Nooit Volmaakt is het oudste historische vaartuig in de grachten van Meppel. Wel varend erfgoed, maar niet bewoond

Bij aanvang van de serie over de historische vaartuigen in Meppel is steeds uitgegaan van vier schepen. Daarbij zijn alleen de bewoonde schepen geteld, maar er zijn vijf schepen in de Meppeler grachten die de status van varend erfgoed hebben. De Nooit Volmaakt ligt aan de Sluitgracht en is weliswaar niet bewoond, maar is wél een historisch bedrijfsvaartuig en opgenomen in het landelijke Bestand Historische Schepen.

 Leks van der Voort van der Kleij (75) en Janneke Smink (76). op hun schip Nooit Volmaakt.

Leks van der Voort van der Kleij (75) en Janneke Smink (76). op hun schip Nooit Volmaakt. Foto: George Snijder

Nooit Volmaakt, uit ongeveer 1890, is waarschijnlijk de oudste van de Meppeler schepen. Ze is alleen een kleiner scheepje, en daardoor kan er niet op gewoond worden.

De Nooit Volmaakt is een zandaakje van 14 ton uit de Biesbosch: een ijzeren aak naar het Drimmelse model. Het scheepje was van oorsprong een zandbeugelaar en toentertijd een open scheepje. De gebroeders Van Steenbergen uit Raamsdonksveer waren zandhandelaren en eigenaren van het schip. Met een lange stok, waaraan een metalen beugel en een zak was bevestigd, schraapten ze over een zandbodem. Na zo’n 400 keer scheppen was het schip vol. Het schip bleef tot 1957 actief, het laatst op de grote zandplaat bij slot Loevestein.

Daarna werd het gebruikt als werkschip door aannemer Steinis, die meerdere bootjes had. IJmert Bax kocht eind jaren zestig de schepen, die anders naar de sloop werden gebracht en verkocht ze liefhebbers die ze weer in de vaart wilden brengen.

Studenten kochten het snel verdwijnende historisch watererfgoed

Eigenaren Leks van der Voort van der Kleij (75) en zijn vrouw Janneke Smink (76) vertellen: „Rond het midden van de jaren 1960 kwam er meer belangstelling voor het snel verdwijnende historisch watererfgoed. Met name studenten gingen zich bezighouden met houten botters, kwakken, bonzen enzovoort. En later ook met kleine en grotere skûtsjes en tjalken.”

„Dat was ook bij ons het geval. In 1970, kort nadat we in Delft getrouwd waren, kochten we een Hollandse tjalk. Het was een zwaargebouwde tjalk uit 1892, zo’n 24 bij 4,95 meter, met een laadvermogen 127 ton. Daar hebben we een paar jaar voor het plezier mee gevaren, met het idee om het schip weer zeilend te maken en er op te gaan wonen. Het is anders verlopen, we kwamen te wonen op een boerderij aan de Oosterboerseweg. Maar vlak bij Rogat. Daardoor was het mogelijk om onze verhuizing van Delft naar de Oosterboerseweg met de tjalk te doen. In Delft alles ingeladen, bestelbusje verkocht. Toen in een rustig tempo via Meppel naar Rogat gevaren. Daar alles uitgeladen op een boerenkar en naar de boerderij gebracht.”

„Toen we eenmaal besloten hadden toch maar ‘aan de wal’ te gaan wonen, was het schip eigenlijk veel te groot om voor plezier te hebben.” De huidige eigenaren verkochten de tjalk dan ook en kochten de Nooit Volmaakt in 1976. „Ze was grotendeels een open schip, dat zeilend was gemaakt. Wij hebben het scheepje in 1999 opgebouwd naar het voorbeeld van het Lemster Veerschip, waarbij veel historische details behouden zijn gebleven”, menen de eigenaren.

Er pasten vier schepen in de sluis

Het formaat van circa 11 bij 3 meter van de Nooit Volmaakt komt precies overeen met het formaat van de eerste pramen waarmee vanaf de 17e eeuw turf vanaf de Echtener Groote Venen naar Meppel werd vervoerd. De rond 1635 gebouwde Meppeler sluis was zodanig gebouwd dat er vier van dit soort scheepjes tegelijk geschut konden worden. In de ‘moderne’ Meppeler sluis kan dat niet meer: deze is rond 1930 langer maar ook smaller gemaakt.

Hoewel het scheepje al sinds 1976 in Meppel is gestationeerd, kennen de meeste Meppelers de Nooit Volmaakt pas sinds 2004. Vanaf die tijd heeft het (met uitzondering van een drietal jaren) een winterligplaats in de stad. Eerst in de Hoogeveense Vaart aan het Zuideindigerpad, voor de woning van de eigenaren. Maar de laatste jaren ligt ze voor het Historisch Centrum Meppel en molen De Vlijt aan de Sluisgracht. In de zomer ligt de Nooit Volmaakt tegenwoordig aan het Westeinde, omdat de Meppeler botenbezitters nu eenmaal moeten wijken voor de toeristen.

Elke zomer op het water

„Wij doen ons best om dit stukje varend erfgoed in stand te houden”, zegt Leks van der Voort van der Kleij. „Er is een nieuw roer nodig en volgend jaar gaat het schip bij een werf de helling op.” Het onderhoud kost de schipper zo’n 300 à 400 uren per jaar. Dat is dan behalve het echte klussen en repareren ook het reguliere schoonmaken en de ‘sociale werkzaamheden’ die bij een historisch bedrijfsvaartuig horen. „Veel van de werkzaamheden hebben een specifiek karakter. Die moet je zo mogelijk zelf doen, anders is het niet te betalen.”

„We varen er nog een paar weken per jaar mee, bijvoorbeeld door de Weerribben, naar Friesland of de Turfroute. Zowel mijn vrouw als ik weten vanaf 1950, en zelfs daarvoor, niet beter dan dat je in de zomer op het water bent. Janneke haar ouders voeren zeer actief met hun kajuitzeilboot in de Weerribben en door Friesland. En bij ons thuis brachten we de zomer door op ons scheepje op de Wijde Aa en omgeving: Roelofarendsveen en Hoogmade. Wij kunnen ons eigenlijk niet voorstellen dat we niet meer het water op zouden kunnen. We gaan de Nooit Volmaakt echt nog niet verkopen, hoewel we er wel zo nu en dan over nadenken.”