Jacob Kuiper (64) uit Steenwijk zet na 43 jaar punt achter loopbaan bij KNMI. 'De grote opdracht van het weerinstituut is om de samenleving te waarschuwen'

Jacob Kuiper (64) neemt na 43 jaar als hoofdmeteoroloog afscheid van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut. De geboren en getogen Steenwijker, die ook als amateursterrenkundige z’n sporen heeft verdiend, gaat met vervroegd pensioen. „Mensen helpen”, was zijn adagium gedurende zijn loopbaan bij het KNMI. „De grote opdracht van het weerinstituut is om de samenleving te waarschuwen.”

Op 19 juli sloot Jacob Kuiper zijn laatste werkdag bij het KNMI af. Collega’s en directie verrasten hem met een grote bos bloemen.

Op 19 juli sloot Jacob Kuiper zijn laatste werkdag bij het KNMI af. Collega’s en directie verrasten hem met een grote bos bloemen.

Het had niet veel gescheeld of Kuiper was journalist geworden. In de eindfase van zijn middelbare schooltijd bezocht hij destijds, om meer over de journalistiek te weten te komen, nog een beroependag in Hoogeveen. Een zware storm op 13 november 1972 gooide die plannen echter overhoop en bracht Kuiper op het pad van de weerkunde, die weg leidde tenslotte naar het meteorologisch instituut in De Bilt. „De ravage die de storm op 13 november 1972 teweeg bracht heb ik toen helemaal in kaart gebracht en dat was voor mij de aanleiding om meer met het weer aan de slag te gaan”, zegt hij nu 43 jaar later in zijn woning aan de Meppelerweg.

Aanvankelijk was sterrenkunde z’n grote hobby in zijn jeugdjaren. Daar kwam allengs zijn interesse voor het weer bij. „Mijn tweede hobby”, vult de meteoroloog aan. „Maar op een gegeven moment kreeg ik in de gaten dat ik met mijn weerhobby sneller bij het KNMI een baan zou kunnen krijgen. Ik stopte met mijn zoektocht naar een vak in de sterrenkunde.”

Af en toe naar een weerschip op de oceaan

Nadat hij het vwo succesvol had afgerond solliciteerde Kuiper in 1976 bij het KNMI naar de functie van waarnemer op de verkeerstoren op Schiphol. Hij werd echter niet aangenomen, omdat hij nog zijn dienstplicht moest vervullen. Wel kreeg hij de toezegging dat hij het na zijn diensttijd opnieuw moest proberen. „En dat heb ik gedaan, want ik wilde zo graag bij het KNMI werken. Het ging om de functie van meteorologisch assistent op de telexkamer, maar dat werd mij afgeraden, omdat het om een functie ging waarvoor je niet meer dan een mavo-3-opleiding nodig had. Dat vond ik helemaal niet erg en ik zei dat ik tijdens mijn werk wel zou proberen hogerop te komen. Toen ik hoorde dat ik af en toe ook naar een weerschip op de oceaan zou moeten reizen werd ik alleen maar enthousiaster”, lacht Kuiper.

‘Wat wij eerst handmatig deden in drie kwartier deed de machine in enkele minuten’

De bazen bij het KNMI bezweken daarna voor de geestdrift van de jonge Steenwijker om aan de slag te gaan voor het meteorologisch instituut. Zo belandde Kuiper op de telexkamer, waar hij een jaar lang zich bezig hield met het doorgeven en later ook verwerken (het zogeheten ‘plotten’) van de waarnemingen uit de verste plekken van de oceanen. In 1979 deed daar de plotmachine zijn intrede, waardoor de duur van de werkzaamheden fors kon worden ingekort. „Wat wij eerst handmatig deden in drie kwartier deed de machine in enkele minuten”, herinnert Kuiper aan de automatisering van het plotten. „Alle gegevens kwamen daardoor sneller binnen, dus konden wij het ook sneller naar buiten brengen en het publiek sneller waarschuwen. Vroeger keken wij niet verder vooruit dan 72 uur, momenteel is dat zo’n 10 à 14 dagen.”

‘De atmosfeer is nog steeds in staat, ons om de tuin te leiden’

Menigeen zal wel eens z’n wenkbrauwen hebben gefronst over de weersverwachtingen die via de verschillende media worden gedaan. Als blijkt dat het weer toch anders uitpakt dan verwacht. „Het weerpatroon is soms minder voorspelbaar”, repliceert Kuiper. „De atmosfeer is nog steeds in staat, ook met de huidige berekeningen, ons om de tuin te leiden en dat komt omdat we de uitgangssituatie van de atmosfeer nog niet goed genoeg kennen. Nog niet alles kan met de metingen die we nu doen tot in detail worden vastgelegd. Wat dat betreft zouden we een nog dichter meetwerk moeten hebben. Er zijn er nog te weinig. De honger naar details wordt echter wel steeds groter”, stelt Kuiper. En volgens de meteoroloog wordt er voortdurend gewerkt aan het perfectioneren van de weersverwachtingen.

Kuiper wijst in dat verband op het belang van de weersatellieten waardoor er sneller kan worden gewaarschuwd voor enorme weersveranderingen die rampscenario’s tot gevolg hebben. „Het aantal dodelijke slachtoffers door orkanen is in de afgelopen decennia behoorlijk gedaald. Dat komt omdat we preciezer kunnen monitoren met behulp van de satellieten. In 1970 bijvoorbeeld was dat nog niet het geval in Bangladesh, waar een orkaan aan meer dan 500.000 mensen het leven kostte. Nu kunnen we een aantal dagen van tevoren al aangeven hoe en waar een orkaan zich ontwikkelt zodat je ook nog tijd hebt om dorpen en steden te evacueren en er dus vaak veel minder slachtoffers zijn te betreuren. Met weersatellieten kun je ongelooflijk veel mensenlevens redden.”

‘Wat er in Duitsland en België is gebeurd is tevens een wake-upcall voor Europa’

Ook in het geval van de recente watersnoodramp in Duitsland, België en Nederland waren er tijdig waarschuwingen uitgegaan. Maar volgens Kuiper zijn de gevolgen van de verwachte neerslaghoeveelheden onderschat. „Dat rivieren met zoveel geweld alles meesleuren, ‘dat gebeurt hier niet’, was een vaak gehoorde mening. Ook de klimaatverandering heeft een rol gespeeld. Er kwam veel meer water op de dorpen en steden af, omdat de hevige buien in het warmere klimaat steeds meer water kunnen produceren. Wat er in Duitsland en België is gebeurd is tevens een wake-upcall voor Europa. Het kan dus ook in onze achtertuin gebeuren”, waarschuwt Kuiper. „Hier hebben we nog het geluk dat er geen steile heuvels zijn.”

Over de klimaatverandering zegt de Steenwijker weerkundige zeer bezorgd te zijn. „Ik heb grote zorgen over de vraag of we de huidige verandering nog terug kunnen draaien. Ik weet niet of we het point of no return al zijn gepasseerd. Dat weet je pas over 20 of 30 jaar.” Kuiper waarschuwt voor de ernstige gevolgen van de klimaatveranderingen als de mensheid nu niet massaal in actie komt. „Er komen door toenemende droogte hongersnoden, massale volksverhuizingen en oorlogen om water. Ook voor Europa gaat dat gelden. Een land als Spanje verandert wellicht in een grote woestijn”, klinkt het onheilspellend uit Kuipers’ mond. „Ik wil geen doemdenker zijn maar er moet nu echt snel veel gebeuren, of misschien populairder gezegd, we moeten nu echt aan de bak.”