Dominggoes Manupattij (74) zal het prachtig vinden als Molukse graven in Staphorst beschermd worden: 'Verdiend eerbetoon aan onze ouders'

De tranen komen snel als Dominggoes Manuputtij (74) uit Staphorst bij het graf van zijn ouders Jacob en Jacoba in Rouveen staat. Hij bidt en praat vaak in het Maleis bij de laatste rustplaats. Dat er stemmen opgaan om de Molukse graven in de gemeente Staphorst een beschermde status te geven, vindt Dominggoes geweldig. „Een eerbetoon.”

 Dominggoes Manuputtij bij het graf van zijn ouders. Op de achtergrond zijn Eli en Rachel bezig.

Dominggoes Manuputtij bij het graf van zijn ouders. Op de achtergrond zijn Eli en Rachel bezig. Foto: Streekredactie / Eelco Kuiken

Dominggoes Manuputtij is de plaatselijke vertegenwoordiger in Staphorst van de Stichting 70 Jaar Molukkers in Overijssel.

De stichting Herinnering Kamp Conrad 1954-1966, vernoemd naar het Molukse kamp Conrad in Rouveen, doet een beroep op de gemeente Staphorst om de graven van Molukse KNIL-militairen en hun echtgenoten een beschermde status te geven. Dat betekent dat ze nooit geruimd worden en dat er mogelijk voor het onderhoud wordt gezorgd, al is dat niet nodig. De Molukse gemeenschap zorgt uitstekend voor haar graven. Het gaat om zeven laatste rustplaatsen, als de tweede generatie ook de status krijgt, zijn het er meer.

Het is dit jaar zeventig jaar geleden dat de Molukkers tegen hun wil naar Nederland kwamen. Begin dit jaar sloot de gemeente Staphorst zich aan bij de landelijke oproep van elf burgemeesters aan het kabinet om het leed van Molukkers te erkennen. Het geven van een beschermde status aan de graven zou volgens de stichting een mooi vervolg zijn. De gemeenten Almelo en Wierden zegden al toe dit te doen. De Staphorster politiek zei eerder ook achter dit streven te staan.

Erkenning

Dominggoes komt vaak bij het graf van zijn ouders. Even schoonmaken, een bloemetje neerzetten en bidden in het Maleis. De handen gevouwen, de ogen gericht op de namen van papa en mama. ‘De Heer is mijn herder’, staat op de steen. „Het geloof was belangrijk voor mijn ouders en ook voor mij en mijn vrouw. God heeft ons op de wereld gezet om dingen die niet goed zijn, beter te maken. De Molukse kwestie is zo’n zaak. Wat zou het fijn zijn als de overheid sorry zou zeggen. Het gaat niet om geld, het gaat om erkenning voor hen.” Hij wrijft liefdevol over de grafsteen. De tranen komen weer.

Het gezin Manuputtij kwam in 1951 naar Nederland en vanaf 1954 tot 1965 woonden Dominggoes, zijn vier broers en zijn ouders in kamp Conrad in Rouveen. „Mijn vader vocht als militair in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) voor de Nederlandse vlag. Het kostte hem en mijn moeder veel, want ze werden tegen hun wil naar hier gebracht. Ze praatten niet over het onrecht wat ze was aangedaan. Dat deze graven voor eeuwig blijven liggen, is een erkenning voor mijn ouders die het zwaar hadden.”

Beugelen en Conrad

In 1951 werden 12.500 Molukse KNlL-militairen en hun gezinnen vanuit Indonesië naar Nederland verscheept. Soekarno greep de macht, ook op de Molukken en de militairen konden niet terug. Ze gingen met hun gezinnen naar negentig woonoorden, waaronder Beugelen in Staphorst en Conrad in Rouveen. De afspraak was dat de militairen en hun gezinnen zes maanden zouden blijven tot de politieke situatie gestabiliseerd zou zijn en ze terug konden naar de Molukken.

Na zeventig jaar is de situatie nog onveranderd. Nederland zou ook helpen bij het realiseren van een eigen staat en had beloofd dat de KNIL-militairen in actieve dienst zouden blijven. Die eigen staat kwam er nooit en de mannen werden bij aankomst in ons land meteen ontslagen Excuses van de Nederlandse overheid laten nog altijd op zich wachten. In 1965 werd het kamp ontruimd. Een aantal gezinnen ging in Rouveen wonen.

De overleden voorouders zijn enorm belangrijk in de Molukse gemeenschap. Ook Eli Talahatu (62) en zijn dochter Rachel (30) uit Meppel bezoeken op deze zonnige donderdagochtend het graf van ouders en grootouders Salomina en Marcus Willem in Rouveen om het te onderhouden. Ze doen ook meteen de graven van de andere Molukkers. Als de vraag komt hoe Eli en Rachel over de beschermde status van de graven denken, komen bij Eli meteen de tranen. De liefde voor zijn ouders en het verdriet over hun lijden zit diep in zijn ziel verankerd. „Dat zou ik fantastisch vinden.” Rachel laat haar arm zien: „Ik heb kippenvel.”