De buren van... Wikje Homan-van Boven: 93 jaar, vitaal en goedlachs. 'Elke dag zie ik de ooievaars'

Ze heeft zojuist haar loopje gemaakt naar de brievenbus bij de hoofdingang. Langs de koffiekamer, waar de tafels zoals iedere morgen weer goed gevuld zijn met ouderen die elkaar opzoeken voor een kopje koffie. In de gang maakte ze een korte stop bij mevrouw Van Tiel, eveneens bewoonster van woonzorgcentrum Dunninghe in de Wijk.

Wikje Homan-van Boven.

Wikje Homan-van Boven. Foto: Smits Creatieve Teksten

Haar slechthorendheid maakt het lastig voor Wikje Homan-van Boven om aan te sluiten bij de koffieronde met haar medebewoners. „Ik zou het wel vaker moeten doen”, spreekt ze zichzelf streng toe. Niet alleen haar verminderde gehoor op 93-jarige leeftijd maakt het sociale contact wat lastiger.

Met een kleine glimlach op haar vrolijke gezicht, zoals ze zo vaak met licht stralende ogen de wereld inkijkt, zegt ze met een fraaie tongval: „Ik praot nog Drents. En dat verstaan ze niet, dus doe ik het op z’n Hollands. En met mijn doofheid erbij krijg ik niet zoveel van de gesprekken mee. Ach en weet je, het is ook zo dat dit mijn woning is. Waar ik nu zit aan tafel, dat is mijn plekje, hier zit ik bijna altijd. Als ik televisie kijk, zit ik vaker op de stoel waar u nu zit. Ja, voor het warme eten ga ik wel naar de zaal toe. Het eten is hier prima. Ik lust niet alles, spekjes bijvoorbeeld niet, maar die laat ik dan maar staan. Elke dag moeten we dezelfde plek hebben, met vier personen aan een tafel. Ik zit onder meer bij mevrouw Van Tiel, die we net op de gang zagen. Gezellig. Ze is over de 100 jaar, maar ze is nog zo goed.”

Tevreden lezer

Met haar korte wandeling met rollator door de gangen heeft ze het Dagblad van het Noorden opgehaald. Zoals iedere morgen. „Er staat veel bekends in, maar ook veel wat ik niet ken.” Ze richt de krant op en scant de voorpagina. „Gasunie kan beginnen met waterstofnet. O, zo zo. Kijk, de Tour de France”, en ze wijst naar de foto van de in het geel gehulde Nederlandse wielrenner Mathieu van der Poel. „En dan hier achterop staan de puzzels, die maak ik wel. Wat advertenties hier verder naar binnen. En zo hier en daar lees ik dan wat.” Dit krantenabonnement is aan een tevreden lezer besteed, zo lijkt het.

Drie jaar geleden betrok Wikje Homan-van Boven, geboren in het plaatsje Drouwen in de gemeente Borger, deze kamer op de begane grond in Dunninghe in de Wijk. „Ik kwam uit Gasselte, waar ik ook in een woonzorgcentrum woonde. Mijn kinderen? Eén zoon woont in de Bilt en de ander hier in de Wijk. Weet je, je blijft het liefst op de plek waar je vandaan komt. Ik heb auto gereden, ik kon overal komen. Dat houdt op. Vriendinnen vallen bij je weg, dan verandert je leven. Natuurlijk, ik ben nog best vitaal voor mijn leeftijd. Twee keer in de week heb ik huishoudelijke hulp en verder heb ik nauwelijks zorg nodig. Als er iets niet goed is, komen ze bij je.”

Dansen bij Bieze

Ze gooit er nog maar eens een glimlach uit, om te vervolgen met: „Kijk, daar heb ik gewoond.” Aan de wand hangt een vierkante spiegel met daarin een gegrafeerde boerderij. Het is de plek in de gemeente Borger waar Wikje en haar ruim twee decennia geleden overleden man Hendrik jaren hebben geboerd. „We hadden een goed bedrijf, veel koeien en veel land. Verschillende machines en trekkers. Waar we elkaar hebben leren kennen? Ha! Tijdens dansen bij Bieze”, verwijst ze naar de uitgaansgelegenheid in Borger. „Daar gingen we eens in de maand naartoe. Er kwam veel jeugd. Tien jaar hadden we verkering, waarvan we vijf jaar verloofd waren. We zijn getrouwd in Borger. Nee, ver weg zijn we dus niet gegaan! Op de boerderij hadden we een mooie tijd. Natuurlijk, elke morgen om 5.00 uur op! Ik weet het nog goed. Het land aan de ene kant, de koeien aan de andere kant. Elke morgen moest ik de koeien roepen zodat ze voren kwamen. Ik heb meegemaakt hoe alles overging op machines, dat was een hele verandering. We hebben nog een schuur en een dakkapel bijgebouwd. Later zijn we verhuisd naar een bungalow. Mijn man overleed 22 jaar geleden aan een hartaanval. Dat was moeilijk, zoiets komt natuurlijk heel onverwachts. Hij is nog geridderd.” Ze wijst naar de andere wand, waar de ingelijste oorkonde hangt, als fraaie herinnering aan de dag dat Hendrik werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. „Daar ben ik trots op.”

De 93-jarige Wikje („Het is een Friese naam, mijn oma kwam uit Friesland”) kijkt op van de tafel richting het raam. „Weet je, ik klaag zeker niet over dit plekje. Ik kijk zo de tuin in. Elke dag lopen hier de ooievaars door het groen. Gisteren zaten er nog twee op het dak.” Een klein grapje kan ze dan toch niet laten. „Nu zie je het extra goed, want gister is de hulp geweest. Ze heeft de ramen gewassen!”