Minder honingbijen geteld maar veel wilde bestuivers waargenomen tijdens bijentelling

Honingbij opnieuw op nummer één bij Nationale Bijentelling ANP

Hoewel deelnemers aan de Nationale Bijentelling nog tot maandagavond de telresultaten kunnen invoeren is er wel alvast een conclusie te trekken uit de telling van dit jaar. Zo lijkt de gehoornde metselbij zich definitief te vestigen als een van de algemeenste Nederlandse tuinbijen.

In Meppel werd dit weekend op 10 locaties geteld. Daar werden tussen de 7 en 2 verschillende soorten waargenomen.

De telling werd voor de vijfde keer op rij uitgevoerd. Daardoor is het steeds beter mogelijk om trends in bijenpopulaties te zien. De gehoornde metselbij was tien jaar geleden nog schaars in een groot deel van Nederland, maar is afgelopen jaren duidelijk toegenomen. Het lijkt er sterk op dat de gehoornde metselbij profiteert van het warmer wordende klimaat in ons land.

Opmerkelijk is ook dat de honingbij weer op de eerste plek staat, maar in verhouding wel flink minder is waargenomen dan tijdens eerdere edities van de Nationale Bijentelling. Dit jaar is 25 procent van de waargenomen bestuivers een honingbij, ten opzichte van 35 procent vorig jaar. Mogelijk heeft dit te maken met een hogere sterfte in de winterperiode, veroorzaakt door het zachte en vochtige weer.

De aardhommel werd tijdens deze editie van de telling weinig waargenomen. De hommelsoort, die zowel in 2018, 2019 als in 2021 op plaats drie stond, bereikte dit jaar slechts de achtste plek. Mogelijk brengen ze momenteel onder de grond door, om daar voor het nieuwe nest te zorgen.

Nieuws

menu