'Koude sanering van veehouderij'. Westerveld uit kritiek en zorgen over stikstofplannen in uitgebreide brief aan ministers

Westerveld ziet meer in de gebiedsgerichte aanpak. ANP

Een koude sanering van de veehouderijsector. Zo noemt de gemeente Westerveld de stikstofplannen van het kabinet. Het college heeft een uitgebreide brief gestuurd aan de ministers Christianne van der Wal en Henk Staghouwer van het minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

In deze brief, die ook naar de provincie is gegaan, uit het college de zorg over de stikstofplannen van het kabinet en de voortvarendheid waarmee de reductiepercentages op de kaart zijn ingekleurd. ‘Met de plannen wordt geen enkel economisch perspectief geschetst voor de landbouwsector. Het lijkt of alle pijlen op de landbouw zijn gericht, terwijl er meer sectoren en activiteiten zijn, die stikstof uitstoten. Voor de gemeente Westerveld is de landbouw een belangrijke sector en is deze van grote waarde voor de leefbaarheid’, schrijft het college van Westerveld.

Dat er binnen de Natura 2000-gebieden (-95 procent) in Westerveld een grote stikstofopgave zou liggen, is geen verrassing voor Westerveld. Dat ook het hele natuurnetwerk en een buffer rondom de Natura 2000-gebieden (-70 procent) en nagenoeg de hele gemeente Westerveld (-47 procent) onder de opgave zou vallen, zag het college niet aankomen.

‘Geen zicht op perspectief’

‘Volgens het RIVM veroorzaakt de agrarische sector 45% van de stikstofuitstoot. In de plannen van het kabinet ligt het reductiepercentage daar ver boven. Wij zien dit hoge percentage als een koude sanering van de gehele landbouw en met name van de veehouderij in onze gemeente. Als college kunnen wij ons niet vinden in de voorgestelde kaalslag van het platteland. De impact van de stikstofplannen is dusdanig groot, dat onze gemeenschap behoorlijk wordt ontwricht. Alleen doelen voor de landbouw zijn gepresenteerd. Er is geen enkel zicht op perspectief.’

Dat natuurbescherming en een transitie van de landbouw noodzakelijk zijn, onderschrijft de gemeente. ‘De wijze waarop de plannen nu worden gepresenteerd, steekt ons en haalt het hart uit onze gemeenschap.’ De gemeente haalt in de brief het onderzoek naar toekomstgerichte landbouw aan, dat in 2021 samen met De Wolden is uitgevoerd. Daaruit blijkt dat agrarische bedrijven al belangrijke stappen hebben gezet en blijven zetten richting een toekomstgerichte landbouw. ‘Wij hebben vertrouwen in onze agrarische gemeenschap. Ze kunnen deze stappen echter alleen blijven zetten met kennis en advies, financiële ondersteuning en zicht op een goed verdienmodel, en niet met een onrealistisch tijdspad en opkoopregelingen.’

Gebiedsgerichte aanpak

Het college van Westerveld wijst de ministers ook op de leerstoel toekomstbestendige landbouw. Het college staat voor een gebiedsgerichte aanpak, samen met alle gebruikers van de gebieden. Zo moet in beeld worden gebracht waar welke maatregelen al tot vermindering van stikstof leiden en welke bedrijven al zijn gestopt of willen stoppen. ‘Door gebiedsgericht en samen met onze (agrarische) inwoners te werken, kunnen we ons richten op de werkelijke cijfers en op maat afspraken maken.’

Westerveld vindt dat het tijdspad waar de provincies mee zijn opgezadeld onrealistisch is en roept het rijk op om te kijken naar wat de gebieden nodig hebben. ‘Met klem adviseren we het rijk zich niet blind te staren op de stikstofreductie in relatie tot de kritische depositiewaarden. Voor de verbetering van de natuur is meer nodig dan alleen het verminderen van stikstof. Wat komt er in de plaats als grasland niet meer wordt beheerd? Wat is de impact op de biodiversiteit (onder andere voor weidevogels) en ons culturele landschap? In de volle breedte moeten stappen worden gemaakt. Het neerleggen van het probleem bij één beroepsgroep om dat probleem op te lossen, is voor ons geen begaanbare weg.’

Nieuws

Meest gelezen

menu