Stadsgidsen van Oud Meppel nemen vakantiegangers bij de hand (en beginnen daar vanavond al mee)

Eigenaren van campers hebben moeite een stalling te vinden. Foto: Frens Jansen

De versoepelingen van de coronaregels leiden tot vreugde bij de Stichting Oud Meppel: eindelijk kunnen er weer stadswandelingen worden gehouden. Vanaf vanavond komt er een extra wandeling bij, met name voor de vakantiegangers in Meppel bedoeld. Want veel passanten krijgen bar weinig van de geschiedenis van Meppel mee. En dat wil Oud Meppel graag veranderen, vertelt stadsgids Dinie Bakker.

Dag Dinie, weten jullie al of er belangstelling is voor deze wandelingen?

„Nee nee, want camperaars en eigenaren van bootjes komen de ene dag en gaan misschien de andere dag weer weg. Ik heb eigenlijk geen idee. Als ik zelf ergens ben, dan vind ik het heel leuk om meer van het stadje te weten. We gaan vanavond om 19.00 uur met een paar gidsen naar de Meppelersluis toe en dan wachten we af of er mensen komen. Dan weten we ook of er belangstelling voor is. Het is wel de bedoeling om dit deze zomer elke woensdag te doen.”

Waarom zouden toeristen deze wandeling moeten doen?

„Mensen krijgen dan wat meer mee van de historie van de plek waar ze verblijven. Veel toeristen staan met hun camper aan het water of liggen met hun bootje op het water, maar zij weten waarschijnlijk helemaal niet waar ze staan. De toeristen weten niet dat van oudsher de Kaap en het Meppelerdiep ongelofelijk belangrijke punten voor Meppel waren. Het is dan misschien ook wel leuk om te vertellen dat Meppel in het meest zuidwestelijke puntje van Drenthe ligt en dat het het laagste gedeelte van de provincie is. En dat wij dat dan altijd ‘het afvoerputje van Drenthe’ noemen. Je kunt ze vertellen over al die stroompjes die naar Meppel komen, of je kunt ze vertellen over de hoogtijdagen van de handel, waardoor hier nu allemaal pakhuizen staan.”

Het water speelt een belangrijke rol in Meppel, maar ook in de wandeling: hoe komt dat tot uiting?

„Van vroeger uit komen heel veel stroompjes, riviertjes en beekjes naar Meppel toe en daardoor werd Meppel wel een klein handelsstadje. Je kunt de mensen vertellen over de Handels- en Keizersgracht en waarom daar allemaal kleine huisjes zijn gebouwd, maar ook waarom aan de overkant bij de Stationsweg zoveel grotere huizen staan. Of over het hoogteverschil tussen Hoogeveen en Meppel en hoe dat is ontstaan. En dat je vroeger tol aan de Bisschop van Utrecht moest betalen bij het Meppelerdiep. Zo zijn er nog veel meer verhalen te vertellen over het water en de grachten.”

Hoelang duurt de wandeling en wat kom je allemaal tegen?

„We beginnen bij de Meppelersluis met vertellen over de waterwegen, daarna loop je de grachtjes langs. Het kan dan bijvoorbeeld gaan over de scheepswerven die daar vroeger waren en dat Meppel en Leiden vroeger de smerigste steden waren. Daarna loop je verder naar de Zuiderbrug en dan vertel je dat daar Meppel ophield en Staphorst begon. Maar daar liggen ook Stolpersteine, ook wel struikelstenen genoemd, en dan kun je vertellen over het Joodse verleden van Meppel. Daarna loop je eventueel terug via de Prinsenplein, de Wheem en de Groenmarkt. Soms lopen we ook nog wel even binnen bij een winkelier - die vinden dat ook leuk. We eindigen altijd bij de Meppeler toren; ook al ga je niet naar boven, dan is daar beneden ook genoeg over te vertellen. Dat de toren bijvoorbeeld is gebouwd op koeienhuiden en palen. Zo loop je dus heel het centrum van Meppel door. De route is heel flexibel hoor, als er interesse is in andere dingen dan nemen we een andere route. De wandeling is anderhalf uur, uit ervaring weten wij dat dan de belangstelling ophoudt en dat mensen moe worden.”

Deelname kost 3,50 euro en de opbrengst gaat naar de historische vereniging. Wat doen jullie met dit geld?

„Ten eerste hebben we natuurlijk een heel mooi pand dat onderhouden moet worden. En we geven een kwartaalblad uit, wat ook veel geld kost. We hebben een archief en daar zitten iedere dag mensen achter computers. Zij zorgen ervoor dat er het nodige wordt gedigitaliseerd. Je hebt ook nog vaklui vanuit het drukkerijverleden, met grafische mensen die meehelpen om de kwaliteit van oude foto’s te verbeteren. Een ander probeert de geschiedenis van die foto’s te achterhalen. Dat kost ook geld.”