Jan ten Kate, al honderd dagen burgemeester in Staphorst. 'Ik zeg niet dat ik het even ga regelen, ik ben dienstbaar'

Jan ten Kate: 'Het is mijn regio, dit zijn mijn mensen.' Foto: Streekredactie / Eelco Kuiken

Hij is een burgemeester met een accent. Als hij een bruidspaar bezoekt gaan de felicitaties meestal in het plat, de taal van het hart, de taal van Jan ten Kate (57). Hij staat al honderd dagen aan het roer van de gemeente Staphorst, al ziet hij dat zelf anders. „Ik ben niet iemand die zegt: ik ga het hier even regelen. Ik ben dienstbaar.”

Ten Kate is in veel opzichten een bijzondere eerste burger van Staphorst. Hij is de eerste burgervader die partijloos is. Geen lijntjes met de SGP, de ChristenUnie of een andere politieke richting.

„Geen partij, maar boven de partijen en tegelijkertijd voor iedereen. Ik ben ook geen carrièreman. Dat ik wethouder werd in De Wolden en later Hardenberg, dat kwam op mijn pad. Hetzelfde geldt nu als burgemeester. Ik doe wat mijn hart mij ingeeft. Er is geen stip op de horizon. Van boer werd ik bestuurder. Op mijn 22e was ik betrokken bij de ruilverkaveling in Ruinerwold / Koekange. Toen leerde ik dat je als bestuurder je omgeving kunt verbeteren. Dat is mijn drijfveer.”

Geen eed, maar de belofte

De boer uit Koekangerveld spreekt de streektaal. Dan komt je dichterbij en dat is precies wat hij wil. Hij was ook de eerste burgemeester die tijdens zijn installatie in Staphorst niet de eed aflegde maar de belofte deed. Sommigen vonden dat gek, maar Ten Kate niet. „Ik deed dat, omdat ik het altijd zo heb gedaan. Het zou niet kloppen als ik het speciaal voor Staphorst anders zou hebben gedaan. Dat zou voor de bühne zijn. Ik ben eerlijk en transparant. Je krijgt wat je ziet. Je krijgt mij niet snel op de kast, maar je raakt mij als mijn integriteit in twijfel wordt getrokken. Dan gaat de deur dicht.”

Honderd dagen is Ten Kate burgemeester en dat bevalt uitstekend. „Het motto: de handen uit de mouwen steken, we hebben een plan en we doen het ook - dat is ook mijn motto. Daarom heb ik gesolliciteerd. Het is mijn regio, dit zijn mijn mensen. Ik ben trots op de enorme Staphorster bedrijvigheid. Ik ken de oud-wethouder van Rotterdam goed. Bij de Zalmhaven aldaar, wordt de hoogste woontoren van de Benelux neergezet. Rollecate uit Staphorst maakt de gevelbekleding. Ik zei tegen die oud-wethouder, een goede kennis: kijk uit je raam en weet dat er op die steigers Overijssels dialect wordt gesproken. Staphorsters bouwen die gevels. Dat vind ik prachtig.”

‘Zoveel te bieden’

Ten Kate irriteert zich mateloos aan mensen en ook media die komen voor het eenzijdige verhaal, die feiten voor het gemak links laten liggen en nieuws maken wat feitelijk geen nieuws is, vanwege het effect.

'Staphorst is gesloten, wordt ook wel eens gezegd. Ik heb er niets van gemerkt'

„Staphorst is veel meer dan Powned-Nieuws bij de kerk”, zegt de burgemeester. „Dat hier minder gevaccineerd wordt, dat is al tientallen jaren zo, dat is niet nu opeens nieuws. We hebben zoveel te bieden, onze bedrijven zijn wereldberoemd en ja, de mensen zijn gelovig en ze hechten aan de zondagsrust. Daar kun je alleen maar respect voor hebben en voor ze op de bres springen als dat moet. Als je respect hebt, krijg je dat ook terug. Staphorst is gesloten, wordt ook wel eens gezegd. Ik heb er niets van gemerkt.”

Doordat hij niet van de kerk is en ook geen lid is van een politieke partij, heeft Ten Kate het gevoel dichterbij die mensen te komen. Hij hoeft namelijk niet langs een politieke of geloofsmeetlat gelegd te worden.

„Toch wil ik de komende maanden veelal met mijn vrouw alle kerken bezoeken, diensten bijwonen, om kennis te maken, maar ook om aan te geven dat ik een burgemeester ben voor iedereen. „Ik heb geen plan waar ik naartoe wil met Staphorst. De gemeenteraad is het hoogste orgaan en ik moet zorgen dat raad en college goed functioneren. Ik moet het faciliteren en soms coachen. Mijn doel is Staphorst uit te dragen en aangeven dat dit een gemeenschap is waar we trots op kunnen zijn. We zijn de gemeente met de grootste cohesie van het land. Onze kracht zit in wat en wie we zijn. Daar wil ik mee de boer op.”