten? Er wordt vaak voor mensen met een verstandelijke beperking van alles bedacht wat ze moeten doen zonder dat hen iets wordt gevraagd.” Jeannes grootste ergernis? „Als ze spreken over kindertjes. Daar krijg ik de rillingen van. Het zijn volwassen mensen.”

En zo vinden zij dat het bij Melodica, net als bij ieder ander orkest, aan niets moet ontbreken en alles goed moet staan. „Wij zijn geen bijzonder orkest, onze manier van spelen is bijzonder. De muzikanten lezen geen noten, omdat ze die ook niet kúnnen lezen. Dat gaat met kleuren, maar minder is het niet”, vertelt Ton.

Hij heeft er een hekel aan als „zijn mensen” niet serieus worden genomen. Als voorbeeld noemt hij hun optreden op Bevrijdingsdag in 2001 in Almere, waar minister-president Wim Kok een bezoek bracht en ook televisie aanwezig was. „Van de geluidsmensen van de televisie moest ons mengpaneel weg. Maar zij wisten niet wat ze moesten doen! We spelen meerstemmige muziek en doordat de geluidsmensen van tv dit niet goed mengden, was de muziek niet goed te horen. Ik heb er een hekel aan als onze mensen voor de gek worden gehouden. Daarom heb ik ook geen waardering voor Paul de Leeuw. Hij voert geen gelijkwaardig gesprek, want je weet: de grap die hij maakt, kan die ander niet maken.”

Zelfredzaamheid

Hun leven met Ronald heeft Jeanne en Ton veel geleerd. Ze weten wat ze willen en laten niemand anders over hun zoon beslissen. Het heft ligt volledig in hun handen. Ton: „Toen wij van een neefje hoorden dat Ronald op school alleen maar in de hoek zat, hebben we hem er direct afgehaald. Wij waren erop tegen dat Ronald leerde lezen. Je kunt iemand het trucje leren om te lezen, maar als je niet begrijpt wat je leest, dan heeft het geen doel. Ronald ziet tekens als beelden, maar kan niet lezen. Je moet niet verder springen, dan je polsstok lang is. Wij vinden het belangrijker dat Ronald zijn veters kan strikken en met mes en vork kan eten, zodat hij in een restaurant kan eten. Wij vinden sociale vaardigheden en zelfredzaamheid een stuk belangrijker.”

Over een week of vier volgt de definitieve verhuizing van Ronald. „Wij zijn nuchter, maar het zal best even moeilijk zijn”, aldus Jeanne. En Ton: „Wij genieten, als hij het daar ook naar zijn zin heeft en geniet. En daar hebben we het volste vertrouwen in.”