Jaap Lok en zijn trompet op de begraafplaats van Kuinre, bij de oorlogsgraven.

In Kuinre wordt stilgestaan bij overleden soldaten en verzetsstrijder Teunis Koopmans. 'Zo jong waren ze. We kunnen hierbij stilstaan dankzij hen'

Jaap Lok en zijn trompet op de begraafplaats van Kuinre, bij de oorlogsgraven. Foto: René Wiegmink

Op de begraafplaats in Kuinre is dinsdagavond door een handjevol mensen stilgestaan bij de Nationale Herdenking. Voor Jaap Lok (70) uit Blankenham was het de 25ste keer dat hij met zijn trompet ‘The Last Post’ en het Wilhelmus speelde. „Heel beladen allemaal.”

Een straffe wind huilt om het huisje op de begraafplaats in Kuinre heen. Windvlagen lijken wel van alle kanten te komen. Takken aan hoge bomen tonen hun lenigheid. Op de achtergrond is rivier de Linde druk in de weer, waar het water bij betere weersomstandigheden doorgaans een gladde spiegel vormt. Slechts een handjevol mensen is bij de ceremonie aanwezig. Hoe macaber de plek ook is en hoe hard het ook waait, het heeft vanavond iets intiems. Enkel wat bekenden van Lok zijn van de partij.

Eeuwigheid

Dan pakt Lok z’n trompet, loopt vervolgens naar ‘zijn’ plekje en begint even voor achten The Last Post te spelen. Waar in Nederland veelal het taptoe wordt geblazen, speelt Lok de variant van de geallieerde strijdkrachten. Hij trotseert de wind, moet zijn focus erbij houden wanneer de wind er bijna voor zorgt dat zijn bladmuziek wegwaait. Fier speelt hij, trots blijft hij staan. Dat doet hij voor de 25ste keer op deze plek. „De wind wapperde het papiertje bijna weg”, glimlacht hij. „Ik heb het niet echt nodig, maar The Last Post mag echt niet fout gaat. Je hebt er steun aan.”

De twee minuten stilte lijken vervolgens een eeuwigheid te duren. De wind heeft nu echt vrij spel. Het water van de Linde geeft daardoor een vertroebeld beeld, als ware het de spiegel die ons in deze vreemde tijden wordt voorgehouden. Kalme tijden zijn het namelijk niet. Er is vanavond tijd voor reflectie. Bezinning. Gedachten schieten alle kanten op. Overleden dierbaren, vrijheid, dagelijkse beslommeringen. Het passeert allemaal de revue. Hoe lastig is reflecteren in deze gekke tijd, vol tegenstrijdigheden en verschillende meningen, en corona? Even zijn de aanwezigen in het nu, en dat nu kan soms niet lang genoeg duren.

Het lot van jonge strijders

Er wordt stilgestaan bij het overlijden van vijf geallieerde jonge soldaten en Teunis Koopmans, de bekende verzetsstrijder uit deze regio, die overleed in het water van de Linde, even verderop. Bij zijn vlucht, achterom bij de bakkerij in het dorp, lijkt hij te ontkomen, maar een zwemtocht in het water blijkt zijn einde. Kogels treffen Koopmans. Hij overleeft het niet. 36 jaar wordt hij slechts. „We staan hier voor die soldaten, die voor ons gevochten hebben”, zegt Lok. „En zo jong waren ze. We kunnen hierbij stilstaan dankzij hen.”

Tekst gaat verder onder de foto

Even voor achten zijn gedecideerd tulpen neergelegd bij de oorlogsgraven. Net zo kordaat is een bloemenkrans voor het graf van Koopmans geplaatst. Het is dit jaar een herdenking zonder enige franje. Vorig jaar was er geen herdenking vanwege het coronavirus. „Toen ben ik thuis in Blankenham voor de kerk gaan spelen. Toen was er helemaal niemand bij, niemand wist het”, zegt Lok.

Kippenvel

Zijn jubileumeditie was door het virus een jaar uitgesteld. De gedachten gaan vanavond als vanzelfsprekend terug naar toen, het prille begin. „Toen Nederland vijftig jaar bevrijd was, was hier een herdenking met allemaal oude strijders uit de oorlog. Ik ben toen gevraagd of ik hier wilde spelen. Dat is nooit meer veranderd. Normaal staat hier trouwens wel een man of zestig. Het was nu wel wat meer intiem.”

„Die eerste keer was heel bijzonder”, zegt hij. „Het was erg druk, met al die oude strijders erbij. Mijn jongste dochter was toen net negen jaar. Ze was met me mee. Een van die strijders vond het zo bijzonder dat een meisje van negen hier bij was. Ze kreeg een dollar van hem. Die heeft ze volgens mij niet meer. Ja, die keer was echt speciaal, maar eigenlijk is dat iedere keer zo. Je staat er in je eentje te blazen. Het stukje is helemaal niet moeilijk, maar het is wel beladen allemaal. Kippenvel.”

Jaap Lok sluit de ceremonie af met het Wilhelmus. Dan worden de Canadese, Britse en Nederlandse vlag weer ingepakt. Hij pakt z’n spullen in, de aanwezigen praten nog wat na. Nog even werpen ze een blik op de graven en de bloemen. Dan staan ze weer vol in de wind. Op naar huis.

„Nou, Jaap. Tot volgend jaar dan maar”, glimlacht een man. „Ha, tot volgend jaar.”