Historicus wijlen Jan Poortman uit Meppel schreef een serie artikelen onder de titel ’Geschiedenis van de Oosterboer: ’'In de stad en toch buiten wonen'

In de serie Meppelerdiep speelt nostalgie een prominente rol. Actuele gebeurtenissen worden geplaatst tegen het decor van het verleden. Met foto’s van toen en nu. Vandaag: De grote veranderingen in Oosterboer.

De boerderij, aan de Luzernevlinder, waarin het gezin Korsten/Abbenhues jarenlang heeft gewoond, is omringd door oorspronkelijke boompartijen.

De boerderij, aan de Luzernevlinder, waarin het gezin Korsten/Abbenhues jarenlang heeft gewoond, is omringd door oorspronkelijke boompartijen. Foto: Ondertoon Media

De gemeente Meppel wil de komende jaren extra aandacht besteden aan de wijk Oosterboer. ‘Het is er fijn wonen met groen, winkels en voorzieningen om de hoek’, aldus een recente publicatie in de wijkkrant. De gemeente vindt het belangrijk dat dit in de toekomst zo blijft. „Als we verder vooruitkijken, komen er verschillende veranderingen op de wijk af. De inwoners worden ouder, het klimaat verandert en de overgang naar duurzame energie laat niet lang meer op zich wachten.” Dit vraagt om een actieve wijkaanpak Oosterboer, aldus de gemeente.

Veranderingen

De grootste veranderingen kondigden zich aan in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Ze waren aanleiding voor historicus wijlen Jan Poortman een serie artikelen te schrijven in deze krant onder de titel ’Geschiedenis van de Oosterboer’ (dus mét het voorvoegsel). De artikelen werden gebundeld en in een oplage van 250 genummerde exemplaren beschikbaar gesteld voor lezers van de Meppeler Courant . We citeren uit nummer 47. In een nabeschouwing gaat Poortman lyrisch in op de natuurschoon in de Oosterboer.

‘Nu eenmaal is uitgemaakt dat in de loop van de komende jaren de ene helft van de oude marke Oosterboer zal wegvallen voor de omlegging van de Hoogeveense Vaart en de grote verkeersweg (A28, red.) en de andere helft ten prooi zal vallen aan de Meppeler stadsuitbreiding, terwijl we op het ogenblik nog niet weten hoe het veranderde Reestdal het eraf zal brengen, en evenmin of het laatste gedeelte van de vaart zal blijven of verdwijnen (al of niet met de waterpartij in Meppel), bepaal ik me ertoe nog eens te wijzen op het unieke landschap, dat er nu nog is.’

Geboomte

Poortman somt de schoonheid van het nog authentieke buurtschap op: ‘zijn stille plekjes, zijn lichte begroeiing tussen de diverse landerijen, zijn Blankensteinweg met het geboomte, de soms mooie en waardevolle boompartijen in het landschap en zijn boerderijen.’

De tot dan ongerepte schoonheid bezongen in één lange volzin.

Er kan volgens Jan Poortman slechts worden gehoopt dat dit alles zeer zorgvuldig wordt afgewogen tegen een nieuwe stadsaanleg. ‘Dan immers zou er een origineel geheel kunnen ontstaan, waarin het voor de toekomstige bewoners mogelijk zou zijn in de stad en toch buiten te wonen.’

‘Dat is niet een gemakkelijke taak voor de heer Voogd, die deze zeer zeker aan kan en die bij de inventarisatie stellig het meest waardevolle zal weten te behouden en inpassen in het grote geheel.’

Verdwaald

Poortman heeft veel vertrouwen in ambtenaar Gerard Voogd die in die tijd chef was van de gemeentelijke plantsoenendienst. Hij heeft ongetwijfeld geadviseerd over het behoud van het natuurschoon in Oosterboer, maar de verdeling van de nieuwe wijk in zogenaamde lobben werd bedacht en uitgewerkt door verschillende stedenbouwkundigen.

Het eerste deel van Oosterboer, de Verzetsbuurt, laat deels lange straten zien die in een wirwar van verbindingen een ingewikkeld patroon vormen. Nog steeds raken veel bezoekende Meppelers hier de weg kwijt.

Carry Abbenhues kocht samen met haar man Rob Korsten in 1975 een boerderijtje in het nog onaangetaste buurtschap Oosterboer. Deze woonboerderij is nu gesitueerd aan de Luzernevlinder. Er tegenover ligt de witte woonboerderij van wethouder Henk ten Hulscher.

Verbouwen

Na twee jaar verbouwen vanuit hun woonplaats Amsterdam, verhuisde Carry Abbenhues met haar man en twee kinderen in 1977 naar Meppel. Ze kwam in 1982 in de gemeenteraad voor de PvdA en werd vier jaar later wethouder ruimtelijke ordening en volkshuisvesting en verantwoordelijk voor de verdere uitbreiding van Oosterboer.

Vanaf het begin van haar wethouderschap, vertelt ze telefonisch, stuurde zij in de richting van zoveel mogelijk behoud van bestaande bomen. De stedenbouwkundige opzet van het begin van Oosterboer stond haar niet aan. Carry Abbenhues kwam in contact met stedenbouwkundige Lucia Hartsuiker, die adviseerde hofjes aan te leggen. Ze pleitte ook voor een betere verkaveling, de aanleg van singels en veel meer groen. Voor het eerst werd de term beeldkwaliteitsplan gebruikt.

Tot op de dag van vandaag is de oud-burgemeester van Hattem, Zutphen en Assen en later Overijssels gedeputeerde trots op het behoud van het groene karakter in een groot deel van Oosterboer.


Wordt vervolgd