Harm en Mathilde Nieuwenhuis krijgen energie van succesvolle boerderijwinkel in Uffelte: 'Ons streven is de aarde zoveel mogelijk te ontlasten om eerlijk voedsel te produceren'

„Kom binnen. Koffie?” Harm Nieuwenhuis serveert twee mokken koffie, koffiemelk en de suikerpot op tafel.

Harm en Mathilde Nieuwenhuis begonnen vorig jaar een boerderijwinkel met producten uit de regio.

Harm en Mathilde Nieuwenhuis begonnen vorig jaar een boerderijwinkel met producten uit de regio. Foto: Martijn Bijzitter

„Ja, ik heb het zweet nog op het hoofd staan, het zat een beetje tegen allemaal. Of het vroeg was? Rond half zeven, dus dat valt wel mee. Dat was vroeger met het melkvee wel anders. Maar ik kan geen dag voorbij laten gaan zonder de koeien te voeren. Tegelijk is het een passie, een manier van leven.”

Het zonnetje doet deze morgen al vroeg zijn best op de Uffelter Es. Rondom het woonhuis, de stal en de boerderijwinkel is het uitzicht fraai over de landerijen, buiten de kern van Uffelte. Wie verder rijdt over de weggetjes en paden naar het noorden komt uit in Wapserveen. „Pas maar op, twee huizen verder en je valt van de wereld”, lacht Harm (46).

Vierde generatie

De historie van de familie Nieuwenhuis gaat 120 jaar terug op deze plek. „Ik ben de vierde generatie. Als klein jongetje vloog ik naar het raam als er een trekker voorbij reed, om te kijken wie er langs ging. In gesprekken op de basisschool kregen mijn ouders te horen dat ik mijn aandacht kwijt was zodra er een trekker langs reed. Toen wisten mijn ouders al: die komt niet op het gemeentehuis! Ze lieten mij de vrije keuze, gunden mij een studie. Voor mij was het logisch dat ik als enig kind de boerderij overnam.”

Mathilde (44) schuift aan. De liefde voor Harm bracht haar vanuit haar geboorteplaats Ruinen naar Uffelte. Sinds 1998 is ze boerin aan de zijde van Harm. „Of ik erin moest groeien? Dat viel wel mee. Ik was al van het buitenleven. Je weet waar je in terecht komt. Ik koos voor hem en dan komt er een boerderij bij. Ik zag in het programma Boer Zoekt Vrouw een keer een relatie mislukken, omdat de vrouw niet drie keer op vakantie kon. Dan moet je niet aan een boer beginnen. Geluk hangt niet af van vakantie. Ik zie hoe mijn jongens hier opgroeien”, verwijst ze naar haar tienerzonen Roan en Jort. „Ze helpen mee, rijden op de trekker en vinden het heerlijk.”

Naar Den Haag

Het leven op de boerderij is hun passie. Toch kwam er in 2017 een kink in de kabel. Harm: „De wet- en regelgeving was killing. We hadden ons bedrijf ontwikkeld, geïnnoveerd en erin geïnvesteerd, ook veel in dierenwelzijn. Vervolgens zette de overheid ons twee jaar terug in peildatum. Dat betekent dat we als melkveehouderij slechts de hoeveelheid fosfaat mochten produceren van twee jaar ervoor, toen we minder koeien hadden. Ik dacht: als de overheid het zo gaat spelen, wil ik dit dan nog wel? Toen hebben we een groot deel van ons bedrijf verkocht. Bijna 200 melkkoeien.”

Twee jaar later kwamen de kriebels terug. „Ik was nog zoveel boer dat ik meeging op de trekker naar Den Haag. Dat gaf mij energie, maar ik kreeg ook energie vanuit de burger in het land en in de stad. De stallen hadden twee jaar leeg gestaan. Ik zei tegen Mathilde: ‘Ik wil weer vee op stal’.”

Regionaal geproduceerde producten

Ze sloegen een nieuwe weg in, wat leidde tot de opzet vorig jaar van een boerderijwinkel met eerlijke producten: vlees van de eigen runderen en overige producten zo regionaal mogelijk geproduceerd; kaas van Flinkert Boerenkaas in Zuidwolde, ijs van De Drentse Koe in Ruinerwold, zuivel van zuivelboerderij Bolhuis in Beilen en de Melktap in Nijeveen, de kiwibes met sap, jam en dessertsaus van het fruitteeltbedrijf van de familie Breman in Uffelte en ook de overige groenten en fruit zo veel mogelijk uit de buurt. En niet te vergeten: honing uit Uffelte. De winkel bleek een succes.

Mathilde: „We wisten niet wat ons overkwam. Al snel wisten de mensen ons te vinden. Onze schappen met diepgevroren vlees uit eigen stal waren na kerst nagenoeg leeg. Corona zal eraan hebben bijgedragen. Mensen meden de drukte en kwamen hier. Natuurlijk mochten ook bij ons maar een maximum aantal klanten in de winkel. Mensen stonden bij regen in het washok te schuilen. Je laat hen toch niet buiten staan? Klanten mogen bij ons een tomaat van een tros plukken om te kopen. Dat vinden ze mooi. Iemand kan er toch niets aan doen dat hij of zij alleen is? Wat moet je dan met zes tomaten? De klant voelt zich eerlijk behandeld.”

Het bevlogen echtpaar ervaart dat er nog veel onwetendheid is bij de mensen over (biologische) producten en de herkomst ervan. „De Nederlandse aardappel uit de supermarkt wordt ook als pootgoed gepoot in Egypte en Turkije. Dan zijn er heel vroeg jonge aardappelen, want dat is wat de consument wil. Maar die komen wel ver weg. Ik wacht tot de nieuwe oogst aardappelen van eigen bodem er is. Ik heb nu de eerste oogst nieuwe aardappelen uit Zeeland, het verst weg waar ik producten vandaan heb. Straks haal ik ze uit de polder achter Steenwijk of uit Vledder”, zegt Harm.

Plastic uit Spanje

Mathilde vult aan: „Mensen koppelen een boerderijwinkel vaak aan biologisch, dat is een misverstand. Met ons klimaat lukt het niet om alles biologisch te verbouwen. Een biologische komkommer in de supermarkt kan in plastic zitten en uit Spanje komen. Ja, dan heb je een biologische komkommer, maar die heeft een milieuvervuilende rit uit Zuid-Europa achter de rug. Het is leuk om aan mensen uit te leggen hoe het echt werkt. Hun ogen gaan open. Ik geef mensen aan dat ik best aan bepaalde producten en biologische producten kan komen die wij niet in de winkel hebben, maar dat ik ze wel in bijvoorbeeld Spanje moet bestellen. Door dit uit te leggen heb ik nog nooit een bestelling voor iets uit Spanje gehad! Ons streven is de aarde zoveel mogelijk te ontlasten om eerlijk voedsel te produceren met een zo laag mogelijke foodprint op het milieu. Met dat in het achterhoofd runnen wij onze boerderijwinkel. En niet te vergeten: de Nederlandse boer verdient een eerlijke prijs. Die krijgt-ie op deze manier.”

Spijt van de stap hebben ze absoluut niet. Harm: „We geven elkaar de energie die we zo gemist hebben bij de overheid. Nu nog mooie tuindeuren aan de voorkant zodat het overduidelijk is dat we hier zitten.”