Erkenning voor radiopiraten. Cultuur van de piratenmuziek is benoemd tot immaterieel erfgoed. ‘Deze hobby leeft hier enorm’

Het Staphorster Stipwerk, gondelvaarten, corso’s en het zingen van psalmen met de Genemuider bovenstem staan al op de lijst. Een andere traditie in deze regio mag nu ook gaan profiteren van de status ‘immaterieel erfgoed Nederland’. Namelijk de cultuur rondom de radiopiraten.

Een mast van een onbemande radiozender in het buitengebied van Staphorst.

Een mast van een onbemande radiozender in het buitengebied van Staphorst. Foto: Wilbert Bijzitter

De Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland, zoals de lijst van immaterieel erfgoed officieel heet, wordt gecoördineerd door het kenniscentrum. Deze organisatie helpt bij het in stand houden van bijzondere onderdelen in de samenleving.

De cultuur van de piratenmuziek staat sinds deze maand in dat rijtje, mede dankzij de inzet van Peter Zwiers, statenlid voor PvdA Drenthe. Maar piraten zijn toch illegaal? Hoe kunnen ze dan een dergelijke status binnen harken? Het gaat bij deze benoeming om alle legale activiteiten die in het verleden vanuit de zendpiraterij zijn ontstaan. Dus bijvoorbeeld de piratenfeestjes, het muziekgenre en legale uitzendingen. Clandestiene praktijken vallen buiten de erkenning die nu is gegeven.

Piraten kunnen op drie manieren uitzenden. Een veelgebruikte optie is de ‘onbemande zender’. Een piraat gaat in zijn studio plaatjes draaien, maar heeft zijn zender en antenne verderop in een boom hangen. Als opsporingsinstantie Agentschap Telecom dan die onbemande zendinstallatie aantreft, kan er veelal geen boete worden uitgeschreven en is de piraat alleen zijn apparatuur kwijt. Een tweede manier is om de zender en mast gewoon in de tuin te zetten, de piraat riskeert dan een boete tussen de 2500 en 15.000 euro. Een derde optie is om legaal uit te zenden via internet, al vinden veel piraten dat minder leuk dan uitzenden via de FM.

Drie keer opgepakt

Een van de piraten die blij is met de erkenning is Jorn Slager uit Eesveen. De 34-jarige eigenaar van een stratenmakersbedrijf draait al vijftien jaar zijn plaatjes.

Voor hem begon het radioavontuur bij piratenzender De Karavaan in Wapserveen. „Ze draaiden iedere zaterdagmiddag en wij luisterden daar natuurlijk naar. Op een gegeven moment ga je daar een biertje drinken in de studio en mag je een keer achter de draaitafel zitten. Ik was toen een jaar of negentien. Ik had de lol te pakken en wilde zelf ook graag een zender bij huis. Zo gezegd zo gedaan, ik kocht een computer, een zender en een mast en we gingen uitzenden onder de naam EO . Nee, niet de Evangelische Omroep maar de Eesveense Omroep ”, grapt Slager.

Heel lang heeft de EO van Slager en zijn kameraad André Booiman uit Wapserveen niet bestaan. „Jelle Russchen, opsporingsambtenaar bij het Agentschap Telecom, heeft ons drie keer opgepakt. Hij wilde niet dat we gingen draaien onder de naam van de EO . Als we dat nog een keer zouden doen, zou hij de hele studio leegtrekken en alles in beslag nemen. Tot de asbak aan toe”, zegt Jorn terwijl hij terugdenkt aan de beginjaren van zijn eigen zendstation.

‘Illegaal uitzenden geeft een kick’

Een nieuwe naam moest er komen, dat werd Net Wa’k Wou . Met die naam draait hij nog regelmatig zijn plaatjes. „Ik probeer nog eens in de drie maanden een hele dag uit te zenden via de FM, op de illegale en ouderwetse manier. Daarnaast draai ik bij een groot internetstation: Olympia Radio . Dat laatste is legaal. Natuurlijk is het een mooi alternatief, maar illegaal uitzenden blijft toch het mooiste. Vooral de kick die het met zich meebrengt. Je zet die zender aan en een paar minuten later stromen tientallen berichtjes binnen op de telefoon. We hebben een zender met een bereik van Duitsland tot de Maasvlakte in Rotterdam.”

Dat Jorn en honderden andere hobbyisten nu de titel ‘immaterieel erfgoed’ in de zak hebben, doet hem goed. „Fantastisch dat er een stuk erkenning komt voor dit soort muziek. Ik wil niet zeggen dat die erkenning er eerst niet was, maar er werd vanuit commerciële zenders wel eens op de piratencultuur neergekeken”, zegt Jorn.

„Deze hobby en tak van cultuur verdient zeker erkenning. Het is niet alleen de gezelligheid, maar ook de saamhorigheid met elkaar. Daarnaast zijn onderlinge connecties tussen piratenstations erg goed. Als iemand iets wil lenen van een ander, is dat nooit een probleem en helpen we elkaar”, aldus de inwoner van Eesveen.

Piratenzenders bestaan al bijna honderd jaar

De erkenning heeft lang op zich laten wachten. Piratenzenders bestaan namelijk al bijna honderd jaar. Is er nog wel toekomst voor de FM-piraat nu DAB+ en internetradio hun intrede doen? Slager twijfelt er niet over: „Vijftien jaar geleden had je alleen de ‘oude garde’ die een zender had. Ik was toen één van de eerste tieners die zich interesseerde in de etherpiraterij. Nu spreek ik wekelijks jongelui die hart hebben voor de hobby. Ik blijf ook nog wel even doorgaan en hoop dat mijn zoontjes, nu 7 en 5 jaar, het op den duur overnemen. Platendraaien kunnen ze in ieder geval al”, besluit Slager.

Een jongen die zich ook maar wat graag onderdompelt in de wereld van de piratenmuziek is Maikel Snel (19) uit Belt-Schutsloot. Hij heeft het overigens niet van een vreemde. Zijn vader Klaas had in zijn jongere jaren ook een piratenstation in Genemuiden: studio Discokit .

„M’n vader had nog oude platen in huis en vrienden luisterden naar piratenmuziek. Zo ben ik ook een beetje begonnen met de hobby”, zegt de Beltiger hbo-student. Een zender heeft hij nog niet. „Maar mijn vrienden en ik hebben wel plannen om een piratenstation te beginnen. Nu ben ik vooral druk bezig met het verzamelen van vinyl. Iedere dag kijk ik wel even op Marktplaats om te kijken of er leuke en zeldzame singles te koop staan. Verder ga ik bij veel platenzaken en kringloopwinkels langs om de bakken door te spitten. Afgelopen week ben ik nog twee dagen naar Breda en Antwerpen geweest om platen te scoren, daar is het aanbod veel groter”, legt hij uit.

‘De platenjacht is soms mooier dan de vangst’

Maikel Snel zoekt niet naar singles van Jannes of Frans Bauer. „Buitenstaanders denken vaak dat dit piratenartiesten zijn. Maar als je naar een échte piratenzender luistert hoor je voornamelijk muziek uit de zestiger en zeventiger jaren. Normaal, de Four Tak en het Lowland Trio. Dat soort platen. En sommigen zijn best zeldzaam en daarom prijzig. Ik vind het prachtig om moeilijk vindbare platen te scoren in België. De platenjacht is soms mooier dan de vangst”, vertelt Maikel.

De 19-jarige verzamelaar denkt niet dat de erkenning enorm veel zal opleveren voor de piraterij. Wel hoopt hij dat de leek een beter beeld krijgt van geheime zenders. „Het is een hele levendige hobby in dit gebied en de muziek die je hoort, komt niet voorbij op commerciële stations”, besluit de Beltiger, die nog vele jaren hoopt door te gaan met het verzamelen van platen om ze uiteindelijk misschien wel te draaien op zijn eigen zender.