Henk Swierenga.

In Memoriam Henk Swierenga (70): De kapper hanteerde soms het scheermes op het veld

Henk Swierenga. Foto: Aangeleverde foto

De wijze waarop hij zijn lot droeg, riep bewondering op. Henk Swierenga, op 29 maart op 70-jarige leeftijd overleden in het Hospice in Meppel, was een realist.

De dikke mazzel om in aanmerking te komen voor immuuntherapie moest hij na enige tijd inwisselen voor de vette pech die terminale patiënten deelachtig wordt. ,,Je hebt dikke mazzel of vette pech,’’ zo verklaarde hij. Gevolgd door de constatering dat hij een mooi leven heeft gehad met zijn vrouw Gesien Jonkers, zijn familie en zijn vele goede vrienden.

Hij speelde tot aan de rand van de sportiviteit en er soms overheen

Henk, op 5 maart 70 geworden, was, zo gaf hij zelf aan, de eerste van de vriendengroep die definitief afscheid moest nemen. Hij was helaas weer voorloper, zoals hij dat ook op andere terreinen had laten zien. Als voetballer - 15 jaar in het eerste van Alcides - nam hij soms op tactisch gebied het voortouw en handelde op intuïtie tot verrassing van zijn trainers. Als aanvoerder kon hij soms scherp zijn naar zijn medespelers om hen fanatiek wakker te schudden en zich volledig te geven voor de winst. Hij speelde dan tot aan de rand van de sportiviteit en er soms overheen.

Na de lange periode in het eerste genoot hij van de speelse kameraadschap in het vijfde team, maar hij bleef slecht tegen zijn verlies kunnen.

Hij stond altijd voor zijn club klaar. Als er een scheidsrechter tekort was, een leider of een vrijwilliger achter de bar, Henk schoot te hulp. Hij was de bedenker van een pupillentoernooi waaraan honderden schoolkinderen jaarlijks deelnamen.

Vooruitstrevende ideeën die andere bestuursleden niet altijd begrepen

Als bestuurslid technische zaken van zijn club had hij vooruitstrevende ideeën die andere bestuursleden niet altijd begrepen en deelden. Zij hadden niet op zijn hoge niveau gevoetbald.

Henk kon kritisch zijn. De leden van de technische commissie worden door oud-medespelers wel eens vrolijk vergeleken met de mopperende oude mannen van De Muppetshow. Omstanders genieten van hun goed hoorbare, scherpe wedstrijdanalyses. De grote inbreng van Henk door de jaren heen voor zijn club werd niet door iedereen op juiste waarde geschat. Dat deed hem pijn. Hij trok daaruit consequenties waaraan hij lijnrecht vasthield.

Eerste schreden in het kappersvak in een kapsalon in Havelte

Henk volgde de kappersopleiding, deed zijn eerste schreden in het vak in een kapsalon in Havelte en maakte daarna zijn overstap naar de moderne Zwolse salon van Braspenning. Als dames- en herenkapper was hij trendsetter. Henk trad in de voetsporen van zijn goedmoedige vader die de bekendste herenkapper was van Staphorst. Deze bleef zijn passie trouw tot zijn tachtigste, op het laatst met maximaal twee klanten per dag. De moeder van Henk was een elegante dame, het haar altijd keurig in model en onberispelijk gekleed. Dat gezellige, vriendschappelijke had Henk van zijn vader. Het gevoel voor stijl van zijn moeder.

Eigen zaak in Staphorst

Na een jaar of twintig maakte hij de droom van een eigen zaak waar aan de Ebbinge Wubbenlaan in Staphorst. Hij richtte de zaak in met sfeervolle zwart-wit tinten in het interieur en met een zweem van nostalgie door de antieke kasten. Strak en warmte vloeiden samen met een actieve regisseur die altijd een opgeruimde stemming creëerde. Een kapper is per definitie niet mensenschuw. Dagelijks ontmoeten ze tientallen klanten. Nooit zat Henk verlegen om een gespreksonderwerp. Sport was de belangrijkste leidraad in de conversaties, maar hij negeerde ook politieke ontwikkelingen niet, trouwe lezer als hij was van de Telegraaf en de Meppeler Courant .

Henk kon over van alles meepraten, maar hij stond er zich niet op voor dat hij over iedere actuele kwestie een afgewogen oordeel had. Hij kon goed luisteren en vragen stellen en stelde daarmee klanten op hun gemak. Een bekend verschijnsel in de kapsalon: Henk trok zich even terug voor een kopje koffie én een sigaretje.

Op zijn 67ste stopte hij met de actieve arbeid. Tijd om meer samen te doen. Gesien had al eerder haar dagelijkse werkzaamheden bij de Opel Garage aan de kant gezet.

Aangeboren gevoel voor relativering

Gebeurtenissen in de directe familie - hij de jongste uit een gezin met drie kinderen en Gesien de jongste uit een gezin met zes kinderen -hadden zijn aangeboren gevoel voor relativering versterkt. Het levensmotto was voortaan: pluk de dag. Ze reisden richting de zon op de Canarische Eilanden, Griekenland en Turkije en bezochten drie keer zijn oudere broer Bert in Zuid-Afrika.

Ze maakten korte uitstapjes in eigen land. Veel fietsen en wandelen en uitblazen op een terrasje. Tot corona en later zijn ziekte spelbreker werden. Hij verzuchtte wel eens: ,,wat zouden we graag weer eens een terrasje willen pikken.’’ Na een wandeling vanuit hun woning aan de Gasgracht met uitzicht op de Bekinkbaan. Reden waarom vrienden, die uit de binnenstad kwamen menigmaal nieuwsgierig in de richting van de twee-onder-een-kapper van Henk en Gesien keken. Uit gewoonte. En de laatste maanden uit extra betrokkenheid.

Voor Henk brak de schemer van de avond definitief aan. Dat werd tijdens de afscheidsplechtigheid muzikaal onderstreept door één van de mooiste nummers van Boudewijn de Groot van wie Henk een groot fan was: Avond .

, ,Ik zie het vuur van hoop en twijfel in je ogen

En ik ken je diepste angst.

Want je kunt niets zeker weten en alles gaat voorbij .’’

Behalve het beeld dat bij vrienden altijd in de herinnering zal blijven: Henk richt zich op uit zijn bed voor het raam en steekt zijn duim omhoog.