Tijd, tijd en nog eens tijd | Podium

Peter de Visser. Martijn Bijzitter

De scholen blijven open! De overheid stelt dat het voor de ontwikkeling en het welzijn van kinderen heel belangrijk is dat zij zoveel mogelijk les op school krijgen. Daarom blijven basisscholen, middelbare scholen en scholen voor speciaal onderwijs open. Een uitgangspunt waar velen, ook ik, zich helemaal in kunnen vinden.

Dat scholen open zijn betekent echter niet dat je kunt spreken van business as usual . Sinds het begin van de pandemie worden scholen geconfronteerd met maatregelen en aanpassingen die in toenemende mate nadelige effecten hebben op het welbevinden en vorderingen van leerlingen. Een greep uit de zaken waar scholen zo al op hebben te anticiperen: online onderwijs, hybride vormen van onderwijs, in bijna alle lessen is een klein deel van de leerlingen online omdat leerlingen en medewerkers (milde) klachten hebben, coronabesmettingen onder leerlingen en medewerkers wat leidt tot lesuitval en klassen in thuisquarantaine.

Dat leerlingen onder deze condities vertraging oplopen, de overheid praat liever over achterstanden, is eerder logisch dan verwonderlijk. Bij vertragingen moet ik altijd aan de Nederlands Spoorwegen denken. Het komt bij een reis op een lang intercity traject bij regelmaat voor dat er een kleine vertraging is die wordt ingelopen voor het eindstation wordt bereikt. Naarmate de vertraging groter wordt, neemt die kans snel af en moeten we er mee leven dat het eindstation later wordt bereikt en dat niet zelden de overstap op een ander traject wordt gemist. In het onderwijs is dat niet anders. Docenten zijn onder normale omstandigheden uitstekend in staat om vertragingen bij onze leerlingen te laten inlopen. Maar nu, in tijden van een pandemie, nemen sommige vertragingen bij leerlingen zo in omvang toe dat het, zondermeer, tijdig halen van het eindstation in gevaar komt.

Naast oplopende vertragingen, deels misschien zelfs als gevolg van die vertragingen, neemt het welbevinden onder leerling af. Resultaten vallen tegen, ze worden dagelijks geconfronteerd met hun vertraging, de hoofden zitten vol en het basisritme op school is broos of ontbreekt. Bij een grote groep leerlingen is de rek eruit en is er een groeiende behoefte aan aandacht en perspectief. En dan doel ik op perspectief uitgedrukt in tijd. Niet tijd in de zin van een andere invulling binnen de 24 uur van een dag maar tijd in absolute zin, dus écht meer tijd. Ik moet in dit verband denken aan het boek Kairos van Joke Hermsen, een boek waarin zij een hartstochtelijk pleidooi houdt voor meer vertraagde, bevlogen tijd en een goede balans tussen Chronos (de kloktijd) en Kairos (de vertraagde tijd). Een balans die broodnodig is om ‘volle hoofden’ te voorkomen en helpt om perspectief te blijven zien, maar die nu vaak ontbreekt.

Waarom ontbreekt het aan een echte middellange en lange termijnvisie van onze overheid en minister over hoe deze effecten van de pandemie op het onderwijs kunnen worden aangepakt en opgelost? Het is op het terrein van lange termijnvisie, van een perspectiefvolle stip op de horizon, oorverdovend stil bij politiek en overheid. Ook de extra NPO-middelen, hoe welkom ook, zijn gericht op meer doen binnen de 24 uur van een dag de komende twee jaar. Voor meer tijd in absolute zin is geen plaats en aandacht. Meer tijd in absolute zin geeft ruimte, maar stelt tegelijkertijd vragen en eisen aan het systeem waarin we steeds meer gevangen lijken te zitten en daar wil men onmiskenbaar niet aan.

Waarom de komende jaren niet ook een 5-jarige vmbo, een 6-jarige havo en een 7-jarige vwo variant voor die leerlingen die het in zich hebben, maar nu simpelweg meer tijd nodig hebben om het eruit te halen? Voor een aanzienlijk aantal leerlingen zal de mogelijkheid tot het iets meer uitsmeren van de opleiding over langere (dus meer) tijd tot betere prestaties en een hoger welbevinden leiden. Bovendien versterkt het, juist nu, de zo gewenste kansengelijkheid onder leerlingen.

Ondertussen stevenen we voor de derde maal tijdens de pandemie af op ons eindstation, de centrale eindexamens. De huidige examenleerlingen hebben op het moment van eindexamen doen 2 jaar en 3 maanden coronapandemie achter de kiezen. Voor een vmbo-leerling is dat meer dan de helft van de opleiding!

De examenkandidaten in 2020 hebben in alle onzekerheid van het begin van de pandemie met ‘slechts’ 3 maanden deels online-onderwijs alleen schoolexamen gedaan, de lichting van 2021 heeft een volledig examen gedaan met enkele aanpassingen. De huidige examenleerlingen die in 2022 eindexamen gaan doen hebben de afgelopen maanden van de minister helemaal niets vernomen, op zichzelf al een regelrechte schande. Ee naar de pers uitgelekt concept, waarin de minister aankondigt de eindexamens in 2022 zonder een enkele aanpassing te willen laten plaatsvinden, maakt het alleen maar schrijnender, een regelrechte minachting van leerlingen en sector.

Ondanks het feit dat de overheid ons de afgelopen anderhalf jaar een aantal maal heeft doen geloven dat het eind van de pandemie in zicht is, wordt het uitblijven van scenario’s, waarbij we ervan uitgaan dat we de komende jaren in meer of mindere mate effecten van de coronapandemie te verhapstukken hebben, node gemist. Elke dag dat de pandemie voortduurt, zijn deze scenario’s meer gewenst dan ooit. De ongemakkelijke waarheid in deze is dat de pandemie niet weg is en de komende jaren niet weggaat. Wat rest is om er letterlijk mee te léren leven. Dat vraagt om creativiteit en visie.


Peter de Visser is directeur-bestuurder Stad & Esch & interim rector-bestuurder CSG Dingstede

Nieuws

Meest gelezen