Gert en Ellen Koopman.

Ellen en Gert Koopman wonen aan de Binnenweg in Nijeveen: 'We hebben hier onze rust gevonden' | De buren van

Gert en Ellen Koopman. Foto: Wim Goedhart

„Wij zitten al in de zon, hoor. Heerlijk! Je kunt hier heel snel zitten in de ochtend. Zeker nu, als de wind uit het noordwesten komt.” Voor een van de eerste woningen aan de linkerkant van de Binnenweg, in Nijeveen beter bekend als het Kabouterdorp, zitten Ellen en Gert Koopman op een bankje tegen hun huis aan.

Vrolijk. Zoals vrijwel altijd, zal later blijken. „Je moet je auto even aan het begin zetten. Bij het posthuisje.” Ze moeten erom lachen, om het posthuisje. Het staat er, bij de ingang van het terrein vol huizen met puntdaken ooit neergezet als recreatiewoningen, om het de postbezorger gemakkelijk te maken. Het was eigenlijk geen keuze voor de bewoners het anders te organiseren, want brieven, kaarten en andere enveloppen aan huis bezorgen was geen optie voor het postbedrijf.

„In een normale straat heb je de even nummers aan de ene kant en de oneven aan de andere kant. Dat is hier wat anders, met ook al die nummers boven de honderd. Dat is natuurlijk niet zo eenvoudig,” lachen Gert (67) en Ellen (57). Ze bedoelen het als grap, want ze hebben genoeg van het leven gezien om zich druk te maken om zoiets simpels als de post.

Gekkengetal

„In juli wordt Gert 68. Dan schelen we elf jaar, het gekkengetal,” lacht Ellen. Als we even later een rondje maken rond het huis, is wel duidelijk hoe Gert en Ellen ervoor staan. De liefde voor elkaar straalt van hen af. Ze lachen om hun gedeelde eigenschappen, eigenaardigheden en tradities, maar zijn bovenal gelukkig. Als Gert aan het woord is, kijkt Ellen hem onafgebroken aan. Haar ogen sprankelen.

Vier jaar nu wonen ze op nummer 102 in het Kabouterdorp. Ze verruilden Steenwijk voor Nijeveen. Beiden hebben een eerder huwelijk achter de rug. Of toeval nu bestaat of niet, het doet er voor hen niet zoveel toe. Ze hebben elkaar na eerder moeilijkere tijden op latere leeftijd gevonden en zijn dolgelukkig. „We hebben hier onze rust gevonden”, aldus Gert. Natuurlijk kan Ellen het niet laten ook hier een portie humor in de strijd te gooien. „Laat even zien wat ik je toen heb gegeven”, zegt ze tegen Gert. In de woonkamer word ik gewezen op een roodomrand lijstje aan de wand met de tekst: „Dacht ik alles op een rijtje te hebben, ontmoet ik jou.”

Complotfietstocht

Maar alle gekheid op een stokje. Wat is Ellen blij dat ze voor de tweede keer in haar leven heeft mogen trouwen. En dat op 22 januari 2019, de verjaardag van haar moeder. „Ik wilde zo graag dat Gert me zou vragen. Het kwam maar niet. En toen ik het niet meer verwachtte, deed hij het!” Het had wat voeten in de aarde met een complotfietstocht op zondag waarin Ellens dochter was betrokken, maar uiteindelijk zat hij bij de Woldberg dan toch voor het bankje op zijn knieën. Ellen lacht. „Het staat zo mooi op de film. En helemaal dat je op ’t laatst opstaat en die kreet slaakt: hè hè! Prachtig dat dat erop staat!”

Naast liefde voor elkaar is daar ook die enorme gedeelde liefde. De passie voor kringloopwinkels en rommelmarkten straalt van hun gezichten als ze erover vertellen. „Voordat er corona was, kwamen we wel vier of vijf keer per week in een kringloopwinkel. Heerlijk rondsnuffelen”, vertelt Ellen. „De leukste winkels zijn waar je je kar vol kan gooien en bij de kassa een gooi mag doen naar de prijs. En helemaal als ze dan gelijk zeggen dat het goed is.”

Tweede leven

Een rondje door de achtertuin maakt duidelijk waar ze het over hebben. Tafeltjes, potjes, stoelen, vetplanten, bordjes; ze staan er vrijwel allemaal voor een tweede leven. Gert: „Velen brengen bij ons hout voor de vuurkorf. Een keer kwam iemand met houten stoelen. Wij vonden ze veel te mooi voor in het vuur! Nu zitten we er op. En kijk, die hebben we gemaakt in coronatijd.”

Ze wijzen naar de houten overkapping in de hoek van de tuin. Erin staat een grote bank met fraaie kleuren. „Gekocht in Bali”, vertelt Gert, „tegelijk met de voordeur. Daar in de container gezet en we zijn het spul anderhalf jaar kwijt geweest. Op een of andere manier was het in Brabant terechtgekomen. Ik woonde toen met mijn ex in de oude school in Onna. Dat had ik erop gezet, d’Olde Skoele. Diegene in Brabant is op deze term gaan Googlen en is bij mij terechtgekomen. Zegt het jullie soms wat, vroeg hij. Ongelofelijk dat we deze spullen nog terug hebben gezien.”

Praatje maken

Zowel binnen als buiten is Binnenweg 102 de ideale plek voor het echtpaar. „Ik ben altijd buiten,” zegt Gert. „In de achtertuin of voor op het bankje. Ik vind het heerlijk om daar te zitten, mensen voorbij te zien komen en een praatje te maken.” Mensen-mensen zijn ze allebei. Gert zat 43 jaar bij de politie in Steenwijk, waarvan de laatste vijftien jaar als wijkagent. „Dat vond ik het mooiste werk. Ik kende iedereen, wist hoe ik met ze om moest gaan. Vorige week werd ik nog opgebeld. ‘Gert, kun je ons helpen?’ Toen moest ik zeggen dat ik al acht jaar met pensioen ben.”

Ook Ellen is geen onbekende in Steenwijk. Al zeven jaar is zij bij de kaartjes bij de ingang een van de eerste aanspreekpunten voor mensen die een avondje uitgaan in Theater De Meenthe. Het gebrek aan sociale contacten op deze plek vanwege de coronamaatregelen heeft Ellen zwaar getroffen. „Ik mis de mensen enorm, want het is het mooiste beroep. Mensen vertellen soms hun hele levensverhaal. Ik tref vaak mensen die lang gespaard hebben voor een avondje uit. Ik vind het heerlijk om ouderen te helpen. Zij willen geen e-ticket, zij willen lekker ouderwets. Vanaf buiten zwaaien ze al naar me. Dan denken ze: ‘Daar zit die krullenbol weer.’”

Het werk mist ze, maar het Kabouterdorp voelt zo goed dat thuis zijn geen straf is. „Het is hier zo lekker rustig. Toen we hier de eerste nacht sliepen, hoorden we ’s nachts ganzen. Wat is dat, dachten we. Dát was dus de natuur. Ik ben vaak verhuisd in mijn leven, maar nu is dit echt mijn thuis.”