Bij terugkeer van de Prinsengracht zouden de panden eromheen 10 procent in waarde kunnen stijgen.

Makelaar Jan Weide: 'Ze hadden nooit de grachten dicht moeten gooien in Meppel, maar weer opengraven is heel wat anders'

Bij terugkeer van de Prinsengracht zouden de panden eromheen 10 procent in waarde kunnen stijgen. Foto: Daan Prest

„Met rondvaartbedrijf Jan Weide. Ik dacht ik speel alvast in op de Prinsengracht.” Nee hoor, makelaar Jan Weide blijft gewoon een makelaar. „Wat een flauwekul allemaal.”

„Ik ben nooit een voorstander geweest van het opengraven van de Prinsengracht. De gemeente had nooit de gracht dicht moeten gooien, maar de gracht nu weer opengraven is weer heel wat anders. Als je ze nu weer opengooit, worden ze over twintig of dertig jaar zeker weer dichtgegooid. Zonde van het geld.”

Jan Weide zit met zijn kantoor aan de Groenmarkt. Eigenlijk tot waar de gracht open zou worden gegraven. „Je kan zo veel leukere dingen doen met geld, zeker in een gemeente die het financieel niet zo heel makkelijk heeft.” Als makelaar kijkt hij dan voornamelijk naar de leegstand.

Uitstraling

„Leegstand is nooit goed. Er staat heel wat leeg in Meppel. Maak er woningen van.” Maar ook de uitstraling van panden in de stad kunnen wat hem betreft beter. „Zoals de Lord Nelson vind ik echt een lelijk gezicht. Dat is eigenlijk een zwarte muur. Daar kan je toch wel wat moois van maken?” Als goed voorbeeld noemt hij Tapilux, dat is onlangs verhuisd van de Groenmarkt naar de Hoofdstraat, waar vroeger de Scheer & Foppen zat. Dat oude pand is gesloopt en er is een heel nieuw pand gebouwd. „Dat is best mooi geworden. Je vraagt je af hoe er ooit zo’n lelijk pand kon komen”, zegt hij over het oude Scheer & Foppen-pand. „En ze zijn nu met het pand waar Buining in zat begonnen. Dat lijkt ook heel mooi te worden.”

In het onderzoek dat de gemeente heeft laten uitvoeren naar het opengraven van de Prinsengracht komt naar voren dat de terugkeer van de gracht ervoor zorgt dat panden eromheen met 10 procent in waarde stijgen. „Dat is leuk voor de pandeigenaren. Wie heeft er verder baat bij?”, vraagt Weide zich af. „Dan kunnen die toch gaan meebetalen aan het plan?”