Indië-veteraan Roelof Westerveen (96) uit Meppel doet zijn verhaal. 'Mijn beste kameraad stierf naast mij. Hij was als een broer voor mij'

„Het was een warme tropische dag toen we patrouille liepen. We naderen een dorpje. Met een harde dreun vloog er een luik open. Wij schrokken ons rot, maar het was al te laat. Mijn beste kameraad werd geraakt.”

Indië-veteraan Roelof Westerveen (96) uit Meppel doet zijn verhaal.

Indië-veteraan Roelof Westerveen (96) uit Meppel doet zijn verhaal. Foto: Wim Goedhart

De 96-jarige Roelof Westerveen vertelt.

„Wij konden niets meer voor hem betekenen. Luckie, een onschuldige jonge knaap uit Zeeland, stierf vlak naast mij. Dat doet iets met je. Ik had het er zwaar mee. Zoiets vergeet je nooit. Hij was als een broer voor mij. Uiteindelijk hebben wij de plopper, de Indonesië militair, gevangengenomen. Ik was zo boos, ik had hem bij wijze van spreken wel dood willen schieten, maar zoiets doe je niet.”

Meer dan zeventig jaar geleden keerde Westerveen terug uit voormalig Nederlands-Indië. Als oorlogsvrijwilliger diende hij vier jaar lang bij het korpsmariniers.

Nog dagelijks denkt hij terug aan zijn diensttijd in de tropen.

„Ik was nog nooit in Indonesië geweest, maar ik vond het er geweldig. Ik heb geen verkeerde dingen gedaan. Bij mijn weten, heb ik niemand verwond. In een oorlogssituatie kun je een heleboel verkeerde dingen doen, maar je moet je altijd netjes gedragen. Je moet je hoofd erbij houden, je verstand gebruiken.”

Inmiddels is hij een van de langst wonende bewoner van een flat in de Koedijkslanden in Meppel. Hij woont er al twintig jaar. Westerveen, geboren in Havelterberg, was een van de 200.000 Nederlanders die actief is geweest gedurende de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog 1945-1949. Meer dan 6.000 Nederlandse jongemannen zijn daarbij omgekomen.

Tijdens de Tweede wereldoorlog was Nederland haar kolonie in de Oost verloren aan Japan. Na de capitulatie van Japan werd in augustus 1945 de Republiek Indonesia uitgeroepen. De Nederlandse regering erkende de nieuwe Republiek Indonesia van Soekarno niet. Nederland stuurde tussen 1946 en 1949 tienduizenden manschappen naar het voormalige Nederlands-Indië. Vanuit Nederlands perspectief ging het om een dekolonisatie-oorlog, terwijl het conflict in Indonesië gezien wordt als onafhankelijkheidsstrijd.

In 1945 was Westerveen twintig jaar toen Nederland bevrijd werd van de Duitse bezetter. De Tweede Wereldoorlog stond voor de jonge Roelof voornamelijk in het teken van onderduiken. Net als de meeste Nederlandse mannen moest hij werken in Duitsland, hij koos ervoor om onder te duiken. Met de komst van de bevrijders eindigde zijn leven als onderduiker.

Vier dagen later stond hij aan het begin van een groot avontuur:

„Na twee jaar ondergedoken te hebben gezeten in Vemde, vlakbij Epe, waar ik hielp op de boerderij, ging ik op de tandem naar het dorp. We waren net bevrijd toen ik een wervingsposter voor het korpsmariniers zag. Vier dagen later was ik onderweg naar Schotland. Daar werd ik gekeurd en kreeg ik een uniform. Toen ik de haven inliep, zag ik een enorm schip: de Queen Elizabeth. Vanaf daar vertrok ik, samen met andere Nederlandse oorlogsvrijwilligers, naar Amerika.”

Eenmaal op het schip keek hij zijn ogen uit. Aan boord zag hij duizenden Amerikaanse militairen, jongemannen die Europa hadden bevrijd.

„Toen ik op het dek stond te roken, kwam er een Amerikaan naast mij staan. Hij begon tegen mij te praten maar ik kon hem niet verstaan. Ik kon toen nog geen Engels. Dat vond ik zo ontzettend jammer. Maar ik begreep wel dat hij mij verwelkomde in Amerika. Ineens zag ik daar het wereldberoemde vrijheidsbeeld, Statue of Liberty. Een emotioneel moment voor onze bevrijders, ze juichten: ze waren thuis.”

Na een dag in de trein te hebben gezeten, kwam de Meppeler aan in een afgelegen legerbasis: Camp Davis. Hier volgde hij de mariniers- en tropenopleiding. Een plek waar hij uiteindelijk zes maanden heeft gezeten voor hij naar Nederlands-Indië vertrok. Na vier weken op het schip, kwam hij aan in Soerabaja, de hoofdstad van Oost-Java.

In de vier jaar die volgden, was hij gestationeerd op meerdere plekken in Indonesië.

„We moesten elke dag patrouilles lopen. Soms liepen we dagenlang door de rijstvelden en dorpjes. Ik kwam altijd met een schoon wapen terug van een patrouille. Ik moest er niet aan denken om een mens dood te schieten. Dat doe je niet zo gauw. Wanneer het moest, liet ik het aan een ander over. Maar als je voor je vijand staat, dan is het hij of ik. Dan moet je wel. Gelukkig heb ik dat nooit meegemaakt. Anders had ik er nu misschien nog wel last van gehad.”

Westerveen beseft dat hij veel geluk heeft gehad. Tijdens een van de patrouilles, lag zijn eenheid onder vuur:

„Hoewel wij beter bewapend waren dan de Indonesiërs, hadden sommigen van hen ook een mitrailleur. Vanuit een bos werd er geschoten. Algauw hadden wij de situatie onder controle en namen wij drie opstandelingen gevangen. Zij wilden niet zeggen waar de mitrailleur was gebleven. Wij hadden allang door dat ze toch niets gingen zeggen. Uiteindelijk werden de mannen met een touw aan hun benen vastgebonden. Wij moesten ze aan de kant van een sloot zetten. Toen schoten we in de lucht en trokken aan het touw, waardoor zij in de sloot vielen. Even later kwamen de mannen, levend, de sloot weer uit. We hebben ze uiteindelijk vrijgelaten”

Hij vertelt het met een grote glimlach op zijn gezicht.

„Daar deed ik wel aan mee. Je kunt het beter op deze manier doen, dan de mannen te mishandelen. De gevangen waren zo makkelijk, ze liepen zo met je mee. De meesten van hen werden krijgsgevangen en zijn later weer vrijgelaten.”

Naast de vele verkenningspatrouilles, moest de jonge Westerveen geregeld op wacht staan. Een nacht zal hij nooit vergeten. Hij rookte stiekem een sigaret toen hij plots geritsel hoorde in de nabijgelegen bosjes:

„Ik hoorde wat lopen en dacht: potverdorie. Het was pikdonker en het kwam steeds dichterbij. Ik moest wel schieten. Ik schoot, er volgde een harde klap. Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat het een koe was.”

Hij lacht.

„Ze zullen hem later wel opgegeten hebben. Maar ik was niet bang. In de vier jaren dat ik in Indonesië was, ben ik nooit bang geweest. Ik heb het in mijn onderduikerstijd haast nog gevaarlijker gehad dan in Indonesië.”

De afgelopen jaren is er veel discussie ontstaan over het geweld dat de Nederlanders gebruikt zouden hebben tegen Indonesiërs. Ook zouden er executies plaats hebben gevonden. In hoeverre het om oorlogsmisdaden gaat, is nog steeds een punt van discussie. Roelof Westerveen heeft nooit iets van deze excessen gezien:

„Wij waren in Indië om de rust te herstellen. Ik vind dat dit goed gelukt is. Ik heb mij altijd gedragen en kwam met goede bedoelingen naar het prachtige Indonesië. Wel waren er jongens, die zich tegenover de dames van de lokale bevolking, niet altijd netjes gedroegen. Soms zei ik dat ze eens normaal moesten doen. Maar daar heb ik mij verder maar niet te veel mee bemoeid. Je moet je kop er altijd bijhouden en je fatsoenlijk gedragen tegenover de bevolking. Dat heb ik altijd gedaan. Zo probeerde ik de bevolking te helpen waar kon. Wanneer je door de dorpjes liep, zag je dat er veel honger geleden werd onder de bevolking. In ons kamp, een kampong, stonden wij vaak in een rij voor het eten. De jonge kinderen uit de buurt kwamen dan op ons af, in de hoop dat ze wat te eten kregen. Ze plukten een pisangblad van een boom en maakten daar een mooi bordje van. Er bleef altijd wel eten voor hen over.”

Wie rondkijkt in de woonkamer van de 96-jarige veteraan, weet dat de onafhankelijkheidsstrijd een grote rol heeft gespeeld in zijn leven. Zo staan in de boekenkast veel boeken over de strijd in voormalig Nederlands-Indië.

„Ik heb geen trauma overgehouden aan mijn tijd in Indonesië. Sterker nog, ik heb een geweldig mooie tijd gehad. Ik heb nooit moeite gehad om over deze tijd te praten.”

Westerveen’s dochter Jenny lacht en grapt: „Urenlang kan hij praten over zijn oorlogservaringen. Soms tot in den treure.”

In 1949 geven de Verenigde Naties het bevel de militaire acties te stoppen. Uiteindelijk geeft de regering toe aan de internationale druk. Op 27 december wordt in Amsterdam de soevereiniteitsoverdracht getekend. Eind 1949 keert Westerveen terug naar huis. Na een bootreis, die vier weken duurde, voer de Grote Beer de haven van Rotterdam binnen.

Eenmaal in Meppel, kreeg de veteraan een onthaal die hij niet zag aankomen. Toen hij thuiskwam, lagen zijn ouders op bed:

„Ben je doar mien jonge? Nou ga maar gauw naar bed. Dit zag ik niet aankomen, achteraf kan ik er hard om lachen.”

Toen Westerveen terugkeerde uit voormalig Nederlands-Indië, ging hij werken bij de landbouwbank in Meppel. Uiteindelijk kreeg hij een baan bij de NS. Daar heeft hij 34 jaar, tot aan zijn pensioen, gewerkt. Roelof Westerveen trouwde en kreeg vijf kinderen.

„Ik had nog weleens terug gewild naar Indonesië, maar het is er nooit van gekomen, nu hoeft het van mij niet meer. Ik heb tot nu toe een heel mooi leven gehad. Ik geniet van de kleinste dingen. Zo loop ik elke dag nog een rondje door Meppel.”