Foppe Hof is in zijn element op Hoeve Steenwijkerwold. ‘Wonen en werken op mooiste plekje’

„Als ik niet in de winkel ben, horen klanten aan de muziek wel dat ik hier in de werkplaats ben. Kijk, de plek wordt door mijn kinderen ook gebruikt als keet”. Foppe Hof wijst naar de twee dartboards aan de wand.

Foppe Hof.

Foppe Hof. Foto: Martijn Bijzitter

De voormalige schaapskooi in Saksische stijl op het terrein aan de Hesselingendijk in Steenwijkerwold is gevuld met (elektrisch) gereedschap, veel hout en houten meubelen. Eén antieke kast. „Dat is toevallig hoor, want in antiek doe ik bijna niets meer.”

Hof is in zijn element. Zojuist heeft hij in zijn bedrijfsruimte nog even een klant op zijn wenken bediend. Tevreden stapte de man met zijn vrouw en twee kinderen met een houten kastje in de auto. Hoeve Steenwijkerwold is de naam van de landelijke woonwinkel, showroom, het buitenterrein met veel ijzeren decoratiemateriaal en woonboerderij uit 1888. „Sommigen zeggen dat ze een atelier hebben, ik noem het een werkplaats”, lacht Hof (55).

Mannenkoor Karrespoor

De koorknaap van het Mannenkoor Karrespoor en huidige gitarist van Bogey and the Longhorn neemt uitgebreid de tijd om rond te struinen over het perceel en te vertellen over de geschiedenis van de daarop gelegen panden. De plek waar hij met zijn vrouw inmiddels alweer 25 jaar woont. Vanaf de hoger gelegen kavel (Hof: „We zitten hier op een oude stuwwal uit de ijstijd”) wijst hij over de landerijen net buiten Steenwijkerwold. „Tijdens het jaarlijkse muziekfestival Dicky Woodstock zitten we hier ingebouwd tussen 30.000 bezoekers. Het leuke is dat ik er zelf ook speel.” Over de woonplek zegt hij: „Ik fietste hier altijd langs. Dit vond ik altijd het mooiste plekje met een van de mooiste boerderijen. En nu woon ik er zelf.”

Hij gaat voor in het achterste deel van de boerderij, waar de showroom is gevestigd. Houten kasten, tafels, lampen en andere meubels staan zij aan zij. In de voormalige antiekwinkel van zijn oom en tante op een andere locatie werd hij het ‘vak’ ingetrokken. „Als kleine jongen begon ik daar als hulp. Op zaterdag met vegen. Mijn opleiding heb ik daar gehad, in verkopen en opknappen. Op mijn 23ste kocht ik de winkel, op m’n 28ste deze boerderij. De handel ging zo goed. Al was het natuurlijk wel hard werken.”

Schuifelen tussen de spullen

De schuren staan tot de nok toe gevuld. Het is schuifelen tussen de spullen met landelijke uitstraling. „In de jaren tachtig van de vorige eeuw waren geloogd eiken en grenen heel populair. Ineens sloeg dat om naar artikelen met een meer natuurlijke uitstraling. De brocante kwam op, oude kasten werden gepimpt, de antiekhandel stortte in elkaar. Ik weet ook nog goed de opkomst van de kringloopwinkels. Toen dacht ik: ik moet van de 5 en 10 euro dingetjes af. Ik moet naar het exclusieve.”

Hof vindt het mooi dat de markt in beweging is. „Tja, wanneer is iets een hit? Fabrieken proberen eens een nieuw ontwerp. Slaat het wel aan of niet? Wordt het wel een rage of niet? Hoe ik concurreer met woonboulevards? Zij kunnen niet alles. Klanten komen met foto’s bij mij met de vraag of ik het kan maken. Als het technisch mogelijk is, kan het. Maar ik maak lang niet alles zelf. Die kosten zijn soms te hoog. Dat kan soms veertig procent duurder zijn dan wanneer ik het in het buitenland laat maken. Tja, met zo’n verschil, wat zou jij doen? Soms willen mensen écht dat ik het zelf doe, omdat ze absoluut willen dat het duurzaam is.”

Aggi 7 en Gretha 6

Ondertussen loopt Hof door de voormalige melkstal en wijst hij aan waar vroeger de deel was. „Toen wij hier kwamen, waren de koeien net weg. Kijk”, zegt Hof en hij wijst naar de met krijt beschreven naambordjes in de vroegere koeienschuur. „Hier stonden Aggi 7 en Gretha 6, echte koeiennamen! Ik vond het 25 jaar geleden geweldig dat ik dit kon kopen. De boer had het destijds redelijk voor elkaar, maar veel mensen zien er tegenop om zo’n boerderij op te knappen en te verbouwen. Ik niet. Na 25 jaar ben ik nog steeds aan het verbouwen. Ik ben geen multimiljonair die er in één klap een hele smak geld tegenaan kan gooien. Als we weer wat hebben verdiend, kunnen we weer wat verbouwen. En weet je, toen we dit kochten, werkte ik zestig uur in de week, maar dat houd je niet vol. Of je houdt het wel vol, maar dan gaat je relatie eraan!”

Foppe Hof geniet van zijn leven in dit deel van Steenwijkerland, met gemiddeld drie dagen in de winkel en twee in de werkplaats. Die combinatie van werkzaamheden is voor hem het allerleukste aan dit werk. „Of genoeg mensen mij weten te vinden? Zeker! Het zijn heel gerichte klanten die mij kennen, maar er komen hier ook duizenden mensen voorbij die hier even stoppen. En lekker met de mensen kletsen, dat vind ik heerlijk. Al die verhalen… Ja, aanspraak heb ik zat. Soms sta ik een hele dag te lullen. Dat is leuk, maar dan ben ik meer kapot dan wanneer ik een hele dag bezig ben geweest om een tafel te maken. Dan vind ik het ook weer heerlijk om lekker een uurtje te schuren!”

Geen straf

De voormalige schaapskooi van meer dan tweehonderd jaar oud heeft Hof zodanig opgeknapt dat het er altijd warm genoeg is om in te werken. „Als het buiten drie graden onder nul is, kan ik het binnen nog twintig graden maken. Voor mij is alles bij elkaar de ideale plek om te werken en te wonen. Ik moet nog een jaartje of tien door, maar dat vind ik helemaal geen straf!”