Tegenstanders van coronapas in horeca laten van zich horen: 'Mijn personeel is er klaar mee om politieagentje te spelen'

De plannen die zondag uit Den Haag lekten om op veel meer plekken te gaan werken met een coronapas, is bij veel horecaondernemers in Meppel slecht gevallen. Opvallend is dat velen zich klip en klaar uitspreken op social media.

Maarten van Oosten van De Kansel.

Maarten van Oosten van De Kansel. Foto: Daan Prest

Zij gooien het veelal niet op het moeten inzetten van een extra poppetje bij de deur, maar tweedeling en uitsluiting zijn de belangrijkste argumenten die café- en restauranthouders aanvoeren tegen het beleid.

„Dit gaat veel te ver, ze zijn nu echt doorgeslagen. Het is pure discriminatie”, aldus kroegbaas Jeremy van Ommen van Café Nummer 17, die zich over corona en politiek anderhalf jaar niet uitsprak op Facebook, maar maandag op het sociale medium liet weten niemand te willen uitsluiten bij de deur. „Waar moet ik dan nog meer op selecteren; rood haar, dik zijn, flaporen?”

Privacy

„Deze regel leidt tot een tweedeling. Of iemand wel of niet ingeënt is, maakt mij niet uit. Ik wil niet als pion worden ingezet om mensen te controleren. Een bezoek aan Nummer 17 heeft niets te maken met die prik. Mensen die naar het café gaan zijn volwassen en volwassenen maken hun eigen keuzes. Ik ga mijn gasten ook niet vertellen dat ze een condoom of de pil moeten gebruiken of niet moeten gaan roken. Dat gaat mij ook niets aan. Het is allemaal privacy, net als dat vaccin.”

Moeten checken aan de poort komt voor de horeca ook nog eens tegelijk met het wegvallen van financiële steun. Verruiming van openingstijden zit er niet in. Van Ommen: „Per oktober vervalt alle steun en elke euro is er één. De bijdrage die wegvalt, zou ik best tussen 24.00 en 2.00 uur kunnen terugverdienen, maar dan mag ik niet open. Of ik mijn poot ga stijf houden? Dat ligt aan de consequenties, maar ik ben not-amused . Dit had ik niet zien aankomen.”

Vaccinatiegraad omhoog krijgen

Maarten van Oosten, eigenaar van Café De Kansel, noemt het idee van het demissionair kabinet een vorm van schijnveiligheid. „Als je gevaccineerd bent, kun je het virus nog steeds oplopen en doorgeven. Ik vind vaccineren een onderdeel van de oplossing, maar wij zijn niet in de positie om dat te stimuleren en ik heb wel het gevoel dat we daarvoor worden gebruikt”, aldus Van Oosten. „Het is een pressiemiddel om de vaccinatiegraad omhoog te krijgen over de rug van de horeca.”

„Een deel van mijn gasten kán zich niet laten vaccineren. Moet ik dan tegen hen op maandagochtend gaan zeggen dat ze hier geen kopje koffie mogen drinken? Dat kan toch niet! We zijn een oud bruin café. De jongste komt hier met de kinderwagen, de oudste met de rollator. Deze mensen hebben me er de hele zomer doorheen geholpen en nu zouden ze niet naar binnen kunnen. Dat vind ik schofterig.”

Van Oosten verbaast zich erover dat er niet getest hoeft te worden om naar binnen te mogen bij de huisarts, supermarkt of sportvereniging, maar wel in de horeca. „Mijn personeel is er klaar mee om politieagentje te spelen. Wij willen niet meewerken aan medische apartheid. Het moet de eigen keuze van mensen zijn om hier naar binnen te kunnen.”

De Meppeler ondernemer spreekt zich uit, omdat hij zijn klanten wil laten merken dat hij het niet eens is met het beleid. „Dit slaat echt alles. Als dit wel doorgaat, gaan we op de ingangsdatum dicht uit protest. Daarna zullen we kijken wat we doen.”

Kippenvel

Jaap de Boer van Herberg ’t Plein noemt het coronatoegangsbewijs drie stappen terug in plaats van één vooruit. „Het is bizar”, aldus De Boer. „Het allerergste is dat mijn openbare gelegenheid geen openbare gelegenheid meer is. Er zijn klanten die niet ingeënt zijn. Na dertig jaar moet ik nu zeggen dat ze niet bij mij naar binnen mogen. Het gaat soms om mensen van zeventig of tachtig jaar. Ik krijg er kippenvel van en het is gemeen. Of je nu wel of niet gevaccineerd bent, je bent welkom in ’t Plein.”

De Boer hekelt ook de willekeur. „Ze komen met twintig man in alle vrijheid van een feestje vandaan. In de supermarkt staan mensen dicht tegen elkaar met elkaar te praten en even later kunnen ze bij mij niet verder praten. Het is ongelofelijk vreemd.”