Regiocampus Living lab in Meppel sluit seizoen af met Festival van het Goede Leven: acht projecten die jong en oud in Koedijkslanden verbinden

„Jong en oud verbinden, dát is de rode draad van deze acht presentaties”, zei Gea Langeloo, bezoekster van het festival van het Goede Leven. Het festival vormde vrijdagmiddag 18 juni de afsluiting van het living lab-seizoen 2020-2021.

Twee bezoekers van het Festival van het Goede Leven in gesprek met studenten over het Gezonde leven.

Twee bezoekers van het Festival van het Goede Leven in gesprek met studenten over het Gezonde leven. Foto: Michiel Kolle

In het living lab hebben studenten en docenten samen met oudere bewoners van de wijk Koedijkslanden gewerkt aan nieuwe producten en diensten die het goede leven ondersteunen of zelfs versterken. Studenten van de Hogeschool Windesheim en van de opleiding verpleegkunde van Hogeschool Viaa in Zwolle vonden twintig oudere buurtbewoners bereid om mee te doen aan het living lab. En die ontmoeting tussen jong en oud leidde tot mooie resultaten.

Niet alleen leerden ouderen elkaar kennen, waardoor vriendschappen ontstonden, maar ze leerden ook ‘de jeugd’ door de projecten kennen. De studenten onderhielden contact met de senioren via mail en telefoon, maar ook door gesprekken en bijeenkomsten. Naast deze contacten op persoonlijk vlak kwamen er ook heel wat plannen uit voort.

Groenten uit eigen tuin

De studenten presenteerden vrijdag acht projecten. Zo is onderzocht of er een beleeftuin kan komen aan de Reest. Deze tuin kan aansluiten op de beweegtuin die er al is bij verzorgingshuis Reestoord. In de beleeftuin kunnen ouderen maar ook wijkbewoners aan de slag met het kweken van groenten en planten. Het is de bedoeling dat de tuin voorzien wordt van verhoogde bakken, waardoor bukken niet noodzakelijk is. Ook de paden moeten rolstoel- en rollatorvriendelijk zijn. Reestoord is enthousiast over de plannen en wil de tuin samen met een nieuwe ploeg studenten realiseren.

Een ander idee is het plaatsen van een ontmoetingsboom, een kunstwerk waarin vragen worden opgehangen. De vragen moeten de aanleiding zijn voor gesprekjes tussen mensen die elkaar nog niet kennen. Die gesprekjes kunnen dan uitgroeien tot een tweede ontmoeting. „Krijgen we toch nog een date”, grapten Gea en haar wandelvriendin Truus van de Graaf.

Jong en oud op één online platform

Een derde project is JOeK, dat staat voor Jong Oud en Koedijkslanden. De vriendschappen die zijn ontstaan leidden ertoe dat het team studenten en de ouderen samen Koningsdag vierden. Daarnaast wordt er gewerkt aan een app waarmee jongeren en ouderen via één online platform kunnen communiceren. JOeK heeft al een eigen Instagram-account, dat moet bijdragen aan een netwerk voor jong en oud.

Wat willen ouderen zelf?

Gea Langeloo en Truus van de Graaf waren zichtbaar onder de indruk van de presentatie van Shannon Jonkers en Marjolein Plakmeijer, twee studentes verpleegkunde aan het Windesheim in Zwolle. „Ouderen moeten zoveel,” zei het tweetal, „ook als ze er geen zin in hebben. Ze ‘moeten’ drie keer per week onder de douche. Maar wat willen ouderen eigenlijk zélf?” Uit hun onderzoek blijkt dat er vier dingen zijn waar ouderen erg aan hechten: sociale contacten, steun en hulp van anderen, zichzelf accepteren en het behouden van een gevoel van controle.

Of, om het praktisch te maken: ze willen hun (klein-)kinderen zien, ze willen goede thuiszorg, ze moeten beter leren omgaan met de nadelen van het ouder worden, en ze willen leren om ‘nee’ te zeggen en zo lang mogelijk zelfstandig blijven. „Juist”, riepen Gea en Truus. „De menselijke maat moet terug. Maar vertel dit plan maar niet aan de managers, want dan wordt het wegbezuinigd.”

Wandelroute voor beweging en natuurbeleving

Gea en Truus waren zelf betrokken bij het team Grey Movement, waarvan de studenten een wandelroute presenteerden. Kernwaarden van een goed leven zijn volgens het team het hebben van voldoende groen, beweging en sociale contacten. Deze drie elementen zijn samengebracht in een wandeling door de wijk Koedijkslanden die groene stukjes met elkaar verbindt. De wandeling zorgt voor beweging en gesprekken. Bloemenstroken voor bijen, vlinderstruiken, vogelhuisjes en insectenhotels langs de route moeten de biodiversiteit de wijk in halen.

„En wat is er fijner dan naar de zang van vogels te luisteren?” Dat een deel van de bevolking klaagt als het gras en de bloemen in de bermen te hoog wordt, deert de dames niet. „Je kunt een berm ook voor de helft maaien”, zei studente Chiméne Jansen. „Alleen vlak langs de weg en de rest laat je staan voor de insecten.” Studente Gillian Dijk houdt in de zomervakantie contact met de gemeente Meppel om de voortgang van het project te bevorderen.

Hangplek voor jongeren

Team Even Samen presenteerde voor de tweede vrijdag op rij haar plannen. Vorige week vertelden ze al over een hangplek bij de skatebaan in wijkpark Hesselingen. Inmiddels heeft jongerenwerker Myrthe Lugtmeijer het plan omarmd. Samen met de volgende lichting studenten en de jongeren in de wijk gaat ze het plan verder uitwerken.

Buitenzitplaats bij het wijkcentrum

Een ander plan dat kans maakt om gerealiseerd te worden is dat van de buitenzitplaats. Bij wijkcentrum de Koeberg moet een afgesloten terras komen waar jong en oud terecht kan. Doordat de buitenzitplaats alleen bereikbaar is via de Koeberg, kan het geen hangplek worden. Zowel het wijkcentrum als Woonconcept, eigenaar van de grond, hebben aangegeven wel iets in het plan te zien. Gea ziet het helemaal zitten: „Een bankje onder een walnotenboom, heerlijk in de schaduw en je krijgt er nog noten van ook.”

Gesprekken tussen jong en oud zijn waardevol

Tot slot was er een presentatie van verpleegkundestudenten van Viaa Hogeschool. Zij koppelden vier oudere wijkbewoners aan het project ‘Regiocampus Helpende Handen’. Zorg- en welzijnstudenten van het Deltion College wandelden in paartjes met een oudere. De gesprekken worden door zowel de jongeren als de ouderen als waardevol omschreven. Naast wandelen doet Helpende Handen nog meer. Zo helpen ze ook bij tuinonderhoud. De Viaa-studenten zoeken nog naar mogelijkheden om hun project ook na de zomervakantie voort te zetten.