Peter Sluiter, directeur van Museum De Proefkolonie in Frederiksoord.

In Museum De Proefkolonie ga je 200 jaar terug in de tijd

Peter Sluiter, directeur van Museum De Proefkolonie in Frederiksoord. André Weima

Frederiksoord - Voor wie geïnteresseerd is in geschiedenis, zal een bezoek aan het gebied van Frederiksoord, Wilhelminaoord, Willemsoord en Boschoord zeker de moeite waard zijn. Landschapsstructuren, monumenten en koloniehoeves vertellen wat zich hier 200 jaar geleden heeft afgespeeld.

Peter Sluiter, directeur van zowel Museum De Proefkolonie in Frederiksoord als het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen, is verheugd dat beide musea vanwege de corona bezoekers mogen ontvangen. „Echter, om het aantal toegestane bezoekers te kunnen waarborgen, is vooraf kaarten reserveren noodzakelijk.”

De Proefkolonie is gevestigd in het Huis van Weldadigheid, in Frederiksoord. De bezoeker gaat terug naar het jaar 1818, waarin generaal Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid met zeven Koloniën opricht. Het grootste oppervlak ligt in Veenhuizen, Frederiksoord en Wilhelminaoord. Daarnaast zijn er destijds ook Koloniën in Friesland, Overijssel en vlakbij het Belgische Antwerpen opgericht. Van den Bosch liet ruim 400 boerderijtjes bouwen voor paupers: arme gezinnen, bedelaars en zwervers, die hij uit de grote steden naar het Drentse land liet overkomen. Waarom Van den Bosch het Drentse gebied koos voor de oprichting van zijn Koloniën had te maken met de ruimte en de goedkope grond die gecultiveerd kon worden.

Peter: „Nederland kwam net uit de oorlog met Napoleon en er heerste vooral armoede en ellende. Van den Bosch wilde deze mensen een nieuwe toekomst bieden. Door middel van arbeid en scholing wilde hij hen discipline bijbrengen, zodat ze na verloop van tijd in hun eigen onderhoud konden voorzien.’ Het was echter een hard bestaan en uiteindelijk waren de verwachtingen te hoog ingeschat. De praktijk wees anders uit dan de theorie. En ondanks dat Van den Bosch aan crowdfunding deed, met de bedoeling om alles op den duur terug te verdienen, verliep het anders dan gepland.

Humanitair

„Johannes van den Bosch had de bedoeling om de armoedebestrijding grootschalig aan te pakken”, geeft Peter aan. „Daarnaast wilde hij de ontwikkeling van landbouwgronden stimuleren om meer voedsel te kunnen produceren. Hij was van mening dat je arme mensen niet helpt met alleen maar liefdadigheid. Het leek hem beter dat de mensen voor zichzelf konden zorgen. Dus geef ze geen brood, maar leer ze om te bakken!”

Het moge duidelijk zijn dat Van den Bosch zich het lot van arme mensen aantrok. Hij handelde vooral vanuit humanitair belang en niet zozeer vanuit religieus oogpunt. Echter paste hij wel verschillende levensvisies vanuit zowel de Hervormde als de Rooms Katholieke kerk toe om de mensen richting te geven.

Daarnaast klopte Van den Bosch aan bij de bovenlaag van de samenleving die bereid was om royaal te doneren. Peter: „De rijken hadden er namelijk ook belang bij dat er minder armoede zou zijn. Doneren was ook een instrument om de belangen van bovenlaag te beschermen.” Het werd een grootschalig experiment met de bedoeling om alles ook financieel zelfstandig te laten zijn. De jaren erna volgde helaas de ene tegenslag de andere op en werd na 40 jaar was de Maatschappij van Weldadigheid feitelijk failliet. Particulieren, organisaties en instanties hadden intussen het nodige overgenomen en doorontwikkeld. De koloniën in Veenhuizen kwamen in handen van binnenlandse zaken en in Frederiksoord bleef het onroerend goed in stand en is nog steeds eigendom van de Maatschappij van Weldadigheid.

De Proefkolonie met buitenmuseum

Museum De Proefkolonie geeft een goed beeld van de omstandigheden van destijds. Door middel van een uniek multimediale tijdreis, geschikt voor alle leeftijden, treedt de bezoeker in de voetsporen van de eerste paupers. Peter: „Het museum beschikt over drie ruimtes en staat vooral in het teken van zien, beleven en verwonderen.” De introductieruimte laat de erbarmelijke omstandigheden zien waarin mensen rond 1800 hebben geleefd. In deze ruimte zijn de situaties van vijf gezinnen nagebootst.

In de daaropvolgende ruimte wordt een 180 graden-projectie getoond hoe het de gezinnen gedurende het eerste jaar in de Koloniën is vergaan. „Je moet je voorstellen dat die gezinnen, waarschijnlijk zonder dat het ze gevraagd werd, vanuit de grote steden in de Randstad werden overgeplaatst naar Drenthe’, vertelt Peter. „Hoe gingen ze om met de situatie waarin ze terecht kwamen? Hoe waren de omstandigheden rondom bijvoorbeeld sterfte en geboorte? En wat waren de gevolgen als de regels werden overtreden?”

In de derde en laatste ruimte is er interactie, ook zeer geschikt voor kinderen en jeugd. Passend in deze digitale tijd kan de bezoeker bijvoorbeeld chatten en whatsappen met generaal Van den Bosch of met mensen die in de Koloniën gewoond hebben. „Het geschiedenisspel geeft onder andere weer dat de kinderen in de Koloniën in 1818 verplicht naar school moesten”, geeft Peter aan. „Dat was tóen best bijzonder, want elders in het land was daar nog geen sprake van, omdat de leerplichtwet pas in 1901 werd ingevoerd. Daarnaast werd in 1874 het kinderwetje van Van Houten ingevoerd, waarbij het verboden werd om kinderen jonger dan 12 jaar te laten werken.

Zodra de bezoeker het verhaal in het museum tot zich heeft genomen, kan hij het landschap in het gebied rondom Frederiksoord beter lezen en daarin de sporen van het unieke sociale experiment van Johannes van den Bosch herkennen.

Monumentaal en cultureel erfgoed

De kolonietram is een verlenging van het museum. Onder leiding van een gids gaat de bezoeker op ontdekkingstocht. De route voert langs de koloniehuisjes, het kerkje, de mandenmakerij en het schooltje. In totaal hebben er 430 koloniehuisjes in de Koloniën van Weldadigheid gestaan. Zo’n 50 originele koloniewoningen, waarvan er 14 onder rijksmonumenten vallen, zijn blijven staan en in merdere of mindere mate gerenoveerd naar de eisen van deze tijd.

Huize Westerbeek, waar generaal Johannes van den Bosch en later zijn broer Benjamin, hebben gewoond, fungeert nog altijd als hoofdkantoor van de Maatschappij van Weldadigheid.

Peter roemt ook de administratieve werkdrift van Van den Bosch. „Hij heeft ongelooflijk veel vastgelegd. In de archieven kunnen we goed nazien wie deze paupergezinnen zijn geweest, hoe ze heetten, waar ze vandaan kwamen en hoe de samenstelling van elk gezin was. Daarnaast is terug te lezen hoe het dagelijks leven in met name de eerste jaren verliep. Alles werd geregistreerd : geboorte- en sterfdata, namen van zieken en de duur ervan, wie kundig waren in bepaalde werkzaamheden en ga zo maar door. We weten uit de geschiedenisboeken vaak wel hoe de bovenlaag van de samenleving heeft geleefd, want dat werd wel bijgehouden, maar van gewone mensen en hun dagelijkse beslommeringen weten we veel minder.”

Omdat in de archieven van de Maatschappij van Weldadigheid alles tot in detail werd gedocumenteerd is er veel meer in terug te vinden van in gemeente-of kerkregisters. Wie terug wil zoeken in zijn familiegeschiedenis kan tot de ontdekking komen dat hij voorouders heeft die in de Koloniën van Weldadigheid hebben geleefd. Volgens Peter kunnen dit personen zijn uit elke bevolkingslaag. „Ja, zelfs een aantal bekende Nederlanders stamt af van kolonisten!”

De Proefkolonie is onderdeel van de Stichting Koloniecentrum en het museum biedt ook onderdak , het toeristisch informatiepunt (TIP) en de historische vereniging Vledder Kerspel.

De Koloniën van Weldadigheid zijn ook voorgedragen voor een wereldwijde erkenning als UNESCO-werelderfgoed. Afgelopen voorjaar werd al de prestigieuze titel ‘European Heritage Label’ toegekend.

Kijk voor meer info, mogelijkheden en het reserveren voor museumkaartjes op www.proefkolonie.nl

 

Gita Lopulisa