Agenda Boer, Burger en Biodiversiteit moet landbouw, natuurbeheer en consument verbinden

De discussie over de stikstof polariseert. Het lijkt wel of natuurbeschermers en boeren lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Het lijkt alsof de burger partij moet kiezen: of voor de landbouw of voor het milieu.

Boeren die hun veestapel hebben uitgebreid zonder meer fosfaatrechten te kopen, kunnen problemen krijgen bij een inspectie van de NVWA.

Boeren die hun veestapel hebben uitgebreid zonder meer fosfaatrechten te kopen, kunnen problemen krijgen bij een inspectie van de NVWA. Foto archief Kees van de Veen

Maar niets is minder waar. Boeren, consumenten én terreinbeheerders moeten samen optrekken om te komen tot een transitie in de voedselproductie. Dat is het doel van de Agenda Boer, Burger en Biodiversiteit.

De Natuur en Milieufederatie Drenthe werkt samen met LTO Noord, Het Drentse Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, DAJK, Agrarische Natuur Drenthe en Landschapsbeheer Drenthe aan de realisering van natuurinclusieve landbouw in Drenthe. Daarvoor is de Agenda Boer, Burger en Biodiversiteit opgesteld, die is aangeboden aan de provincie en de waterschappen.

‘Denken in oplossingen’

Erik de Gruijter is directeur van Landschapsbeheer Drenthe. Hij vindt dat de stikstofproblematiek niet moet vastlopen in juridische haarkloverij. „We moeten denken in oplossingen en voorkomen dat we het elkaar moeilijk maken. De vraag is: ‘hoe kunnen we voedselproductie mogelijk maken die niet ten koste gaat van de landschapskwaliteit en de identiteitswaarde van Drenthe’.”

Het is een heel complexe wereld, de supermarkten willen alleen de kostprijs betalen. En ze hebben een machtspositie. Maar in de keten zitten ook tussenhandelaren. De boer zit in de tang van financiers en handel. „Met de agenda zoeken we naar een vorm met minder schakels.”

Discussie

De discussie over de stikstofneerslag moet gevoerd worden. En daar ziet, volgens De Gruijter, een toenemend aantal boeren de noodzaak ook wel van in. En die discussie is veel breder. „Een deel van de boeren kán ook veranderen, een ander deel kan dat niet. Daarnaast heb je ook nog de ‘klassieke boeren’, die door willen gaan op de huidige manier.” Maar soms zitten die boeren ook klem. „We moeten kijken hoe die boer nu én in de toekomst zijn brood kan blijven verdienen. We moeten die boeren geen natuurdoelen opleggen maar vooral advies en ondersteuning geven bij verandering. De compensatie die zij nodig hebben voor aanpassingen is dan ook volledig terecht.”

De samenleving vraagt nu iets anders dan in de jaren 50 van de agrariër. Toen stond de productie van goedkoop voedsel voorop. „En daar zijn de boeren goed in geslaagd. Maar deze manier van produceren is niet vol te houden. De veehouder wordt nu ook verantwoordelijk gehouden voor de instandhouding van de biodiversiteit. Maar dan moet de consument wel een eerlijke prijs gaan betalen voor het voedsel. Bij de consument moeten we ook dat bewustzijn creëren.”