Klompen van kinderwinkel Westerhuis in Meppel zijn uniek, al 120 jaar. 'Het is net als een goede schoen'

„Als kind zag ik het klompen maken constant gebeuren. Ik deed klusjes en speelde in de werkplaats. Ik loop dus al mijn hele leven tussen de klompen”, vertelt Jan Thele Westerhuis, die als vierde generatie van de familie de afwerking van het houten schoeisel nog steeds in eigen handen heeft.

Eigenaar Jan Thele Westerhuis.

Eigenaar Jan Thele Westerhuis. Foto: Daan Prest

De bewerking op deze manier - de afwerking plus het schilderwerk van de klomp - is in de wijde omgeving niet meer te vinden. „Ik geloof dat er nog een paar in Brabant zijn”, filosofeert Westerhuis (57). „Het is een uniek product, dat maakt het zo leuk.”

In zijn kleine werkplaatsje achter zijn kinderwinkel aan het Slotplantsoen staat de machine die de klompen op diverse formaten afwerkt. Westerhuis brengt er regelmatig de nodige uurtjes door. „Het is arbeidsintensief, dus ik denk ook weleens: waarom doe ik dit”, lacht hij hartelijk.

‘Jubileum van 125 gaan we wel halen’

Terug in zijn winkel kijkt hij toch weer met een grote grijns naar het volle schap met klompen. Het is een bont geheel, want afgezien van het traditionele geel is het ook onder meer rood, blauw en roze wat de klok slaat. Een jongedame kan voor een roze klomp in kleine maat met leuke witte bloemetjes zo bij Westerhuis terecht. En dat al 120 jaar. Hij is bescheiden over de lengte van het bestaan van de zaak, maar realiseert zich dat niet veel andere Meppeler bedrijven zijn familie nadoen. Weer een grote lach op zijn gezicht. „Het jubileum van 125 gaan we wel halen. Of ik moet omvallen!”

Afgezien van de duur, zit de uniciteit ook vooral in de inhoud van de werkzaamheden. Westerhuis krijgt de klompen ruw aangeleverd van Nijhuis B.V. uit Beltrum in de Achterhoek, ’s werelds grootste klompenfabriek. Dan volgt aan het Slotplantsoen de nauwkeurige afwerking en het schilderwerk. „Natuurlijk kun je ook op een andere plek klompen kopen, maar het verschil zit hem vooral in de binnenkant. Op onze klomp kun je lang lopen. Soms moet je mensen ervan overtuigen een goede klomp te kopen. Het is net als een goede schoen. Op hakjes kun je ook geen heel eind lopen. Maar het is wel een schoen.”

Officieel goedgekeurde werkschoen

Westerhuis levert ook aan groothandels en andere winkels. „Dat is van vroeger zo gekomen. Het gebruik van klompen wordt wel minder. De meeste verkopen we nog aan mensen die ze rondom huis dragen. De voordelen? Je stapt er zo in, een klomp isoleert, je houdt droge en warme voeten en je voelt het niet als er iets op je voet valt. Het is een officieel goedgekeurde werkschoen, ook veel gebruikt door stratenmakers. Lang niet alle boeren lopen er nog op en er zijn steeds minder boeren. Vroeger kwam het voor dat iemand vijftien of zestien paar klompen per jaar gebruikte. Dat gebeurt niet meer.”

Klompenmakerij Westerhuis startte in 1901 aan het Prinsenplein. Via een pand aan de Vledderstraat achter de huidige Scapino, dat er nu niet meer staat, belandde Westerhuis na de afbraak naar het Slotplantsoen. In 2002 nam Jan Thele de zaak volledig van zijn ouders over. Hij zegt: „Mijn vader zei: ik ga vrijwilligerswerk doen. Hij is 85 jaar en helpt nog steeds met schilderen!”

‘Ik wil met houten speelgoed anders zijn dan de grote ketens’

35 jaar geleden breidde de klompenwinkel uit met kinderspeelgoed. „We zijn ermee begonnen als winkelvulling. Voor die tijd stond onze zaak vol met Zweedse muilen. Zo’n vijftig jaar geleden waren die helemaal in, maar dat werd steeds minder. Ze waren geen mode meer. We zochten een alternatief. We dachten dat houten speelgoed een mooie aanvulling was op de houten klompen. Dat bleek een goede zet. Natuurlijk, het was pionieren. Dat is het nog steeds, maar je groeit er wel in. Ik wil met het speelgoed anders zijn dan de grote ketens. Onderscheidend en van goede kwaliteit.”

Een vijfde generatie voor de klompen van Westerhuis lijkt er niet in te zitten. „Mijn zoon en dochter studeren allebei, ik denk niet dat een van hen mijn opvolger wordt. Wat er dan gaat gebeuren? Als de tijd zover is, trek ik de deur dicht en ben ik klaar! Daar ben ik nuchter in. Alleen als je het zelf wilt, moet je erin stappen, anders red je het niet. Het is geen baantje van veertig uur.”