Afschuwelijke reis vanuit Dwingeloo naar vernietigingskamp Auschwitz

Jetje West-Zaligman en haar echtgenoot Mozes West zittend in de vensterbank. Rechts Mina Paulina Vos-Vomberg. Foto: Archief Stichting Dwingels Eigen

Het is op 3 oktober 80 jaar geleden dat de weduwe Jetje West-Zaligman, Marie Cohen-Duitscher, Mina Paulina Vos-Vomberg, Henriette van Oosten-Trompetter en haar dochter Johanna Reina vanuit Dwingeloo naar Westerbork werden gebracht. Die zomer waren hun echtgenoten Jozef Cohen, Hartog Vos, Aron van Oosten en zoon Louis Cohen hen al voorgegaan. In de dagen erop volgde een afschuwelijke reis naar vernietigingskamp Auschwitz.

De aanloop hiernaar toe moet voor deze negen Joodse Dwingelers al een nachtmerrie zijn geweest. De eerste maanden na de inval van de Nazi’s in mei 1940 verliepen nog geruisloos, maar vanaf begin februari kwamen de eerste maatregelen met een toegangsverbod tot bioscopen en een registratieplicht. In september van 1941 mochten joden welhaast niet meer deelnemen aan het maatschappelijke leven: plakkaten met opschriften ‘Verboden voor Joden’ verschenen bij parken, dierentuinen cafés, restaurants, hotels, pensions, sportinrichtingen, schouwburgen, musea, etc. Ook het jaar erop volgden nog vele restricties, waaronder het verplicht dragen van een Jodenster en een volledig reisverbod. Ze zaten gevangen in hun steden en dorpen.

De pompstraat

Hoe de Dwingeler Joodse dorpsgenoten dit beleefden, werd opgetekend via een interview met Geertje Zoer-Huisman en haar broer Willem, die aan de Heuvelenweg naast Jetje West-Zaligman woonden. Zo stond Jetje eens bij hun op de pompstraat toen ze zei: ‘En als ze mij dan hebben moeten, moeten ze me maar komen halen. Maar wat moeten ze met een oude vrouw, ik doe geen mens kwaad!’ Toen Willem en Geertje op de vroege morgen van 3 oktober over de Brink liepen kwamen ze veldwachter J. Dolfing tegen. Hij hield hun aan en zei: ‘Ik zal het jullie toch even vertellen, want ze hebben jullie buurvrouw vannacht opgehaald’.

Klaasje van Meurs-Mulder vertelde over de laatste dagen van Jetje: ‘de oude ‘Jettie’ had tot in de oorlog een winkeltje aan de Heuvelenweg. Een keer kwam ze naar mij toe en zei: ‘Wij zullen toch binnenkort ook wel opgepakt worden en jij gaat binnenkort trouwen, dan krijg jij alle punten van mij’. Alles wat toen op de bon. Toen heb ik maar al haar textielpunten van haar gekocht.’

Jetje West-Zaligman kwam op 8 oktober aan in Auschwitz, waar ze nog dezelfde dag op 75-jarige leeftijd werd vermoord.

Nieuws

menu