Jakob de Weerd schrijft dik boek over dunbevolkt gehucht waar in 300 jaar drie huizen bij kwamen: Kievitshaar

Kievietshaar - In 300 jaar tijd groeide het gehucht Kievitshaar uit tot een nederzetting van nu negen huizen. 'Haar' betekent hoogte, een kievit is een weidevogel. Jakob de Weerd (72) schreef een boek over het gehucht waar hij al 66 jaar woont. Het is er al drie eeuwen rustig.

Jakob de Weerd in zijn studiehoek. Zijn boek is klaar, maar nog niet gedrukt.

Jakob de Weerd in zijn studiehoek. Zijn boek is klaar, maar nog niet gedrukt. Streekredactie / Eelco Kuiken

De Weerd verdiepte zich in de geschiedenis van zijn verstilde gehucht en vooral van de mensen die er ooit woonden, zoals de gezinnen Geerts, Jonker, Drogt en Boldewijn. Allemaal weg. Kerkelijk hoorde het gebied bij Oud Avereest, vijf kilometer verderop. Lopen over de heide voor Gods Woord. Uiteraard vrijzinnig, want op het zand is het geloof ook los.

Volgende maand verschijnt De Weerds boek 'Kievitshaar, de geschiedenis van een oude buurtschap'. Met 150 pagina's is het een dik boek over een piepkleine nederzetting. Eeder schreef hij een boek over molens in Nieuwleusen. „Ik houd van historie.”

Heideveld

Aan het begin van de twintigste eeuw lag tussen Balkbrug en Meppel een uitgestrekt heideveld. Kievitshaar was een geïsoleerd gehucht met een paar boerderijen middenin een woestenij met hier en daar wat vennen. Foto's van vroeger doen denken aan het Dwingelderveld. Vanaf 1919 werd er meer dan 1.500 hectare woeste grond in cultuur gebracht. Vooral in de jaren dertig plantten werklozen uit het westen een groot productiebos aan: de Staatsbossen. Kievitshaar toen: slechts vier boerenwoningen als een oase op de heide. Kievitshaar nu: negen huizen in het bos.

Wie een luchtfoto bekijkt, ziet heel duidelijk een zandrug die van Balkbrug naar Meppel loopt. Op deze kam ligt Kievitshaar. Officieel is het gemeente Hardenberg. Waarschijnlijk is schrijver De Weerd de verste ingezetene. „Als ik naar het gemeentehuis moet, neem ik brood mee”, glimlacht de bekendste bewoner van zijn gehucht die zich wegens 28 jaar voorzitterschap van de Historische Vereniging Nieuwleusen, Lid in de Orde van Oranje-Nassau mag noemen. „Toen na de gemeentelijke herindeling de nieuwe gemeente Hardenberg ontstond, stond Kievitshaar niet eens op de kaart van de gemeente.”

Zo'n drie eeuwen geleden kwamen de eerste bewoners vanuit Groot Oever naar de zandrug om er schapen te hoeden op de schrale heide. Het was armoe troef, maar de mensen bleken vruchtbaar, want er kwamen veel kinderen, De Weerd spoorde ze in de archieven op en boekstaafde ze. Het leverde een alleraardigst boekje op over het gehucht en de mensen.

Olde Harm

Echt spannende zaken waren er nauwelijks. Hoewel, de huishoudster van een boer bleek opeens zwanger en de twee moesten trouwen en Olde Harm belandde eind 19e eeuw dement in een sloot. Groot nieuws. In 1900 vonden er op de heide grote legeroefeningen plaats om 'de stad Kievitshaar te verdedigen.' De inventieve Kievitshaarders bakten pannenkoeken voor de soldaten en verdienden zo een centje bij.

In 1864 was er een serieuze dreiging toen de voorloper van de NS de spoorlijn Almelo Meppel dreigden aan te leggen. Kievitshaar zou rails worden. Het liep goed af. Vijftig jaar later dreigde de A28 hier te komen, in plaats van verder naar het westen. Dreiging afgewend. In 1941 stortte in de buurt een Engelse bommenwerper neer.

‘Er is bos genoeg’

Een aantal jaren geleden poogde Staatsbosbeheer gronden te kopen om het bos te vergroten. Ook dat ging niet door. Het gehucht slaakte een zucht van opluchting. Bomen zijn import in het van oorsprong heidegebied. „Er is bos genoeg”, vindt De Weerd.

Voor de rest bleef het rustig. Eerst op de heide, nu tussen de bomen. De mensen keuterboerden er verder, kregen veel kinderen én trokken weg. Er wonen op de Kievitshaar geen originele bewoners meer die er geboren zijn. De Weerd, woont er nu 66 jaar en mag zijn bijna een autochtone Kievitshaarder noemen. Zijn ouders trokken vanuit Beilen naar het gehucht om een gemengd boerenbedrijfje te runnen.