Recensie | Jan Mankes, schilder van tederheid

Scan van boek

JOURE – In de zomer van 1910 werd er in Heerenveen een groots opgezette vliegweek gehouden. Grote trekpleister was Clément van Maasdijk, die met zijn Sommer tweedekker ieders hart wist te stelen.

Misschien zelfs dat van Jan Mankes, de schilder die in die jaren in Het Meer nabij Heerenveen woonde. Over Mankes van wie velen denken en dachten dat het een Fries was (!), verscheen een gedegen biografie: ‘Jan Mankes, Schilder van tederheid’. Mankes , de schilder, die op 23 april 1920 in zijn toenmalige woonplaats Eerbeek aan de gevolgen van tuberculose overleed.

Rémon van Gemeren: ‘Jan Mankes, Schilder van tederheid.’   WBOOKS Zwolle. ISBN 978 94 625 8349 8.

De memoires van zijn vrouw en de bewaard gebleven correspondentie van Mankes zelf, vormden de basis van het boek. Een biografie die Jan Mankes zowel als kunstenaar en als persoon neerzet in de tijd. Eind negentiende, begin twintigste eeuw waren zorgelijke jaren waarin allerlei stromingen zich manifesteerden, maar waar ook dreiging heerste, die uiteindelijk zou uitmonden in de Eerste Wereldoorlog.

Jan Mankes werd in 1889 op 15 augustus 1889 geboren in Meppel waar vader Beint belastingambtenaar was. Jentje Hartsuiker, Jans moeder was de dochter van een winkelier. In 1902 bezocht hij de HBS, een opleiding die hij vanwege een verhuizing naar Delft in 1904 niet zou afmaken.

Jan bleef echter het leergierige kind dat graag luisterde naar de verhalen van zijn vader. Hij werd te werk gesteld op een glasfabriek van Schouten, een bedrijf dat zich specialiseerde in decoratief glas-in-lood voor woningen en openbare gebouwen.

Een avondopleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten en ellenlange gesprekken over Domela Nieuwenhuis, Frederik van Eeden en Tolstoi vormden hem. Hij groeide uit tot een idealist, die een wereld zonder alcohol tabak, vivisectie, militarisme en onnatuurlijke geneesmiddelen voorstond met kuisheid voorop! 

In de jaren 1909 – 1915 woonde Jan met zijn ouders in Het Meer nabij Heerenveen. Aangezien schilderen alles was geworden voor hem, stond zijn vader hem toe dat hij thuis mocht werken; Beint zorgde wel voor het inkomen!  Kunsthandelaar Schüller zette zich in Mankes’ werk te verkopen. Aloysius Pauwels, eigenaar van een sigarenhandel en sigarenfabriek, en kunstverzamelaar zorgde voor de teken- en schildermaterialen voor de kunstenaar. En ook voor de dieren. Mankes wilde graag dieren schilderen, etsen of tekenen, maar dan wel naar levende! Opgezette dieren waren volgens Mankes al “een kunstwerk”. 

In 1913 leerde hij Annie Zernike kennen, wier zus een literaire prijs kreeg en wier broer in 1953 de Nobelprijs voor natuurkunde zou verwerven. Hij trouwde in 1915 met Annie, een theologe die de eerste vrouwelijke predikant van Nederland werd en hem een zoon schonk, die vernoemd werd naar Beint (1918).

In het jaar van hun huwelijk verhuisden Jan, Annie en dienstmeid Uilkje naar Den Haag om het jaar daarop de Hofstad te verruilen voor het Gelderse Eerbeek. Jan, die leed aan tuberculose zou in deze bosrijke omgeving beter om kunnen gaan met zijn ziekte. Mankes bleef echter ziekelijk. Bedlegerige perioden werden afgewisseld door tijden waarin het beter ging en hij aan één stuk door werkte. Na zijn dood op 23 april 1920 werd hij begraven in Eerbeek.

Mankes’ kunst

In de bijna tweehonderd schilderijen, haast evenveel tekeningen en ruim vijftig etsen, litho’s, houtsneden en kopergravures zien we de natuur in de vorm van dieren vaak terugkeren. In de jaren dat hij in Het Meer woonde van 1909 tot 1915 maakte hij zijn beste werk. Misschien dat die periode er debet aan is dat veel Friezen vermenen dat Jan Mankes een “Friese schilder” is.

Jan wilde als kunstenaar erkend worden; in diverse technieken zou hij experimenteren, waarbij het subtiele altijd voorop stond. Hij werd geïntrigeerd door de school van Barbizon, maar zag ook in schilders uit lang vervlogen tijden zoals Vermeer, Dürer en Holbein een lichtend voorbeeld.

Van Gemeren omschrijft Mankes als een kunstenaar die uiting wilde geven aan zijn geestelijk leven en voortdurend bezig was dieper door te dringen in de objecten, die hij afbeeldde. Met als gevolg werk vol verstilling, verfijning, eenvoud, zuiverheid en melancholie.  Zoals eens weergegeven: “Een eigenaardig licht dat bestaat uit ontelbare schakeringen in één kleur, een nevelige, wazige en mysterieuze welhaast bovennatuurlijke uitbeelding van de natuur.” Zodoende weet hij met zijn werk af te wijken van alle destijds in zwang zijnde kunststromingen uit de begintijd van de twintigste eeuw.

De biografie

Rémon van Gesteren is er in geslaagd een uiterst levendige biografie neer te zetten, waarin liefhebbers van het Friesland uit lang vervlogen tijden ook zeker aan hun trekken komen, los van het kunstenaar-zijn van Jan Mankes.

Het is aardig dat de biografie op romanformaat is uitgebracht, hoewel sommigen de weergegeven kunstwerken misschien op een iets groter formaat zouden hebben gewild. Er is gekozen voor een luchtige machineletter, die prettig leest en oogt.

Een boek dat er toe aanzet de kunst van Jan Mankes weer eens te gaan bezoeken, zoals Museum Belvédère in Oranjewoud dat haar medewerking verleende aan deze biografie. Of in de geplande tentoonstelling in Museum More, het Museum voor Modern Realisme in Gorssel. Vanaf 10 april is de expositie Jan Mankes 1889 – 1920, ‘De Werkelijkheid Niet’ daar te bezoeken.

Koos Schulte