Dominee Cees 't Lam op zijn werkkamer waar iconen van Paulus ' toezicht' houden.

Het wonderlijke verloop van de ziekte (bloedkanker) van dominee Cees ‘t Lam

Dominee Cees 't Lam op zijn werkkamer waar iconen van Paulus ' toezicht' houden. NDC mediagroep

Hoogeveen - 21 Juni, de eerste dienst in de Hoofdstraatkerk. Maanden lagen deze stil wegens corona. Het was ook de eerste dienst van dominee Cees ‘t Lam. Ruim een jaar was hij uit de running wegens ziekte, bloedkanker in het bot van het bovenbeen.

Begin vorige maand is hij weer begonnen met zijn werk; voor 12 uur per week. „De behandelend arts vond het nog niet nodig, maar ik wilde zelf graag. Mensen ontmoeten, in gesprek gaan. Mijn conditie was al weer een heel stuk beter en ik had het idee dat het me ook goed zou doen. Het was een emotioneel en intensief jaar. Werken geeft weer structuur, meer dan mijn dagelijkse oefeningen.”

Dus ging hij 21 juni weer voor in de kerk. Na enkele online meditaties was hij de dominee die de eerste dienst ook echt leidde. „Het was heel vreemd en tegelijkertijd heel gewoon”, zegt ‘t Lam over zijn terugkeer op de preekstoel. „Het was een dienst met 30 mensen, maar toch stond ik daar. Ik realiseerde me: Ik roep hier weer de naam van de Heer aan en bid hier weer te midden van de gemeente. Alsof ik niet weggeweest was. Ik had mijzelf wel een andere terugkeer gewenst, had er al een lied voor gekozen. Maar er mocht niet gezongen worden.”

Eigenlijk had hij 15 maart voor het eerst weer naar de kerk willen gaan. Niet om voor te gaan, maar om de dienst die door Jan Kooistra geleid zou worden bij te wonen. „Ik kon me inmiddels al wat beter concentreren, kon al wat langer stilzitten en ook het vroeger opstaan lukte.” Het liep anders. Door corona ging de maatschappij in lockdown. „Ik zat voor mijn gevoel al langer in lockdown. Ik wilde daar wel uitstappen. Maar ineens liep het weer anders.”

Diagnose

Het begon in 2018 met pijnklachten. Slijtage werd aanvankelijk gedacht. Maar een jaar later, na nog veel meer pijn en onderzoeken was de diagnose botkanker met uitzaaiingen. De dood leek onvermijdelijk. Nachten vol pijn, de pijn was niet te bestrijden, gaven tijd om te denken. 

„Het was vreemd om alles los te moeten laten, terwijl alles tegensputtert om dat niet te doen. Denken, denken, denken. Dat waren ook bijzondere momenten. Ik besefte dat de woorden die ik tot anderen sprak over het levenseinde, ook voor mij gelden. Dat waren geen loze woorden. Dat vertrouwen is er ook voor mij. Die dragende kracht, die noem ik God, is er ook voor mij.”

Bloedkanker

En ineens werd het weer anders; een nieuwe diagnose. Geen botkanker maar bloedkanker in het bovenbeen. Gefeliciteerd, zei men tegen de dominee. „Onwerkelijk. Want bloedkanker is mogelijk te genezen. De locatie is lastig en vreemd, maar er was weer levensperspectief. Er hoefde niet eens geopereerd te worden.” Direct werd de chemo gestart. En zowaar in november waren de uitzaaiingen verdwenen en de kanker in het been voor driekwart. In februari werd hij zelfs kankervrij verklaard.

„Ik had de pech ziek te worden. Ik sta niet bepaald negatief in het leven, maar het belemmert je, of maakt je zelfs totaal afhankelijk. Maar binnen die pech heb ik ook ontzettend veel geluk gehad. Ik zeg niet ‘Dank je kanker’, maar ik denk dat het me zal vormen. Het is nog te vroeg.”

Aan de beurt

Tijdens zijn ziekzijn dacht hij aan twee boeken die op zijn bureau lagen.„Nu ben ik aan de beurt’ van remonstrants predikante Christine Berkvens en Drijf-Veer | De angst voorbij van dominicanes Holkje van der Veer. 

Het laatste boek deed ‘t Lam zoeken naar zijn drijf-veer. „Waar blijf ik op drijven? Dat bleek de afgelopen tijd vaak te gaan om de mensen om mij heen.”

Over het eerste boek zou hij bijeenkomsten verzorgen in de Hoofdstraatkerk. „Toen zij kanker kreeg hield zij een dagboek bij: Nu ben ik aan de beurt. Ineens was ik die ik. Ik ben dichtbij het einde gekomen. Niets was meer vanzelfsprekend. Net als zovele anderen die ziek zijn moest ik wachten. Je leeft met de dag, geniet van de dingen die die dag mogelijk zijn. Aandacht van mensen helpt. 

Mensen stuurden kaartjes, honderden. Ik heb een mand vol. De bakker kwam met lekkers, er is voor me gebeden en eens stond er toen ik terugkwam van het ziekenhuis een potje drop voor de deur. Dat zijn dingen waarmee ik kon overleven. Voor een dag. Het waren stapstenen. Stapstenen in het leven. Net zoals mijn geloof mij stapstenen heeft geboden waarop ik stevig kon staan.”