Uitgestelde tentoonstelling over Meppeler kunstschilder Jan Mankes eindelijk te zien

Museum Belvédère. Foto: Museum Belvédère

In Museum Belvédère in Oranjewoud nabij Heerenveen vindt vanaf 25 juni de tentoonstelling ‘De dieren en de ziel der dingen’ plaats met schilderijen van Jan Mankes. Deze tentoonstelling, die voor 2020 was gepland om te markeren dat Jan Mankes honderd jaar geleden overleed, gaat in op het geliefde thema van de schilder: dieren.

Jan Mankes werd op 15 augustus 1889 geboren in Meppel, als zoon van Beint Mankes en Jentje Hartsuiker. Vader Beint was belastingambtenaar en Jans moeder was de dochter van een winkelier. Jan ging in 1902 naar de hbs in Meppel, maar hield dat voor gezien toen het gezin in 1904 naar Delft verhuisde. Vijf jaar later vertrok het gezin naar Friesland. Van 1909 tot 1915 woonde Mankes met zijn ouders in Het Meer, een buurtschap gelegen tussen Heerenveen en De Knipe.

In 1913 leerde hij Anne Zernike kennen, een theologe en de eerste vrouwelijke predikant van Nederland in Bovenknijpe. Hij trouwde in 1915 met haar, waarna ze een tijdje in Den Haag woonden. In 1916 verhuisden ze naar Eerbeek in Gelderland omdat ze dachten dat die bosrijke omgeving goed zou zijn voor Mankes, die inmiddels aan tuberculose (tbc) leed. In 1918 werd hun zoon Beint geboren. Mankes was erg ziek en lag veel in bed. Wanneer het iets beter ging, werkte hij onafgebroken.

Hij stierf in Eerbeek op 23 april 1920 aan tbc en werd slechts 30 jaar.

Zoeken naar de ziel

Het zoeken naar de ziel loopt als een rode draad door het oeuvre van Jan Mankes (1889-1920). Als kunstenaar wilde hij één worden met zijn onderwerp. Met de dieren uit zijn schilderijen had hij vaak een persoonlijke band; hij kon ze pas afbeelden als hun ziel hem eigen was geworden. Museum Belvédère toont deze zomer schilderijen en werken op papier die Mankes maakte van de dieren en vogels in en om zijn huis, op een steenworp afstand van waar nu het museum staat.

Hij observeerde ze in de vrije natuur of liet ze op bestelling komen via zijn weldoener uit Den Haag. In de kleinste dieren herkende hij het bijzondere van Gods schepping en dit werd zijn belangrijkste bron van inspiratie. Hoewel Mankes een voorliefde had voor vogels, was hij geïnteresseerd in het hele dierenrijk, van zoogdieren tot en met insecten. Een kraai op een boomtak of een spin in zijn web vond hij even fascinerend als een geitje voor een hek of een egel in het bos. Hoewel de kunstenaar regelmatig een dierentuin bezocht zijn exoten als olifanten, giraffen, apen en flamingo’s in zijn oeuvre niet terug te vinden.

Door aandachtige studie probeerde hij het wezen te doorgronden

Op bewaard gebleven studiebladen is te zien hoe hij – zoekende naar specifieke houdingen en kenmerken van het dier voor hem – probeerde de eigenheid, de schoonheid, de ziel weer te geven. Door aandachtige studie probeerde hij het wezen te doorgronden vanuit een diepgevoelde verwantschap. Daardoor kan elk schilderij, elke ets, elke houtsnede van Mankes’ hand als een soort ‘zelfportret’ worden beschouwd. Aan het eind van zijn leven schreef hij in een brief: ‘Een goed dierschilder moest ik zijn. Hing ik niet met heel mijn hart aan de dieren en aan de schilderijen?’

Bruiklenen van particuliere verzamelaars en andere musea

Het werk van Jan Mankes is ruim vertegenwoordigd in de collectie van Museum Belvédère. De kunstenaar woonde en werkte zes jaar van zijn korte leven op een steenworp afstand van het huidige museum. Vaak wandelde hij over de Woudsterweg, die destijds vanaf zijn huis naar Oranjewoud voerde en die nu naar Museum Belvédère leidt. Deze lange, met bomen omzoomde laan is meer dan eens door hem vastgelegd. In de collectie van Museum Belvédère ligt de nadruk op werken die zijn ontstaan in de Friese jaren (1909-1915), maar in deze tentoonstelling zijn ook bruiklenen opgenomen van particuliere verzamelaars en andere musea.

Binnen de Nederlandse schilderkunst neemt Mankes een unieke plaats in. Zijn inlevingsvermogen zorgt voor het dromerige en doorleefde werk waarmee hij zo geliefd is geworden. Hij wordt gezien als een belangrijke sleutelfiguur tussen de negentiende en twintigste eeuw, en bijzonder is zijn verwantschap met de Tachtigers, het symbolisme en magisch realisme.

Bij de tentoonstelling ‘Jan Mankes, de dieren en de ziel der dingen’ verschijnt een gelijknamige publicatie met een tekst van Maarten van Doremalen.