Vakidioot Eef Noordhuis restaureert meubels aan Staphorster Zuidweg

„Het is bijzonder dat ik al 35 jaar achter de werkbank mijn werk doe. Dat ik tussen al mijn handgereedschap nog steeds mijn brood kan verdienen. Ja, ik slijp mijn gereedschap zelf. Helemaal zonder machines kan ik niet, maar er gaan dagen voorbij dat ik ze niet aanraak. Als ik blijf staan met mijn handen in mijn zakken, gebeurt er niets. Ik kan niet aan het einde van de dag de machine wat harder zetten om het werk af te maken. Maar dan werk ik ’s avonds wel een uurtje door. Een compressor of moderne freesmachine komt er bij mij niet in,” vertelt Eef Noordhuis.

Eef Noordhuis is zijn werkplaats.

Eef Noordhuis is zijn werkplaats. Foto: Daan Prest

Velen zullen de blauwe bordjes met Noordhuis Antiek langs de Rijksparallelweg en aan de Kanaaldijk op de gemeentegrens van Meppel en Staphorst weleens hebben gezien. Maar of iedereen ook weet wat er schuilgaat achter de poorten van Zuidweg 4, waar de borden je naartoe leiden, is de vraag. Op een kavel van 1,5 hectare gaat achter een woning uit de jaren ’30 van de vorige eeuw een showroom van 1500 m2 met antieke decoratieartikelen en meubelstukken schuil. Voor de échte liefhebber een walhalla. Voor Eef Noordhuis mooi dat hij de winkel heeft, „maar,” zegt hij zelf, „niet mijn prioriteit. Als het voor mijn deuren net zo druk zou zijn als bij Ikea, zou ik doodongelukkig zijn.”

De verscheidenheid is voor hem het ultieme geluk

Nee, het grootste genot van de 56-jarige inwoner van Staphorst ligt nog verder verscholen. Het is de werkplaats waar hij al als jonge jongen tussen het hout zijn handen uit de mouwen stak. Eerst nog als hulpje van zijn opa (die startte met een meubelfabriek aan de Zomerdijk in Meppel) en later zijn vader, nu zelf als vakkundig restaurateur van (antieke) meubels. Af en toe loopt er eens iemand mee voor een klusje, maar het echte werk is voor Noordhuis zelf. De verscheidenheid is voor hem het ultieme geluk.

„Dat ik twee gelijke kastjes krijg, ga ik niet meemaken. Aan het ene meubelstuk heeft een hond gevreten, het andere is vergeeld door de zon. Of er is een plankje af. Voor een goede restauratie red je het niet met een latje van de bouwmarkt,” aldus Noordhuis.

Dus heeft hij een ruimte waarin de meest uiteenlopende soorten hout liggen opgeslagen. Hij pakt wat stapeltjes uit het schap. „Het gaat van oud eiken tot grenen tot mahonie. Recent heb ik nog ebbenhout verwerkt. Veel collega’s hier en in de omgeving zijn gestopt, daar heb ik het van overgenomen. Vroeger waren we met z’n drieën in Staphorst, nu ben ik nog alleen.”

De diversiteit is groot, maar wat als het hout op is? „Ik weet niet beter of er lag hier altijd hout. Als ik ophoud als meubelmaker of overlijd, is dat nog zo. Ik ga er niet doorheen komen. Hoe dat komt? Vroeger was men ook zuinig, producten waren kostbaar. Mensen deden met weinig materiaal. Dat doe ik ook.” Dat blijkt wel als hij een groot blik bijenwas tevoorschijn haalt waarop op de onderkant staat geschreven: april 2007, € 20,50. Noordhuis haalt het deksel eraf. „Nu is hij bijna leeg, maar zolang doe ik er dus al mee. Terwijl er geen dag voorbij gaat dat ik niet lijm. Wanneer iets goed gerestaureerd is? Als je mijn werk niet ziet. Daarom heb ik ook zoveel soorten gereedschap. Heel soms vind ik het resultaat iets minder aanvaardbaar. Maar ik ben geen hartchirurg. Als het fout gaat, kan ik het nog een keertje overdoen.”

Ik sta tijden te mengen tot ik de exacte kleur heb

En dat gaat tot en met het schilderwerk. „Het afwerken van een ontbrekend latje lukt niet met een beitsje uit de winkel. Ik sta tijden te mengen tot ik de exacte kleur heb. Soms denk ik: ik had beter schilder kunnen worden!”

Met een gang door de showroom vertelt de Staphorster, die op deze plek alleen woont, over de verandering die is gekomen met de komst van internet. „Vroeger was een kabinet veel waard, maar door internet zijn de prijzen onderuit gegaan. Dat gaat me wel aan ’t hart. Vroeger spaarde men voor een uitzet waar men een heel leven mee deed. Het zijn de grillen van internet die hier verandering in hebben gebracht. Voor iemand die antiek verkoopt, is dat niet gunstig.”

Hij wijst op een kabinet van tweehonderd jaar oud. De prijs die klanten nog willen geven voor dit opbergmeubel van massief hout schat hij op slechts 300 à 400 euro. „Terwijl in het kabinet een stukje historie zit. Een bekwaam iemand heeft het vakkundig gemaakt. Ik ben met de verandering opgegroeid. Mijn moeder, die in de winkel stond, viel het zwaar dat de prijzen zo onderuit gingen.”

De emotionele waarde van oude meubelstukken zien mensen nog wel

Met de concurrentie van het grote aanbod op onder meer Marktplaats is de verkoop voor hem nauwelijks nog rendabel. De omzet van Noordhuis Antiek zit hem in de restauratiewerkzaamheden. Gelukkig ligt daar ook zijn hart. „De emotionele waarde van oude meubelstukken zien mensen nog wel. Iets is bijvoorbeeld lang in de familie geweest. Als oma naar het verzorgingshuis gaat, wil men er soms eerst vanaf, maar als dat niet lukt, laten ze het toch restaureren.”

Hij is zich bewust van zijn unieke werk. „Ik ben autodidact, een vakidioot. Dat realiseer ik me nu op latere leeftijd. Ik heb alle boeken uit de bibliotheek op dit gebied wel gelezen. Ik heb er gevoel voor, dit werk past bij mij. Dat moet ook, anders maak je er een rommeltje van. Ik ben mijn opa en oma dankbaar dat ik deze mogelijkheid heb gehad. Over het aanbod van werk heb ik nooit te klagen gehad. Een wachttijd van een half jaar is hier niet vreemd. Ik heb hele dagen de handen vol, een paar handen is immers zo bezet. Het mooie van dit werk? Als ik een meubelstuk aflever waardoor mensen gelukkig zijn. Dan ben ik ook gelukkig en heb ik weer een uitdaging gehad.”