Huiszwaluw | Column Natuur om de hoek

Jonge huiszwaluw en jonge huismus. Foto: Martina van Lith

Er zullen niet veel tuinen zijn waar geen nestkast hangt, de grote binnensteden misschien uitgezonderd. In menig winkel zijn ze tegenwoordig te koop en bij veel natuuractiviteiten voor kinderen zal het timmeren van een nestkast op het programma staan.

Daar komt bij dat door de toename van de eikenprocessierups er ook in buitengebieden al meerdere nestkasten hangen. De potentiële belagers van deze rupsen maken er dankbaar gebruik van.

Nestkasten zijn wel voor een specifieke doelgroep van vogels gemaakt. Koolmezen en pimpelmezen zijn bijvoorbeeld regelmatige gebruikers. Andere vogels hebben er helaas niks aan, een merel of een houtduif zal altijd zelf een nest bouwen van allerlei natuurlijk materiaal zoals takjes, strootjes, mos, dierenharen en veren. Het is overigens niet altijd natuurlijk materiaal, zo gebruiken meerkoeten in sommige gebieden zelfs zwerfvuil. Dit kan volgens bioloog Auke-Florian Hiemstra variëren van ruitenwissers tot zonnebrillen en tegenwoordig ook onze mondkapjes.

Huiszwaluw is uitzondering

Qua nestbouw is de huiszwaluw in ons land een uitzondering. Hij maakt zijn eigen nest vrijwel geheel van klei of modder, dat met behulp van zijn speeksel tot een kloddertje specie is gevormd. Onder een dakrand of een ander uitstekende deel van een pand metselt hij daarmee een half komvormig nest. Daar heeft hij ongeveer duizend kloddertjes voor nodig. De binnenkant bekleedt hij vervolgens met wat stukjes hooi en veren. Het vrouwtje legt hierin haar vier of vijf eieren, die zij en haar partner uitbroeden. De jongen verblijven tussen de 23 en 30 dagen in het nest. Afhankelijk van de omstandigheden kan het paar een tweede broedsel groot brengen. Opvallend is dat de jongen van het eerste broedsel hun ouders helpen bij het voeren van het tweede broedsel.

De huiszwaluw is een koloniebroeder, dat wil zeggen dat er meerdere nesten vlak bij elkaar zitten. Meestal een stuk of vijf, maar in sommige gevallen enkele tientallen. Zo’n nieuw nest kan een huiszwaluw bij terugkeer uit Afrika in de maand mei binnen twee weken metselen. Blijkt dat bij terugkeer zijn oude nest nog (deels) intact is, dan kan binnen een paar dagen het nest gereed zijn.

Het kan voorkomen dat het oude nest van een huiszwaluw in het vroege voorjaar door een huismus gekraakt is. Immers, een huismus kan al met broeden zijn begonnen als de huiszwaluw nog in Afrika zit. De huismus sleept wat extra nestmateriaal in de nestkom en begint dan met broeden.

Nu heb ik in het verleden wetenschappelijk onderzoek gedaan aan huismussen en daarbij heb ik alle beschikbare literatuur geraadpleegd. Daarin kwam ik een opmerkelijk voorval tegen betreffende de beide vogelsoorten. Een huismus zat al te broeden op enkele eieren, toen de huiszwaluw uit Afrika terugkwam. Zijn oude nest was bezet, dus toen begon hij tegen dat oude nest een nieuw nest te metselen. Het gevolg was dat de broedende huismus op het oude nest door de huiszwaluw volledig werd ingemetseld, wat de huismus helaas niet meer kan navertellen.

Dol op insecten

De huiszwaluw voedt zich uitsluitend met insecten, dus dat is voor personen, inclusief mijzelf, die een hekel aan muggen hebben een uitkomst. Nu gaat het de laatste jaren niet zo goed met de huiszwaluw. Gelukkig kun je hem een handje helpen, want tegenwoordig kun je kant-en-klare huiszwaluwnesten kopen. Bevestig die onder een dakrand, dan hoeft een huiszwaluw geen energie te steken in de bouw voor een nieuw nest. Mocht je een hekel hebben aan de poepjes onder het nest, timmer vlak onder het nest gewoon een plankje en poepjes vallen niet meer op je stoep.

Paul Mentink (paul@paulmentink.nl)