Hoe in 1861 voor het eerst straatverlichting in Meppel aanging door middel van stadsgas uit de stokerij, en hoe in 2021 appartementencomplex Stokerij in Meppel gasloos wordt

Het nieuwe appartementencomplex dat op Het Vledder in Meppel gebouwd gaat worden krijgt de naam ‘Stokerij’. Een verwijzing naar de industriële buurman van het complex, de gasfabriek.

De Stokerij, het appartementencomplex dat volgend jaar op het Vledder gebouwd gaat worden.

De Stokerij, het appartementencomplex dat volgend jaar op het Vledder gebouwd gaat worden. Foto: The Virtual Dutch Men

De stokerij is het hart van de gasfabriek in Meppel, dat zo’n beetje in hartje Meppel staat. In de stokerij worden de steenkolen zó heet gekookt, dat er gas vrijkomt. Met het gas kan de straatverlichting aan. En op 12 april 1861 is dat in Meppel voor het eerst het geval, vanuit de eerste gemeentelijke gasfabriek in Drenthe.

De stokerij keert binnenkort terug in de Meppeler benaming. Aan de Gasgracht verrijst een appartementencomplex genaamd Stokerij. „Het slotstuk van Het Vledder”, zegt Reinier Hoenderdaal, namens TBI-onderneming Koopmans Bouwgroep, die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en realisatie ervan. Het complex telt veertien appartementen, maar het uithangbordje zijn toch de twee penthouses op de bovenste verdieping. Prijsklassen: van 435.000 euro tot 580.000 euro voor de appartementen. De twee penthouses van bijna 200 vierkante meter tikken bijna de miljoen aan. De bouw begint rond de jaarwisseling, en het moet in 2023 af zijn.

Het verkooppraatje voor de appartementen: ruim en licht. En in dat laatste woordje zit een hele geschiedenis. Want in 1783 was Meppel niet zo licht in de avonden. In dat jaar is de ontdekking van steenkoolgas gedaan. De gemeente Meppel heeft er wel interesse in.

Eerste lantaarns in 1780

Want Meppel telt dan al wel wat lantaarns, maar veel richt het niet uit. In 1780 worden de eerste negentig in Meppel aangelegd. Negentig roodkleurige blikken straatlantaarns. Negentig lantaarns in heel Meppel. En die werken op olie en moeten nog handmatig aangezet worden. Daar is dan een beroep voor: een lantaarnopsteker. Iedere avond gaat die op pad om de lantaarns aan te doen. En natuurlijk weer uit.

Met de uitvinding van het steenkoolgas kan dat veel makkelijker, en uiteindelijk goedkoper. Je hebt er alleen een fabriek voor nodig, en je moet de nodige leidingen onder de grond aanleggen. In 1860 laat de gemeente een gasfabriek bouwen, de eerste gemeentelijke gasfabriek in Drenthe.

Die fabriek staat er nu nog steeds, aan de Gasgracht. Tegenwoordig is het natuurlijk geen fabriek meer waar gas wordt ‘gemaakt’. In 2008 trekt Arnoud Olie met architectenbureau B+O in het pand en hij maakt er een bedrijvencentrum van. Maar in 1861 is het een hete bedoening daarbinnen.

Per boot wordt steenkool naar de gasfabriek vervoerd. In de stokerij van de fabriek komt de steenkool in grote ovens terecht. De steenkool wordt zo warm gemaakt dat er steenkoolgas uitkomt. Via de buizen onder de weg gaat op 12 april 1861 voor het eerst het licht door steenkoolgas aan in Meppel.

Kookt op gas wordt gasloos

Op de gevel van de gasfabriek is nog heel vaag een advertentie rond 1900 te lezen. ‘Kookt op gas’ prijkt op het gebouw. Maar het is voor de toekomstige bewoners van het appartementencomplex niet te zien. De oude advertentie staat aan de andere kant van het gebouw. Dat is maar enigszins goed ook. De toekomstige bewoners mogen namelijk niet koken op gas. Het complex wordt gasloos. „In dat opzicht past het niet in het beeld van de geschiedenis”, kan projectontwikkelaar Niels Lonink er wel om lachen.

Hoe anders was dat rond 1900. De tekst ‘Kookt op gas’ staat niet voor niets op de gevel van de gasfabriek. Daarvoor was gas voor rijken bestemd. De rijke Meppelers hadden een gaslantaarn aan de gevel van hun huis. Tegenwoordig zijn er nog enkele van over. Aan de Secretarie, tegenwoordig Stedelijk Museum Meppel, bijvoorbeeld. Maar voor de gemiddelde Meppeler was het onbetaalbaar.

Het gemeentehuis, de openbare scholen en het kantongerecht volgen al snel als een van de eerste gebouwen die met stadsgas worden verlicht. Slechts 175 Meppelers hebben in de beginjaren van de gasfabriek de luxe van gasverlichting in huis. Maar in 1872 groeit het al naar ruim 200.

Koken gebeurt bij de inwoners nog veelal op turf of olie. En om de inwoners te stimuleren stadsgas te gaan gebruiken, dat met de jaren steeds goedkoper wordt, wordt er flink geadverteerd.

Er komt ook steeds meer concurrentie. Elektriciteit bijvoorbeeld. In 1921 staan in Meppel al zeven lantaarns die aangaan op elektriciteit, vanuit een centrale in Zwolle. En dan wordt aardgas in Nederland aangetroffen. In de jaren vijftig wordt in de buurt van Meppel aardgas gevonden: bij de Wijk en Wanneperveen.

Aardgas

Het is 1 december 1954 als de gemeenteraad van Meppel akkoord gaat om Meppel te laten overschakelen op aardgas. Meppel wordt aangesloten op het gasveld bij Wanneperveen en is daarmee de tweede gemeente van Nederland die volledig op aardgas is overgestapt.

Daarvoor is wel een enorme operatie nodig. De gastoestellen in huizen zijn niet geschikt voor aardgas, de straatverlichting is dat evenmin en in de bestaande gashouders bij de gasfabriek kan aardgas niet worden opgeslagen. Daar zijn hogedruktanks voor nodig. Stilaan wordt de gasfabriek overbodig. Productie van gas is niet meer nodig. Het Meppeler gasbedrijf wordt een distributiebedrijf. Nadat in Groningen een veel groter gasveld wordt ontdekt, is het helemaal gedaan met de gasfabriek. Want heel Nederland wordt aangesloten op het aardgasnetwerk.

De gasfabriek in Meppel wordt het onderkomen van de brandweer, en wordt daarna nog een werkplaats, een energiebedrijf en gebruikt als kantoor voor de gemeente. In de loop der jaren wordt een deel gesloopt, maar het gedeelte waar de stokerij inzat, is behouden gebleven. Als Arnoud Olie het gebouw koopt in 2007, staat het leeg. Hij verbouwt het pand tot wat het nu nog steeds is.