Kranslegging bij Joods Monument in Meppel op 3 oktober: herdenking deportatie van Joodse inwoners

Burgemeester Richard Korteland en voorzitter Jan Oldebesten van Stichting Joods Monument leggen zondagochtend 3 oktober om 8.30 uur kransen bij het monument in het Slotplantsoen. Met de kranslegging herdenken zij de deportatie van de Joodse inwoners in de nacht van 2 op 3 oktober 1942. De mannen waren al eerder geïnterneerd in Joodse werkkampen in de wijde omgeving.

Het Joods Monument in het Slotplantsoen Meppel.

Het Joods Monument in het Slotplantsoen Meppel. Foto: Daan Prest

Van de 250 Joodse inwoners die aan het begin van de oorlog in Meppel woonden, werden er op die zwarte dag in 1942 171 personen opgepakt. Slechts 18 Joodse Meppelers overleefden de vernietigingskampen.

In 1970 kreeg Meppel in het Slotplantsoen een klein monument dat in 1997 werd verplaatst en uitgebreid met granieten platen met daarop de toen bekende namen van gedeporteerde Joodse inwoners.

Boek over isolatie Joodse inwoners

Thijs Rinsema beschrijft in zijn boek Tussenstation Meppel de isolatie van de Joodse inwoners die stap voor stap op gang kwam en uiteindelijk leidde tot deportatie en de Holocaust die 6 miljoen Joden, Roma en Sinti het leven hebben gekost.

Oud-voorzitter van Stichting Oud Meppel, Herman Jansen, las vorige week vrijdag een aantal passages uit het boek voor tijdens een lezing in het gebouw van het Apostolisch Genootschap. Daar vindt tot zaterdag de tentoonstelling ’75 + 1 jaar vrijheid in Meppel’ plaats. De expositie met grote informatieborden over de Tweede Wereldoorlog en met vredeswerkstukken van scholieren viel deels samen met de landelijke Vredesweek.

Reeds in juli 1940, twee maanden na de inval en bezetting, werden de eerste anti-Joodse maatregelen van kracht. Zo moest het overheidspersoneel op 5 oktober 1940 een Ariërverklaring tekenen en werden Joden uit hun functie ontheven. Medio december 1941 dienden alle voor Joden verboden gebouwen en terreinen op korte termijn voorzien te worden van borden met de tekst: ‘Voor Joden verboden’. De gemeente Meppel reageerde meteen en op 19 december ging een bestelling de deur uit voor 110 exemplaren.

Jodenster

Een volgende maatregel werd eind april 1942 bekend gemaakt. Joden moesten een Jodenster dragen. Per persoon werden maximaal vier sterren beschikbaar gesteld, die men zelf diende te betalen. Burgemeester Wisman maakte in een advertentie in de Meppeler Courant van 1 mei 1942 bekend dat drie dagen na de afkondiging van de maatregel elke Jood ouder dan zes jaar die zich in het openbaar vertoonde, verplicht was een Jodenster te dragen.

In juni 1942 kregen de Joodse huishoudens weer een bittere pil te slikken. Boodschappen doen in Joodse winkels was inmiddels onmogelijk, omdat ene na de andere zaak was geliquideerd. Winkelen in niet-Joodse zaken mocht vanaf dat moment nog slechts tussen 15.00 en 17.00 uur. In verband met de schaarste van veel goederen waren die ’s middags rond dat tijdstip doorgaans al uitverkocht. Het werd voor Joodse gezinnen steeds moeilijker om aan voedsel te komen.

Bepakt en bezakt

Toen kwam de ochtend van 3 oktober 1942. In het boek Tussenstation Meppel wordt een getuige aangehaald. „Daar zag ik ze aankomen. Eerst waren de straten helemaal leeg en dan ineens, ik zal het nooit meer vergeten, daar kwamen ze. Een grote groep mensen kwam uit de Emmastraat, anderen liepen de Parallelweg of Stationsweg af. Allen liepen bepakt en bezakt op het station af, verdwaasd voor zich uit kijkend. De trein, toen nog een personentrein, stond dampend aan het perron. Het Stationsplein was een verschrikkelijk schouwspel. Ongeveer 170 vrouwen, kinderen en oude mannen stonden daar hulpeloos, reddeloos en radeloos. Er werd gehuild, gesmeekt, gepraat en gezwegen. Vanuit het Stationsplein liep de meute naar het perron waar een trein stond. Mensen liepen vooruit om een plaatsje te bemachtigen en riepen familie, buren en bekenden: ‘Kom hier, hier is nog plaats.’ Rond 8 uur zette de trein zich in beweging richting Westerbork. Vertwijfeld keek men nog eenmaal naar Meppel. Zouden ze hun woonplaats ooit nog terugzien? De Meppeler Joden reisden met de trein die het nummer 1503 had en arriveerden om 8.30 uur in Hooghalen.’’

De bijna 180 inzittenden - de politie had ook zeven vluchtelingen uit huizen gehaald - liepen vervolgens de laatste 8 kilometer van hun reis naar Kamp Westerbork.

De plechtigheid zondagochtend duurt maar kort. Doordeweeks wordt de kranslegging bijgewoond door leerlingen van basisschool De Woldstroom die het monument onderhouden. De burgemeester wordt vergezeld door de wethouders. Enkele nabestaanden van Joodse inwoners zijn altijd aanwezig. Burgemeester Korteland en voorzitter Oldebesten spreken na de kransleggingen een korte herdenkingsrede uit.