De buren van... Nico Stam en Petra van ’t Hof, Polderstraat 1, Nijeveen. ‘Als hij praat, houdt hij niet meer op’

Hij is vanmorgen om 7.00 uur al van huis geweest. Er moest bij een keukenklus nog even iets gereedgemaakt worden. Nu zit Nico Stam (58) aan de eettafel en slaat zijn laptop dicht. Hij heeft de praatstoel genomen. Of het nu de vrijwilligersreis naar Bolivia is of de lijdensweg die hij onderging met zijn gebroken rug, de details komen boven tafel.

Nico Stam en Petra van 't Hof.

Nico Stam en Petra van 't Hof. Foto: Daan Prest

Alles met schwung, zwaaiende armen en vaak een lach op het gezicht. Zijn vrouw Petra van ’t Hof (47) weet wie ze na ruim twintig jaar voor zich heeft. „Als je hem laat praten, houdt hij niet meer op”, lacht ze.

Haar accent verraadt een andere afkomst dan het Drentse Nijeveen. Hendrik-Ido-Ambacht is de plek die Petra verliet om de liefde achterna te reizen. Via een woning in de Albert Keijzerlaan is het stel nu alweer jaren gesetteld aan de Polderstraat. Petra en Nico hadden het recht op koop toen zij het huurhuis betrokken. Dat was een mooi vooruitzicht. Zo hier en daar werden al de nodige dingen in de woning aangepakt. „Toen besloten ze van hogerhand ineens dat de koop van deze twee rijen huizen niet doorging. Heel apart. Gelukkig heb ik wel een grote schuur mogen bijbouwen. Daarin heb ik twee keukenshowrooms staan”, vertelt Nico.

De bestelbussen naast de woning verraden dat vanuit Polderstraat 1 de zaak Nieuwe Keuken wordt gerund. Geen megawinkel, niet een plekje op een woonboulevard. „Hoe ze me weten te vinden? De verhalen gaan van mond tot mond. Blijkbaar doe ik toch iets goed bij de klanten!”, lacht hij. „Maar ik denk ook dat zeventig procent van Nijeveen niet weet dat ik hier een keukenzaak heb.” Petra vult aan: „Weet je, als Nico de keuken doet, komt er één poppetje. Dat wordt gewaardeerd. De klanten hebben niet te maken met het feit dat ze drie of vier mensen moeten bellen of over de vloer hebben.”

Vaste supporter

Petra heeft haar plekje gevonden in Nijeveen. Wat heet. Ze was samen met Nico zelfs tijden vaste supporter naar uitwedstrijden van de korfballers van DOS’46, de club die bij Nico zo geliefd is. Petra: „Maar dat deed ik niet meer, want het betekent zaterdag om 14.00 uur weg en na middernacht thuis. Ik vond het wel goed. De veldwedstrijden vind ik niks aan, in de zaal ga ik thuis wel kijken, als het weer kan. Maar ik blijf niet hangen in de kantine, dat vind ik allemaal veel te druk. Ik vraag of Nico voor mij een weg naar de uitgang baant en dan ga ik naar huis!”

'Ik vond dat ze zich niet zo aan moest stellen. Het vliegtuig brengt me overal, zei ik'

Een vrijwilligersreis naar Bolivia in 1999 bracht de in Belt-Schutsloot geboren Nijevener en de inwoonster van Hendrik-Ido-Ambacht in contact met elkaar. Nico: „Mijn vorige huwelijk, waaruit ik drie kinderen heb, liep stuk. Ik wilde iets doen om mijn hoofd leeg te maken. Deze reis om een school te gaan bouwen in Bolivia, kwam op mijn pad. Mijn moeder zei: Waar begin je aan, je komt op plekken waar je niet wilt wezen. Ik vond dat ze zich niet zo aan moest stellen. Het vliegtuig brengt me overal, zei ik.”

Prima kennismaking

Het reisgezelschap bestond uit mensen uit verschillende delen van Nederland, ook uit Hendrik-Ido-Ambacht. Zo kwam de ontmoeting tussen Petra en Nico tot stand. Een prima kennismaking, al moest Petra aanvankelijk weinig hebben van de groep uit Zwartsluis, waar Nico toe behoorde.

Ze vertelt: „De Zwartsluisgroep bepaalde alles. Ik heb heel snel gezegd: Dat gaan we zo niet doen! Voor één reisgenoot moest er onderweg een nieuw paspoort komen, omdat hij het verkeerde had meegenomen. Dat kostte 1200 euro. Wij vonden dat we dat uit de pot moesten betalen, iemand kan dat niet zomaar ophoesten. Zwartsluis vond van niet. Ik vond dat gek. Je bent een hele periode met elkaar op pad en moet toch zorgen dat je het samen kunt vinden. Met een klein groepje ben ik op pad gegaan en heb ik net zolang gepind tot we het bedrag bij elkaar hadden. Toen we terug waren, hebben we het geld op tafel gesmeten. Alsjeblieft, zeiden we.”

Een belevenis werd de reis in ieder geval wel. „We zijn via Chili gereisd. Doodeng”, herinnert Petra zich. „Ze houden je met een mitrailleur in de gaten als je naar de wc gaat. In Bolivia ga je terug naar de Middeleeuwen. Het is echt een derdewereldland.” Terug in Nederland hield het duo contact. „Nico vroeg of hij eens een bakkie mocht komen doen. Ik wist in welke situatie hij zat, want ik ben zelf ook een keer gescheiden”, vertelt Petra, die bij Noorderboog werkt op een locatie in Meppel waar jong dementerende mensen wonen.

Terug naar mijn jeugdjaren

„We zijn naar elkaar toegegroeid. Omdat hij drie jonge kinderen had, kon ik moeilijk zeggen: Kom maar hier naartoe. Dus hebben we hier gekeken. Als ik het niet zou zien zitten, zouden we de boel verkopen. Ik ben hier teruggegaan naar mijn jeugdjaren. Toen was Hendrik-Ido-Ambacht zo klein als Nijeveen nu. Onze zoon Arnoud, die nu 19 jaar is, is net zo opgegroeid als ik. Ik heb het hier prima naar mijn zin, maar Ambacht blijft mijn thuis.”

Deze week rondde Nico een bijzondere klus af. Op het werk van Petra leverde hij een buitenkeuken af. Deze is zo in elkaar gezet dat iemand in een rolstoel daarin eenvoudig zijn of haar potje kan koken. „Petra kwam met de vraag en ik ben gaan kijken wat er mogelijk is. Ik weet ook dat in de zorg het geld niet voor het oprapen ligt. Dit zijn leuke dingen. Het is toch mooi als je zoiets voor elkaar kunt doen?”