Hippisch centrum in Dwingeloo maakt plaats voor levensloopbestendig wijkje

Na ruim dertig jaar stopt Arjan Vos met zijn Stal Vos in Dwingeloo. De paardenman verandert van hand: op de plek van de rijhal en het omliggende terrein staan straks huizen.

De nieuwbakken projectontwikkelaar Arjan Vos licht zijn plannen toe, terwijl ruiter Geert Jan Boer op de achtergrond warmdraait.

De nieuwbakken projectontwikkelaar Arjan Vos licht zijn plannen toe, terwijl ruiter Geert Jan Boer op de achtergrond warmdraait. Foto: Gerrit Boer

Op de plek waar topspringpaarden als Okidoki, No Mercy en Brego helemaal aan het begin van hun internationale carrière voor het eerst over een toen nog bescheiden hindernis sprongen, wordt straks gewoond en geleefd.

Het plan, met de werknaam Erfplan Heuvelenbrink, voorziet in de bouw van 16 woningen: vier appartementen voor jonge mensen, vier voor senioren, vier geschakelde gezinswoningen en vier vrijstaande huizen. Over de samenstelling van het buurtje is goed nagedacht: levensloopbestendig.

Van jongeren tot senioren

Vos ziet het al helemaal voor zich: ,,Ik stel me zo voor dat je als jongeling begint in één van de appartementen. Na een paar jaar begint het te kriebelen en verhuis je naar een gezinswoning. Dan breekt de tijd aan dat je bakken met geld verdient en kun je een vrijstaand huis kopen. En als je ouder wordt en het gaat allemaal niet meer zo vlot, dan ga je verkassen naar een rollatorvriendelijk seniorenappartement.’’

Hoe komt Vos (61), paardenman in hart en nieren, erbij om de tent af te breken en huizen te bouwen? ,,Ik zit hier redelijk klem met mijn bedrijf. Groeimogelijkheden zijn er niet. Dat is niet onlogisch, want ik zit middenin het dorp. En omdat ik zelf ook geen twintig meer ben, ga je toch eens nadenken.’’

Dat nadenken begon overigens al een jaar of tien geleden. ,,Ik zat in de auto en hoorde een item over inbreien. Nieuwbouw in de bebouwde kom. Ik dacht direct: dat zijn wij, dit gaat over ons. Een betere plek om in te breien in Dwingeloo is er volgens mij niet. Aan de ene kant heb je op loopafstand de Brink in het centrum en aan de andere kant de nieuwe school.’’

Kaas, worst en bier

Vos trommelde een clubje mensen met verstand van investeren op en onder het genot van kaas, worst en bier werd hardop nagedacht over een passende invulling. ,,Mijn uitgangspunt was dat het wijkje een afspiegeling van het dorp moest zijn. Dus joggingbroeken naast golfclubs en voor alle leeftijden. Hoewel de meningen wat verdeeld waren, kwamen we uit op een plan met vrijstaande ‘boerderijen’ en bijvoorbeeld huizen in de vorm van ouderwetse kapschuren.’’

Een rustieke uitstraling in combinatie met een duurzaam kloppend hart. ,,Alle huizen worden voorzien van zonnepanelen voor de elektriciteit en een warmtepomp. Dat is de duurste oplossing, maar ook de groenste. En met de huidige gasprijzen...’’

Kan iemand, die al met al ruim 40 jaar de kost verdiende als ruiter, trainer en instructeur, zomaar zijn bedrijf loslaten? ,,Ja’’, is het korte maar krachtige antwoord. ,,Maar Stal Vos blijft wel bestaan. In de hoogtijdagen had ik hier dertig paarden staan. Nu zijn dat er ongeveer nog vijftien. Straks huur ik een aantal paardenboxen bij een andere stal en ga ik dus in een bescheiden vorm door. Dan heb ik de paarden niet meer bij huis. Dat zal wel even wennen zijn.’’

‘Paard en ruiter bij nationale top krijgen’

In Dwingeloo trainde de voormalig springruiter jonge paarden en dito mensen. ,,De inzet was altijd om paard en ruiter bij de nationale top te krijgen. Dat is met paarden als Okidoki, Brego en No Mercy aardig gelukt. Twee van onze paarden hebben het tot de Olympische Spelen geschopt en vier hebben op een WK gelopen.’’ En natuurlijk was het niet allemaal goud dat er blonk: ,,Je moet heel veel proberen, voordat je weer een echt goed dier in huis hebt.’’

In al die jaren was het een komen en gaan van jonge ruiters, die bij Vos aanklopten om beter te worden. ,,Ze trainden hier met hun eigen paard. Niet alleen mensen uit Nederland, maar bijvoorbeeld ook uit Ierland, Iran en Portugal. Die zaten intern bij ons.’’

Of hij een strenge leermeester was? ,,Ja’’, lacht de jonge ruiter Geert Jan Boer tussen twee happen yoghurt door. Vos: ,,Ik weet niet of streng het juiste woord is. Overdreven gedreven, laten we het daar maar op houden. Als je graag verder wil komen in de sport, dan moet er wel wat gebeuren. En daar wordt niet iedereen even blij van.’’

‘Van elkaar leren, daar word je beter van’

Om de kloof tussen de rijverenigingen en de nationale top kleiner te maken, bedacht Vos vijftien jaar geleden het Hippische Talentcentrum Nederland. Terugkijkend: ,,Dat is een mooi initiatief voor ruiters met bovengemiddelde aanleg. Als je kunt trainen met ruiters van hetzelfde niveau, dan word je uitgedaagd en kun je je aan elkaar optrekken. Van elkaar leren, daar word je beter van. Inmiddels is deze talentontwikkeling uitgegroeid tot een landelijke organisatie met 250 jongelui en iets van twintig instructeurs.’’

Met enige weemoed kijkt hij terug op de hippische historie in en rond Dwingeloo. ,,Hier waren op een gegeven moment zeven grote evenementen. De Hippische Week, de veulenveiling, de paardrijvierdaagse, het concours en de keuring van De Westhoek om er maar een paar te noemen. Daar is niets van overgebleven. En dat is echt héél jammer.’’

En nu is Vos projectontwikkelaar. ,,Als alles goed gaat, worden de hal en stallen dit najaar gesloopt. En als het terrein bouwrijp is, kunnen we naar verwachting volgend jaar beginnen met bouwen.’’

En ook in zijn rol als projectontwikkelaar is hij gedreven. ,,Het wordt een heel mooi stukje Dwingeloo. Kan ook bijna niet anders, want een mooiere plek in het dorp is nauwelijks denkbaar.’’ Hij lacht: ,,Het moet ook wel mooi zijn, want we blijven in de boerderij wonen en ik moet er dus zelf ook tegenaan kijken.’’