Dominee Jan Gerrit Zomer van Hervormde Gemeente De Rank in Staphorst gaat met emeritaat. 'We zijn ten diepste onwetend en toch weet ik dat het Waar is'

Dominee Jan Gerrit Zomer (66) van Hervormde Gemeente De Rank in Staphorst gaat met emeritaat. De herder staat zestien jaar in de kerk aan de Ebbinge Wubbenlaan. Aanstaande zondagmiddag is zijn afscheidsdienst. „We zijn ten diepste onwetend en toch weet ik dat het Waar is.”

 Na zestien jaar geeft Jan Gerrit Zomer de spade terug aan de kerkenraad.

Na zestien jaar geeft Jan Gerrit Zomer de spade terug aan de kerkenraad. Foto: Streekredactie / Eelco Kuiken

Zomer zag zichzelf vroeger niet als dominee. Hij leek voorbestemd om de bloemenzaak van zijn gelovige ouders in Vriezenveen over te nemen. De jonge Jan Gerrit volgde dan ook de tuinbouwschool en nog altijd is hij een ware meester in het bloemschikken. „Ik kan geen bosje bloemen halen of ik doe het over”, grinnikt Zomer, een spirituele man die bijna altijd de pet goed heeft staan. In een goed humeur dus. Goedlachs met lampjes in de ogen. Of zijn het toch de Lichtjes van het snoer dat ons allen bindt?

Om dreigende militaire dienst te ontlopen, volgde de jonge Zomer een opleiding bij het Nederlands Bijbel Instituut. God, geloof en maatschappij hadden en hebben namelijk zijn warme belangstelling. „Ik had een deal met God om het minimaal één jaar te doen. Ik maakte de studie af. De Heer won.”

Dominee in Lemele, Wijhe en Staphorst

Zomer werkte jaren als kerkelijk werker, maar ging uiteindelijk toch theologie studeren. Hij werd dominee in Lemele, Wijhe en de laatste jaren in Staphorst. Zestien jaar bleef hij plakken bij De Rank, volgens de statuten nog altijd een rechtzinnige geloofsgemeenschap, maar in de praktijk een gemeente met 1200 leden van diverse geloofspluimage.

Jan Gerrit Zomer, de herder met de Twentse tongval die het rechtzinnige geloof van zijn ouders anders is gaan beleven, maar zeker niet de rug heeft toegekeerd, gaat het rustiger aan doen. De dogmatische beelden van zijn jeugd wijzen volgens hem toch echt naar het Lichtend Voorbeeld, wat God is, vindt Zomer. „Ik vind mijzelf niet vrijzinnig, maar ik leef wel vrij zínnig”, glimlacht hij.

Of God bestaat, vindt de dominee een rare vraag. „Ik heb niet zoveel met het woord ‘bestaan’. Dat is een beeldwoord. Voorwerpen ‘bestaan’. Wij mensen hebben nu eenmaal beelden nodig. Maar soms gaan beelden knellen. Niet voor niets lezen we in de tien Woorden dat we geen beeld moeten maken. God is voor Zomer een Lichtend Spoor door de geschiedenis, door de eeuwen heen, het fundament onder alles. ‘God’ is het die ons als mensheid op de been houdt. Aan het begin van de Bijbel staat dat God zei: er zij Licht. Nog altijd straalt het door de generaties heen.”

Een verbinding met God

Of mensen het nou geloven of niet. Iedereen kent het: je geweten. Dat komt in de buurt van God dus, denkt Zomer. „Dat is een verbinding met God. Vaak takken we even aan op het Licht. Soms hebben we er last van, zoals van het slavernijverleden. Het knaagt, het zit niet goed. God laat het weten. De Waarheid bewijst zichzelf. En dan maken we het mee dat slavernij tóch wordt afgeschaft. Het Licht overwint. Zijn er geen vragen dan over het bestaan, over God, over het leven? „Talloze, meer dan ik kan stellen. Ik vind de Holocaust een enorme kwestie. Waarom?”

We zijn ten diepste onwetend en toch weet ik dat het Waar is. Ik kan er niet omheen. Ik kom Hem telkens tegen. Jezus was de verpersoonlijking van dat Licht. Hij legde alles af en gaf aan dat je niet de beste hoeft te zijn, de grootste. Hij is voor mij de nieuwe norm. De Kleinste ís de grootste, de Minste de Belangrijkste”

Zomer houdt vanaf nu een sabbatjaar. Rustig aan doen. De spade aan een lange stok die hij zestien jaar geleden kreeg, geeft hij zondag terug. „Bedoeld om een dolend schaap wat van de kudde afdwaalt met een kluitje aarde of een steentje te kunnen treffen. Als je het Licht in de gaten houdt, blijf je bij de groep. Het Goede overwint. Bij alles wat mij en anderen overkomt, zeg ik: En tóch weet ik dat het Waar is.”